950
49

Literatuurwetenschapper, onderzoeker

August Hans den Boef is literatuurwetenschapper en onderzoeker. Hij werkte tot 2011 aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is schrijver van onder andere Nederland seculier!, 'God als hype' en [Haat] als deugd.

Meer steun voor homo’s tegenover christenen

De Nederlandse politiek laat zich gijzelen door een minuscule Gideonsbende van reformatorische christenen.

Wat is er aan de hand? Waarom loopt links, links-liberaal, liberaal en vrijzinnig christelijk niet meer als vroeger en als vanzelfsprekend warm voor homorechten? In deze kringen betekende de verkiezing van Barack Obama een mijlpaal. Meer dan die van premier Margaret Thatcher, drie decennia daarvoor in het Verenigd Koningrijk een voorbeeld van vrouwenemancipatie. Voor het eerst werd een biraciale (sommigen kiezen ‘zwarte’) man tot president van het machtigste land ter wereld gekozen. Enthousiasme en ontroering alom. Waarom zagen we hier een jaar later geen robuuste voorbeelden van ontroering en enthousiasme toen Annise Parker was gekozen tot burgemeester van Houston? Lesbisch immers? De enige media die daaraan substantiële aandacht schonken, waren de homofobe kranten van ChristenUnie en SGP.

Vreemd, dat ontbreken van gejuich, want Houston is de op drie na grootste stad in Amerika en in Parkers verkiezingstijd was de boeiende film Milk in de bioscopen te zien. Over de eerste homoseksuele politicus die in het bestuur van een grote Amerikaanse stad werd verkozen. En vermoord. Een paar maanden voor Thatcher premier werd.

Interessant was ook de nieuwe strategie die de onvermijdelijke (vooral christelijke) tegenstanders van Annise Parker in de campagne hanteerden. Zij vielen haar niet zozeer meer aan op haar geaardheid, maar op haar gedrag. Een strategie die tegenwoordig gelovige en andere homofoben in democratische landen steeds vaker toepassen. De homoseksuele mediapriester Antoine Bodar koketteert zelfs al decennia met het feit dat hij zich niet homoseksueel gedraagt. Dat is immers tegen de ‘natuurwetten’, zoals zijn hoogste baas Benedictus XVI nog onlangs de Britse regering verweet, als opmaat voor zijn komende bezoek aan het perfide Albion.

Homofobe partijen als ChristenUnie en SGP eisen dat gedrag van hun achterban en binnen onderwijsinstellingen wordt deze eis dikwijls ook onderschreven door bestuurders met een CDA-achtergrond. Deze christenen vinden hun legitimatie in de Algemene Wet Gelijke Behandeling, een wet die maart 1994 in werking trad. Behalve door het staatshoofd – bij gratie Gods – ondertekend door CDA-minister Hirsch Ballin en vier PvdA-bewindslieden Van Thijn, Ritzen, D’Ancona en Wallage.

Een van de problemen in deze AWGB vormt de uitzonderingspositie voor instellingen op godsdienstige grondslag (Paragraaf 3, artikel 5, lid 2). Ongelijk behandelen mogen die instellingen namelijk wel degelijk,  mits niet op ‘het enkele feit’ van bijvoorbeeld ‘geslacht, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat’. Sinds 1994 derhalve kunnen volgens de wet scholen een docent ontslaan die met zijn mannelijke geliefde met vakantie is geweest.  Of een scholier uitdrijven die met het blad Expreszo wordt betrapt.

De Commissie Gelijke Behandeling, die de klachten moet behandelen die op grond van de AWGB worden ingediend, heeft al eerder aangegeven met de formulering van ‘het enkele feit’ in haar maag te zitten. De Raad van Europa tikte hierover onze regering al diverse malen op de vingers en de Europese Commissie startte zelfs een officiële inbreukprocedure tegen Nederland. Ons uit de staatskas betaalde onderwijs zou immers letterlijk voor iedereen toegankelijk moeten zijn en juist inzake homodiscriminatie zijn de EU-regels zeer expliciet en ondubbelzinnig.

