3.889
60

Auteur en analist (inter)nationale veiligheid en terrorisme

Teun van Dongen is auteur en analist op het gebied van (inter)nationale veiligheid en terrorisme. Recent verscheen bij Amsterdam University Press zijn boek ‘Radicalisering ontrafeld: tien redenen om een terroristische aanslag te plegen’.

Wat moeten we nu met statistieken over terroristische aanslagen?

Je loopt het risico dat je over een tragedie gaat praten alsof het een statistiek is. Maar het omgekeerde is misschien nog wel een groter probleem

Winston Churchill was een emotioneel man. Hij kon zijn emoties moeilijk de baas en liet zijn tranen regelmatig de vrije loop, zo ook tijdens de Conferentie van Potsdam, waar de geallieerden afspraken maakten over de naoorlogse orde in Europa. De zoon van een goede vriend van Churchill was in de oorlog gesneuveld, en tijdens het overleg met Stalin en president Truman schoot Churchill vol. De Britse premier realiseerde zich echter dat zijn verlies in het niet viel bij de tientallen miljoenen Russen die in de oorlog het leven hadden gelaten en verontschuldigde zich bij Stalin. Het antwoord van de Sovjetdictator was een opmerkelijke mengeling van ijskoud cynisme en begrip voor Churchills verdriet: “Oh nee, de dood van één man is altijd een tragedie, de dood van duizenden is een kwestie van statistiek.”

Calculator
cc-foto: Anssi Koskinen

In de nasleep van de aanslag in Manchester wees Ralf Bodelier erop dat het terrorisme van voor 9/11 meer dodelijke slachtoffers eiste dan het terrorisme van nu. In het Radio 1-programma De Ochtend vonden WNL-hoofdredacteur Bert Huisjes en AD-columniste Angela de Jong Bodeliers relativering maar misplaatst. Het mag dan ooit erger zijn geweest, zo meenden zij, maar betekent dat dan dat we een aanslag als die in Manchester moeten wegwuiven als een onbeduidend voorval dat weinig voorstelt in vergelijking met de veel grotere aantallen slachtoffers van de IRA en de ETA? Ik moet zeggen dat ik De Jong en Huisjes wel begrijp. In radio-interviews naar aanleiding van aanslagen haal ik ook wel eens dergelijke statistieken aan, en ik geef toe, dat voelt soms oncomfortabel. Je loopt het risico dat je, om het onderscheid van Stalin maar even aan te halen, over een tragedie gaat praten alsof het een statistiek is.

Maar het omgekeerde is misschien nog wel een groter probleem: als we naar statistieken kijken en ons af laten leiden door de tragedies die erachter zitten, gaan we irrationeel handelen. Het is waar dat het voor een overheid soms verstandig kan zijn om, zoals veiligheidsexpert Dieuwertje Kuijpers hier betoogt, tegenmaatregelen te nemen om een irrationele angst van burgers te bezweren. Mensen voelen zich dan gerustgesteld en kunnen doorgaan met hun leven. Aan deze benadering kleeft echter ook een groot nadeel. Toegegeven, het bewijs is niet eenduidig, maar veiligheidsmaatregelen kunnen de angst van de burgers juist bevestigen en versterken in plaats van wegnemen. Immers, als de overheid het leger de wijken in stuurt om aanslagen te voorkomen, zo zal een burger denken, moet er wel echt wat aan de hand zijn. Bovendien wordt de burger op deze manier voor zijn veiligheidsgevoel afhankelijk van de overheid, die de angst van burgers dan kan misbruiken om allerlei vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen. Ook hier zit een risico in. Een overheid die zichzelf al te nadrukkelijk opwerpt als beschermheer tegen allerlei serieuze en minder serieuze dreigingen gaat op den duur autoritaire trekken vertonen.

Een vergelijking van terrorisme met andere, meer voorkomende doodsoorzaken kan dus wel degelijk nuttig zijn; het kan helpen voorkomen dat we te snel naar draconische maatregelen gaan grijpen. Ook het feit dat het terrorisme van voor 9/11 meer dodelijke slachtoffers eiste, is in dit opzicht waardevol. We kunnen hier namelijk van leren dat democratieën tegen terrorisme bestand zijn, ook als het meer dodelijke slachtoffers maakt dan het huidige jihadistisch terrorisme. Bovendien laten diezelfde statistieken zien dat escalatie als gevolg van draconische maatregelen een reëel risico is. Harde ingrepen door de overheid in Baskenland en Noord-Ierland leidden steevast tot toenames in de aantallen dodelijke slachtoffers van de ETA en de IRA. Het negeren van dit soort gegevens om de veiligheidsgevoelens van de bevolking te vergroten, is onverstandig.

Wat het gebruik van statistieken over terrorisme pijnlijk maakt, is dat aanslagen ons dwingen om twee dingen naast elkaar te doen: we moeten verwerken dat iemand met zijn volle verstand tientallen tienermeisjes om het leven brengt en tegelijkertijd moeten we nadenken over wat een dergelijke aanslag betekent voor, bijvoorbeeld, de wettelijke bevoegdheden van de AIVD en de politie. Op zulke momenten hebben we tegelijkertijd betrokkenheid en distantie nodig, en dat schuurt. Het is daarom belangrijk om deze twee perspectieven uit elkaar te houden. Het zou goed zijn als commentatoren voortaan meteen duidelijk zouden maken wat ze precies met een statistiek willen zeggen. Zo kunnen ze voorkomen dat het overkomt alsof ze het leed van de aanslagen licht opnemen. De luisteraars op hun beurt zouden zich op hun beurt moeten realiseren dat we na een aanslag ook verder moeten en dat statistieken – overigens niet alleen over slachtofferaantallen – ons daar heel goed bij kunnen helpen.


Laatste publicatie van Teun van Dongen

  • Radicalisering ontrafeld

    tien redenen om een terroristische aanslag te plegen

    17-03-2017


Geef een reactie

Laatste reacties (60)