886
4

Hoogleraar Economie

Esther-Mirjam Sent is hoogleraar Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen en lid van de Eerste Kamer voor de PvdA. Hiervoor doceerde zij aan de University of Notre Dame in de Verenigde Staten en is zij visiting fellow geweest aan de London School of Economics en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Haar onderzoeksinteresses omvatten de geschiedenis en filosofie van de economische wetenschappen alsmede de economie van de wetenschap hetgeen onder andere is uitgemond in twee boeken: The Evolving Rationality of Rational Expectations: An Assessment of Thomas Sargent's Achievements (Cambridge University Press, 1998), waarvoor zij de Gunnar Myrdal-prijs ontving, en Science Bought and Sold: The New Economics of Science (University of Chicago Press, 2002, samen met Ph. Mirowski). Zij is tevens mede-redacteur van de Journal of Institutional Economics. Recentelijk zijn haar onderzoeksinteresses uitgebreid naar gedragseconomie, experimentele economie en economisch beleid. Esther-Mirjam Sent is in 1994 gepromoveerd aan Stanford University in de Verenigde Staten.

Meten én weten

Reduceer leerlingen, studenten en wetenschappers niet tot cijfers en scores

Pas geleden bezocht ik een een ouderavond op de school van de boefjes Sent. Ik schrok me wild van de manier waarop het onderwijs rond het tweetal is georganiseerd, met driewekelijkse evaluaties en halfjaarlijkse Cito-toetsen. Waar deze evaluaties helpen bij het vergelijken van kinderen, bestaat de neiging om scores op Cito-toetsen als absoluut oordeel te zien van de kwaliteiten van leerlingen. Bovendien maakt het leerlingen die niet goed scoren op Cito-toetsen minder aantrekkelijk voor scholen. En het is maar de vraag of leerlingen die uitstekende Cito-toetsen maken ook toegerust zijn voor de maatschappij.

Waar in het primair onderwijs leerlingen gereduceerd worden tot Cito-scores, worden in het hoger onderwijs studenten teruggebracht tot rendementscijfers en wetenschappers tot scores op evaluaties en in publicatielijstjes. Wetenschappelijke output wordt gemeten door middel van een H-index of varianten hierop (contemporary H-index, G-index, E-index, Leeftijd-gewogen citatie score, pop variatie, multi-auteurs H-index). Zich richtend op prestatiecriteria als het aantal artikelen in tijdschriften met een hoge impactfactor, leggen strategische onderzoekers zich vooral toe op het herhalen van veilige wetenschappelijke trucjes.

Daarmee zijn onderwijs en onderzoek onderdeel van een algehele trend om complexiteit tot een simpel cijfer te reduceren. ‘Meten is weten’ is het citaat dat vaak aan Nobelprijswinnaar Kamerlingh Onnes wordt toegeschreven. De exacte quote is evenwel ‘door meten tot weten, zou ik gaarne als zinspreuk boven elk fysisch laboratorium willen schrijven’. Dit lijkt op het oorspronkelijke motto van de zogeheten Cowles Commission for Research in Economics, te weten ‘science is measurement’. Later is dit evenwel aangepast tot ‘theory and measurement’.

‘Meten én weten’, laat dat het devies van beleidsmakers zijn. Het combineren van tellen en vertellen plaatst de gedachte dat dienstverlening volledig met kwantificering geanalyseerd kan worden in perspectief. Cijfers of codes zijn van belang, maar de symbolische waarde van het vertellen mag niet onderschat worden.

Dit artikel verscheen eerder op het weblog van Esther-Mirjam Sent op Voxweb

Volg Esther-Mirjam Sent ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (4)