Maar tussen Europese wetten en praktische bezwaren staat GW artikel 23 in de weg, dat niemand buiten Nederland kan verklaren. In dat grondwetsartikel krijgt confessioneel onderwijs expliciet een uitzonderingspositie toebedeeld, waarmee het in de praktijk juridisch andere grondwettelijke vrijheden kan overrulen. Symbolisch ook voor de machtspositie van religie boven andere maatschappelijke verschijnselen.

Hoe kon de regering Balkenende op de Europese druk reageren zonder die uitzonderingspositie van godsdienst prijs te geven? Daarover vroeg zij vorig jaar een advies aan de Raad van State. Volgens dat advies zit er als het om onderwijs gaat ruimte in de EU-wet- en regelgeving. Op scholen vindt immers de overdracht van ‘identiteitsbepalende normen en waarden’ plaats.
De formulering ‘het enkele feit’ kan volgens de Raad worden vervangen door een expliciete verwijzing naar de grondslag van een school.

Dit laatste advies heeft het kabinet overgenomen en PvdA-minister Ter Horst gaat dit als wet verdedigen. Hoogst merkwaardig, want ook een formulering met deze strekking blijft strijdig met Europese regelgeving. Artikel 8 van de Europese richtlijn Equal Treatment verbiedt namelijk het verlagen van het beschermingniveau tegen discriminatie in de lidstaten.

Daarom mijn vraag aan het begin. Waarom loopt links, links-liberaal, liberaal en vrijzinnig christelijk niet wat warmer voor de homorechten? Natuurlijk zullen we onze steun betuigen aan de organisaties die tegen het heilloze voorstel van Ter Horst protesteren. Een minister die overigens anders dan veel van haar partijgenoten bij diverse gelegenheden pleitte om de reformatorische christenen zo veel mogelijk hun zin te geven.

We zullen een beroep doen op andere politieke partijen dan die in de coalitie en op andere sociaaldemocraten dan Ter Horst.

Maar nu word ik bevangen door een hevige vermoeidheid. Want hoe vaak en hoe vergeefs hebben wij dit al niet gedaan?

Maar wanneer wordt er nu eens een fundamentele discussie gevoerd over het feit dat de Nederlandse politiek zich jaar en dag laat gijzelen door een minuscule Gideonsbende van reformatorische christenen? Waardoor wij in Europa steeds weer een, zoals Bolkestein dat noemt, pleefiguur slaan.

Het valt te verklaren dat traditionele gelovigen hun zware broeders en zusters de hand boven het hoofd houden, die zich met een beroep op hun religieuze overtuiging op de rand van de wet bewegen of zich zelfs daarbuiten begeven. Die traditionelen redeneren als volgt: ‘Als die zware broeders dat niet meer mogen, zijn wij straks aan de beurt en loopt de hele uitzonderingspositie van religie in de samenleving, plus ons project van de daaraan verbonden privileges in gevaar.’ Daardoor vertoonden CDA-ministers van Justitie als Donner en Hirsch Ballin in het verleden de hardnekkige neiging om fossiele wetsartikelen als die over blasfemie niet te schrappen, maar integendeel weer uit het spinrag te sjorren of zelfs aan te scherpen. De traditioneel-christelijke vlucht naar voren.

Dat kan zijn. Onbegrijpelijk echter blijft het dat ook ongelovigen en seculiere gelovigen zich iets aan deze Gideonsbende gelegen laten liggen. Op basis van een christelijke grondslag kan men overigens niet alleen homoseksuelen discrimineren. Vrouwen bijvoorbeeld, want die moeten de man dienen. Joden, omdat die de Here Jezus hebben gekruisigd. Zwarten hoef je niet op leidinggevende posities benoemen, want de nakomelingen van Cham dienen die van zijn broeders als knechten.


Laatste publicatie van August Hans den Boef

  • Onbegonnen werk

    De ontvangst van het oeuvre van F. Harmsen van Beek, een casestudy (met Joost Kircz)

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (49)