Laatste update 17:24
2.755
14

Historicus

Kaj Brens (1991) studeerde Geschiedenis en Religiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Schrijft en illustreert voor de website Jonge Historici.

Moffenmeiden en jihadbruiden

Net als bij verslaving kun je pas genezen wanneer je verantwoordelijkheid neemt voor je daden

In oktober vorig jaar vroeg de Stichting Werkgroep Herkenning de Nederlandse regering om excuses voor de mishandeling van ‘moffenmeiden’ na de oorlog. Deze groep vrouwen en meisjes, volgens schattingen zo’n 140.000, werden door een woedend en joelend publiek beschuldigd van ‘seksuele collaboratie’ en het heulen met de vijand. Op foto’s en video’s is te zien hoe ze, zonder proces of formele beschuldigingen, werden kaalgeschoren, met verf of pek werden besmeurd en vervolgens door de buurt werden rondgereden en publiekelijk vernederd werden.

Verliefd
Volgens historica Monica Diederichs treft deze ‘moffenmeiden’ weinig blaam; ze werden verliefd op knappe, jonge Duitse soldaten en wisten weinig of niks van de nazistische gruweldaden en massamoorden in Nederland en de rest van de wereld. Er is, in andere woorden, geen sprake van opportunisme, maar van naïviteit. De Noorse regering heeft hierom excuses aangeboden aan hun ‘moffenmeiden’. Stichting Werkgroep Herkenning acht het tijd voor excuses van Rutte en eerherstel voor de groep vrouwen en meisjes die het slachtoffer werden van naoorlogse mishandeling en vernedering.

Nu, na de val van het kalifaat in Syrië en Irak, heeft de Nederlandse samenleving (en de rest van Europa) te maken met een vergelijkbare situatie. Jihadisten en hun ‘jihadbruiden’ keren met de staart tussen de benen terug naar hun Europese geboorteland nadat hun theocratische droom in duigen is komen te vallen. Vooral de vrouwelijke Syriëgangers worden in dezelfde termen besproken als de moffenmeiden zo’n 75 jaar eerder. In de media, praatprogramma’s en publicaties worden ze omschreven als jonge, naïeve meisjes die – verblindt door hun verliefdheid – hun geradicaliseerde man of vriend achterna reisde naar een islamitisch paradijs. Over de gruweldaden van IS – massa-executies, genocide, marteling, slavernij, het vernietigen van culturele en historische objecten en de verkrachting van onder andere Jezidi vrouwen – hadden ze voor hun aankomst in het kalifaat geen kennis genomen.

Romantische motieven
Vorige week eiste het OM 30 maanden cel voor de Rotterdamse Syriëganger Melis A., waarvan 10 voorwaardelijk, voor deelname aan een terroristische organisatie en het voorbereiden van terroristische daden. Haar advocaat, die om vrijspraak vroeg, verklaarde: “Ze is jong, ze weet dat ze fouten heeft gemaakt.” Ook had ze volgens hem ‘romantische motieven’ om af te reizen naar het kalifaat. Nederlands bekendste Syriëganger, Laura H., werd ook beschreven als een naïef, jong meisjes met weinig kennis over de gang van zaken in het kalifaat van IS. De vergelijking tussen hoe er over deze twee groepen – de ‘moffenmeiden’ en de ‘jihadbruiden’ – wordt gesproken lijkt onvermijdelijk.

Toch zou ik een aantal belangrijke verschillen willen aankaarten waaruit blijkt dat de vergelijking toch niet helemaal opgaat. De Nederlandse vrouwen die een relatie aangingen met Duitse soldaten werden beschuldigd van het heulen met de vijand en seksuele collaboratie. Dit is, zelfs als ze de doelen van het nazisme steunden wat in de meeste gevallen niet zo was, niet hetzelfde als waar de teruggekeerde vrouwelijke jihadisten schuldig aan zijn. Die heulden namelijk niet met de vijand, ze waren zelf de vijand. Ze collaboreerden niet, ze steunden actief de doelen van IS door zich erbij aan te sluiten. Het onderzoek van de Amerikaanse politicoloog Robert Pape heeft aangetoond hoe belangrijk het is voor een terreurorganisatie om een gemeenschap van niet-militairen om zich heen te hebben die de doelen van de terreurorganisatie grotendeels steunen. Zonder een dergelijke omringende gemeenschap heeft een terreurorganisatie weinig kans op slagen. Melis A. en Laura H. maakte onderdeel uit van zo’n gemeenschap.

Formeel proces
Een ander niet te miskennen verschil is dat de ‘moffenmeiden’ zonder een formeel proces het slachtoffer werden van een volksgericht en publieke vernedering. Voor veel van die vrouwen was dit een traumatische gebeurtenis. Dit is duidelijk niet het geval bij de teruggekeerde ‘jihadbruiden.’ Melis A. mocht haar proces in vrijheid afwachten, mits ze aan een aantal niet te strenge voorwaarden voldeed (enkelband, reclassering, internettoezicht). Laura H. kon na haar veroordeling al naar huis omdat ze haar straf, 11 maanden cel, al in voorarrest had uitgezeten. Nu studeert ze en kan ze haar leven in alle rust weer oppakken.

Onschuld
Tot slot de vaak aangehaalde naïviteit. Melis A. en Laura H. beroepen zich op onschuld, omdat ze de ware aard van IS niet zouden kennen voordat ze ernaar afreisden. Eenmaal daar werd het snel duidelijk wat het kalifaat werkelijk was en wilden ze zo snel mogelijk terug naar het goddeloze Nederland. Dat er fouten zijn gemaakt is duidelijk, maar er waren nooit kwade motieven. Echter, uit whatsapp-gesprekken, brieven en andere correspondentie blijkt dat beide ‘jihadbruiden’ wel degelijk wisten wat er speelde in Syrië en Irak. Melis A. zocht volgens de aanklager al sinds 2014 informatie over IS. Volgens de Officier van Justitie is ze dan ook ‘willens en wetens’ vertrokken naar het kalifaat.

Historische vergelijkingen kunnen van pas komen, maar in dit geval gaat de vergelijking niet op. Wat me het meest stoort is dat Melis A. en Laura H. zich niet bewust lijken te zijn van hun fouten. Ze reisden af naar IS om ‘romantische motieven’ en omdat ze naïef en jong waren. Over radicalisering wordt nauwelijks gesproken. Net als bij verslaving kun je pas genezen wanneer je stopt excuusjes te maken, wanneer je je eigen fouten inziet en verantwoordelijkheid neemt voor je daden. Pas als dit gebeurt – en geen seconde eerder – kan je erop vertrouwen dat iemand is ‘genezen’.

Cc-foto: Christiaan Triebert

Geef een reactie

Laatste reacties (14)