7.069
15

wethouder GroenLinks


Maarten van Poelgeest is namens GroenLinks wethouder Ruimtelijke Ordening, Bouw en Woningtoezicht, Grondzaken en Klimaat & Energie in Amsterdam. Hij zat er van 1998 tot 2006 in de gemeenteraad, vanaf 2011 als fractievoorzitter. Van Poelgeest is auteur van twee boeken: 'Amsterdam als emancipatiemachine'(samen met Leo Platvoet) en 'Meer Amsterdam'.

Mythes over wonen in Amsterdam

Problemen met de woningmarkt laten zich niet oplossen met oneliners

Mensen maken meestal twee fouten als ze naar Amsterdam kijken. De eerste is dat ze naar de stad kijken als naar een foto, een stilstaand beeld. Maar Amsterdam is een film en altijd in beweging. Mensen komen naar de stad, staan het begin van hun studie of doen hun eerste stappen op de arbeidsmarkt. Ze beginnen in een kleine, meestal goedkope woning en naar mate hun leven verandert, verandert hun woningbehoefte ook. Sommigen zoeken naar een iets groter appartement in een drukke stadse buurt, anderen willen een tuintje en een straat waar je kan stoepkrijten.

De tweede fout is dat ze het plaatje van de stad hebben uitgeknipt langs de gemeentegrenzen. Diemen, Amstelveen en Badhoevedorp zijn op de grond gevallen, om van Haarlem en Zaanstad nog maar te zwijgen. In de praktijk is de stad Amsterdam groter dan de gemeente Amsterdam. Wie met een internationale blik naar de metropool Amsterdam kijkt, vindt alle soorten woningen en wijken.

Laat me nog een paar fabels uit de wereld helpen:
“80.000 euro bruto is een middeninkomen”

Volgens de CBS definitie ligt een middeninkomen tussen de 28.000 en 67.000 euro.

“In Amsterdam wonen geen mensen met een middeninkomen meer”
Als je aansluit bij Amsterdamse definities op gezinsniveau en dan kijkt naar huishoudinkomens van tussen modaal en 2,5 keer modaal kom je op de volgende cijfers: 54% van de Amsterdammers heeft een laag inkomen, 16% een hoog inkomen en 30% zit er tussenin. In de metropool zijn de percentages 43, 21 en 36 procent. De middeninkomens zijn dus bepaald niet weggejaagd. Sterker, elke dag weer komen er middeninkomens bij! Mensen net afgestudeerd die beginnen met hun eerste baan, mensen die promotie maken. Opvallend is dat mensen die de gemeente Amsterdam verlaten meestal verhuizen binnen de metropool Amsterdam.

“Talentvolle mensen kunnen de stad niet in omdat er teveel betaalbare woningen  zijn.”
Integendeel. Juist de beginnende App-ontwikkelaars, softwarebouwers, industrieel ontwerpers en werktuigbouwkundigen zijn vaak aangewezen op betaalbare woningen. Ze verdienen allemaal zo rond de 2250 bruto per maand. Een salaris waarmee je maximaal zo’n 600 euro huur per maand kan betalen. Zij hebben dus betaalbare woningen nodig.

“In Parijs en Londen is het makkelijker en beter.”
Dat klopt misschien wel als het gaat om het vinden van een goed restaurant ’s avonds laat, maar niet als het gaat om het vinden van een woning op minder dan een uur reizen van het centrum. In Parijs kost een woning ‘binnen de ring’ zo’n 6000 euro per vierkante meter. In Londen is het nog meer en in Amsterdam kun je terecht voor de helft. Dat jonge talentvolle mensen nog een woning kunnen vinden in Londen komt vooral doordat het Haarlem en Zaanstad van Londen en Parijs gewoon Londen en Parijs heten.

De Amsterdamse woningmarkt zit steeds meer op slot. Juist in een metropool waarin mensen in hun leven wisselen van woonmilieu is beweging cruciaal. Alleen een stad in beweging biedt immers ruimte aan nieuwe mensen, nieuw talent en nieuwe bedrijven.

Volgens mij moeten er drie dingen gebeuren:
Er moeten meer woningen worden gebouwd. Een nieuwe woning staat in Amsterdam aan het begin van ongeveer negen verhuizingen. Woningbouw bereik je niet met de maatregelen uit het carnavalsakkoord. Zolang de corporaties meer dan 1.7 miljard moeten ophoesten kunnen ze dat geld niet steken in nieuwe woningen. Corporaties zouden een korting moeten krijgen op hun verhuurdersheffing wanneer ze investeren. Deze extra investeringen leveren de schatkist extra belasting op en schept meer werkgelegenheid.

Woningverkopers wiens huis ‘onder water’ staat moeten worden geholpen met hun restschuld. En dat kan: met de verhuislening. In plaats van met een hypotheekbank kan je met een tiende van dat geld veel meer bereiken: de overheid financiert de restschuld tegen een schappelijke, normale rente.

Alle plannen en plannetjes richten zich op de (startende) koper. Hoewel ik niet wil ontkennen dat die het zwaar heeft zijn de problemen voor veel woningbezitters nog groter. Amsterdamse woningen zitten vol stelletjes die graag wat groter willen wonen.  Met alleenwonenden die niets liever willen dan samenwonen met hun grote nieuwe liefde. Met gepensioneerden die graag willen verhuizen naar iets kleiners zonder trap. Ze kunnen echter niet weg want hun huis levert minder op dan hun hypotheek en het financieren van de restschuld kan alleen tegen heel hoge rente.

Corporaties moeten weer gaan doen waar ze voor bedoeld zijn. De taak van corporaties is vólkshuisvesting met de nadruk op volk, en niet op huis. Laat corporaties hun huurders een steeds groter deel van de woning in zelf kopen naarmate hun inkomen groeit. Je start op de markt als 80% huurder en 20% eigenaar en als het je goed gaat, betaal je meer en word je in de loop van de jaren steeds minder afhankelijk van de corporatie.

De jonge talenten houden geen sociale huurwoning bezet, de gearriveerden hebben bezit dat ze door kunnen verkopen om in de metropool Amsterdam een gezinnetje te stichten en de corporaties kunnen een deel van hun bezit sneller liquide maken en weer opnieuw investeren in nieuwe woningen.

Natuurlijk is het leuker en makkelijker om het probleem op de Amsterdamse woningmarkt op te lossen met een oneliner. Maar, zoals Huub van der Lubbe dichtte: ‘Deze stad is een veel te mooie vrouw’. Complex en geweldig.

Maarten van Poelgeest is maandagavond 25 februari te gast in Pakhuis De Zwijger

Geef een reactie

Laatste reacties (15)