2.119
69

Tweede Kamer fractievoozitter Partij voor de Dieren

Esther Ouwehand (1976, Katwijk) werd op 30 november 2006 beëdigd als Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren. Na een carrière in de marketing van jongerentijdschriften bij Sanoma Uitgevers is zij sinds oktober 2002 betrokken bij de PvdD, waar zij in 2004 coördinator werd van het partijbureau. In die functie heeft zij gewerkt aan de opbouw van de partijorganisatie.

Na-ons-de-zondvloed-begroting verdient geen steun

Het is onbegrijpelijk dat oppositiepartijen die zichzelf groen en progressief noemen, een begroting steunen die koerst op gevaarlijke opwarming van de aarde.

Jongeren kwamen massaal in actie tegen het falende klimaatbeleid van het kabinet en het Hof oordeelde dat de Staat haar zorgplicht uitdrukkelijk schendt. Het kabinet kwam echter opnieuw met een begroting die afbreuk doet aan de slagingskansen van de overeengekomen klimaatdoelen. Voor coalitiepartijen kan het voortbestaan van het kabinet mogelijk reden zijn compromissen te sluiten, hoe onverantwoord dat ook is in het licht van de klimaatdoelstellingen. Maar dat oppositiepartijen die zichzelf groen en progressief noemen een begroting steunen die koerst op gevaarlijke opwarming van de aarde is onbegrijpelijk.

Urgenda won de Klimaatzaak in 2015 en kreeg in 2018 in hoger beroep andermaal gelijk. Volgens de rechtbank handelt de Staat direct in strijd met haar zorgplicht om de Nederlandse bevolking te beschermen tegen klimaatontwrichting. Eind 2020 moet Nederland haar uitstoot van broeikasgassen met minimaal 25% hebben gereduceerd ten opzichte van 1990.

Het kabinet vulde deze zorgplicht niet in met ambitieus klimaatbeleid voor de begroting van 2020, integendeel het kabinet besloot in cassatie te gaan en het klimaatbeleid op een laag pitje te zetten. Het zelfverklaarde groenste kabinet ooit neemt daarmee een onverantwoord risico met de gezondheid en veiligheid van de Nederlandse bevolking, waarvan een groot deel onder de zeespiegel woont en in direct gevaar komt bij klimaatverandering van de nu voorspelde omvang.

Onder het motto van “kostenefficiëntie” blijft het kabinet de noodzakelijke klimaatmaatregelen voor zich uitschuiven, gedekt door een boterzachte maar bijna kamerbreed gesteunde tandeloze Klimaatwet zonder afrekenbare doelen. De kosten van niets doen zullen op termijn, na deze regeerperiode, een veelvoud bedragen van de besparing die de huidige nalatigheid ogenschijnlijk oplevert.

Het kabinet zet vol in op het verbranden van biomassa om zogenaamd duurzame energie op te wekken. Voor deze georganiseerde bomenkap staat in ons land ruim 11,4 miljard euro gereserveerd. Terwijl biomassa 20% vervuilender is dan kolen en tweemaal zo vuil als aardgas. Dat zegt ook de Europese wetenschapskoepel EASAC die bovendien stelt dat subsidie op biomassa een onverstandige besteding van belastinggeld is en het behalen van de klimaatdoelen lastiger maakt. De reactie hierop van minister Wiebes sprak boekdelen: “Er wordt door wetenschappers van alles beweerd”. Hij schaart zich daarmee onder populistische wetenschaps-sceptici die zich vooral op sociale media manifesteren. Maar het past in de lijn van eerdere oproepen van VVD en LTO om letterlijk kleingeld te maken van Nederlandse natuur, opdat er geen sprake meer kan zijn van schade aan die natuur.

2019 is een verloren jaar voor het klimaat en 2020 wordt niet beter. Na de leeggepolderde Klimaatwet waarin doelen substantieel werden verlaagd en alle juridische afdwingbaarheid werd geschrapt, volgde een boterzacht Klimaatakkoord. Landbouw, luchtvaart en industrie voelen nog altijd de rugdekking van de minister Schouten, Van Nieuwenhuizen en Wiebes die hun zorgplicht veruit ondergeschikt maken aan hun ambitie om zelf ongeschonden de volgende verkiezingen te halen. Alle reden voor een krachtige Klimaatwet 1.5 met als doel om daadwerkelijk onze bijdrage te gaan leveren om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5⁰C.

Het Nederlandse klimaatbeleid gaat een cruciale fase in. Op 20 december volgt de uitspraak van de Hoge Raad, waarna het kabinet nog precies een jaar heeft om te doen waar het in 2015 al mee had moeten beginnen.

Hoe groot het gat met het 2020-doel ook lijkt, de maatregelen om dit doel te bereiken zijn beschikbaar. Urgenda inventariseerde met ruim 700 organisaties een pakket van 40 maatregelen. Niets hoeft het kabinet ervan te weerhouden deze of vergelijkbare maatregelen door te voeren en ze in elk geval niet over de verkiezingen van 2021 te tillen.

De Tweede Kamer nam recent twee moties van de Partij voor de Dieren aan, waarin het kabinet wordt opgeroepen alle door Urgenda geïnventariseerde maatregelen serieus te nemen en een uiterste inspanning te leveren het Urgenda-doel te halen. De Rijksbegroting voor het jaar 2020 voldoet niet aan deze breed gedragen opdracht vanuit het parlement.

De Partij voor de Dieren zal tegen iedere Rijksbegroting stemmen die aankoerst op een opwarming van de aarde van meer dan 1,5 graad. Na-ons-de-zondvloed-begrotingen verdienen geen steun.

Geef een reactie

Laatste reacties (69)