Laatste update 14:13
4.118
18

Blogger

Grote mond maar ook een groot hart dat op de goede plek zit.
Lijdt aan ernstige vorm van verbale incontinentie.
Gaat regelmatig en vol overtuiging op te lange tenen staan.

Mijn vader is na de oorlog slachtoffer gebleven

Als ik denk aan mijn vader, zie ik hem staan op 4 mei. Zijn handen op zijn rug met zijn blik strak naar buiten gericht terwijl de twee minuten stilte begonnen

Foto: ANP

Het is bijna dodenherdenking en voor mij is dit altijd een week met een zwarte rand.

Deze week wordt beheerst door de herinneringen aan vroeger bij ons thuis. Hoe ik als kind het gevoel had dat mijn keel werd dichtgeknepen omdat het verdriet en de boosheid van mijn vader zo voelbaar aanwezig waren dat het de sfeer in huis bepaalde. Mijn vader die jaren doorbracht in een werkkamp, jaren waar hij nooit echt over sprak, maar die zijn leven en dus ook mijn leven voor altijd hebben gekleurd.

Mijn vader is na de oorlog een slachtoffer gebleven, een geknakt mens dat zich door het leven heen sleepte. Maar het is hem niet gelukt om een gelukkig bestaan op te bouwen.

Altijd was de oorlog er en dat maakte dat zijn nachten vaak gevuld waren met nachtmerries waar hij dan luid schreeuwend uit wakker werd. Wat hij dan droomde? Ik weet het niet, maar na het zien van veel films over de verschrikkingen van de oorlog en het leven in de kampen kan ik mij er toch een voorstelling van maken.

Als ik denk aan mijn vader, zie ik hem staan op 4 mei. Zijn handen op zijn rug met zijn blik strak naar buiten gericht terwijl de twee minuten stilte begonnen. Onbeweeglijk stond hij daar. Om na de twee minuten los te barsten en luidkeels duidelijk te maken hoe hij dacht over de hufters die het waagden om tijdens de stilte door te rijden met hun auto. Toen de tram een keer niet stil stond, belde hij woest naar de HTM om daar zijn beklag te doen over het gebrek aan respect.

Als klein meisje was ik vooral verbaasd over dit gedrag. Mijn pubertijd was de periode dat ik mij vooral rot schaamde en mijn reactie was er één van compleet onbegrip, afzetten en het strooien van een flinke portie zout in de open wond die de oorlog was.

Met de jaren kwam, naast de wijsheid, ook het begrip voor het gedrag van mijn vader. Praten over de oorlog deden we niet. Mijn vader wilde of kon er niet over praten, dus heerste het grote weten maar er vooral over zwijgen.

Toch groeide bij mij het gevoel van erover willen praten. Hoe meer ik te weten kwam over de oorlog des te meer was ik benieuwd naar wat mijn vader had meegemaakt en in welke twee kampen hij de oorlogsjaren had doorgebracht. Op mijn 21e ging ik in het huis van bewaring van Scheveningen werken. In de oorlog was dit het Oranjehotel en in de oorlogsjaren hebben er circa 26.000 tot 30.000 mensen gevangen gezeten. 650 gevangenen uit het Oranjehotel zijn ter dood veroordeeld. Van hen zijn er 215 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. De gevangene die ter dood veroordeeld was, ging naar een dodencel.

Een van deze cellen, cel 601, is nu een nationaal monument en hier vindt op 4 mei jaarlijks een herdenking plaats. Omdat toeval nu eenmaal niet bestaat, werkte ik juist op de vleugel waar deze cel zich bevindt. Voor de jaarlijkse herdenking begon, mocht ik geheel tegen alle regels in, een korte periode in deze cel doorbrengen. Ik zat daar en las de laatste woorden van de mannen en vrouwen die na een verblijf in deze cel in de duinen ter dood werden gebracht. Bij thuiskomst vertelde ik mijn vader over deze bijzondere ervaring. Ik had gehoopt dat we nu een gesprek konden hebben over zijn oorlogsjaren, maar hij knikte en zweeg.

Tijdens mijn eerste zwangerschap begon het verleden van mijn vader steeds nadrukkelijker een rol te spelen in mijn leven. Ik kon mezelf compleet overstuur maken als ik bedacht dat bij een herhaling van die vreselijke oorlogsjaren, zowel ik als mijn nog ongeboren kind vast en zeker bij de mensen zouden horen die op transport naar een kamp getransporteerd zouden worden gezet.

Omdat ik de stilte rondom de oorlogsjaren van mijn vader nu eindelijk weleens wilde doorbreken, schreef ik hem voor zijn verjaardag een lange brief. Naast die brief had ik in de envelop ook een cassettebandje gestopt met daarop een nummer van Heddy Lester. Dat nummer heet Pa en hierin bezingt zij zowel het oorlogsverleden van haar vader als haar eigen angsten in een tijd dat tolerantie steeds meer een zeldzaam verschijnsel lijkt te worden. Mijn plan was mijn vader de envelop te geven op zijn verjaardag op 9 juni. Maar toen het moment daar was, bleef de envelop in mijn tas en besloot ik de brief later wel aan hem te geven.

Later bleek echter te laat. Op 1 oktober dat jaar kreeg ik het telefoontje dat mijn vader plotseling was overleden. Dit jaar is dat vierentwintig jaar geleden. En als de hoorn op 4 mei het sein geeft voor de twee minuten stilte, sta ik uit het raam te kijken. Mijn vader heeft zijn verhaal nooit verteld, maar zijn verhaal mag, net als dat van al die anderen die nu voor altijd zwijgen, nooit worden vergeten. Zeker niet nu die tijden van toen steeds meer de tijden van nu zijn geworden.

De vlag halfstok buitenhangen, zoals ik dat heel lang deed, doe ik al een jaar of vier niet meer. Ik heb de Nederlandse vlag de afgelopen jaren te vaak misbruikt zien worden door trotse Nederlanders. Dit land is voor mij niet langer een land om trots op te zijn en ik heb zeker niet altijd het gevoel hier veilig te zijn. Steeds weer schaam ik mij kapot voor wat mensen er aan gif uitbraken onder de vlag van liefde voor Nederland. Als je goed kijkt en luistert, dan is weer zichtbaar wat blijkbaar altijd al sluimerend aanwezig is. Racisme, discriminatie en vreemdelingenhaat verpakt in een lekker populistische boodschap die bij een groot aantal mensen best prettig in het gehoor ligt.

Dus natuurlijk is herdenken goed en belangrijk, maar we moeten juist nu niet alleen kijken naar wat er toen gebeurde, maar vooral ook zien hoe de geschiedenis zich herhaalt. Ik ben opgegroeid in vrijheid, maar ben mij ervan bewust dat de vrijheid waarin mijn kinderen en ik leven, absoluut geen vanzelfsprekendheid is. Met name de laatste vijftien jaar is de beerput van onderhuids levend racisme en xenofobie opengetrokken en zichtbaar geworden. Je kan niet een doekje over die beerput gooien en doen of die er niet is. We zullen aan de slag moeten om deze vuiligheid op te ruimen. Herdenken is goed. Stilstaan bij wat er toen gebeurde moet, maar laten wij dan vooral ook kijken naar het nu. Niet alleen deze week, niet alleen tijdens die twee minuten stilte, maar iedere dag opnieuw. Zodat de geschiedenis zich niet zal blijven herhalen.

Geef een reactie

Laatste reacties (18)