300
1

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

Neem geen genoegen met verkiezingsbeloftes

Stemmen moet meer zijn dat kruisjes zetten op een menukaart, op gevaar af dat de biefstuk kleiner uitvalt dan op het plaatje

De democratie is een kwetsbaar gegeven. Verkiezingstijd en begeleidende commotie maken dat duidelijk. In het enkele gebruik van termen kan gevaar schuilen. Wanneer termen niet kritisch worden doorgelicht, worden ze manipuleerbaar. Een van deze termen is ‘belofte’. Wat houdt het toch in wanneer we van een politicus, woordvoerder van een partij, zeggen dat hij ‘beloften’ doet ? En vervolgens, in het geval hij in het zadel zit, hij zijn ‘beloften’ al dan niet nakomt?

In een recent artikel in het Financieele Dagblad wordt bijzonder fel uitgehaald naar een grote linkse partij in ons land: ze doen beloften die ze nooit kunnen waarmaken, kortom ze liegen, alleen om stemmen te winnen. Want – zo wordt hieraan toegevoegd – wanneer mensen het moeilijk hebben (‘uitzichtsloze financiële situatie’) grijpen ze naar elke strohalm, dat wil zeggen luisteren ze naar de eerste de beste charlatan die hen gouden bergen belooft.

Nog afgezien van de concrete belofte die hier wordt gehekeld, en van de vraag of je er apriori van kunt zeggen dat die niet ingelost kan worden (kwijtschelding van restschuld bij banken na verkoop van huizen onder de waarde van de gesloten hypotheek), is het zaak over deze boute beweringen na te denken.  
Belofte is een mooi woord, maar in een tijd waarin de tendens bestaat de mens te eenduidig als ‘consument’ af te schilderen, kan het woord wel eens tot misvattingen leiden. Zeker wanneer het binnen politiek verband wordt gebruikt. Zeker wanneer het zich tot cijfers beperkt (zoals overwegend het geval is).

Engagement
Stel, een politicus belooft een stijging van de koopkracht van deze of gene bevolkingsgroep, in cijfers berekend. We nemen hier nota van, we kruisen onze armen en wachten passief af totdat de politicus, wanneer hij eenmaal aan de macht is, zijn belofte nakomt. En wee als hij dat niet doet! Als de politiek zich tot dit schema bepaalt, is het dan niet in wezen een zaak van consumptie geworden?

En in dat geval kun je terecht enige vraagtekens zetten bij de politieke betrokkenheid van de kiezers. In dat geval kun je je zelfs afvragen of kiezers die het moeilijk hebben wel goede kiezers kunnen zijn: het enige waar het hen om gaat is een verbetering van hun eigen situatie, concreet in geld omgerekend. Ze moeten daarom wel erg sterk in hun schoenen staan willen ze zich niet door loze ‘beloften’, anders gezegd leugens, laten misleiden.

Een stap verder, en je zegt : nee, dat kunnen geen goede kiezers zijn, laat de gang van zaken daarom maar aan specialisten over, aan technocraten. Brood en spelen zijn er voor het volk genoeg. Om maar te zeggen, wie politici hekelt omdat ze mensen die het moeilijk hebben zouden misleiden, toont evengoed een grote verachting voor deze laatste groep mensen. De arme schapen kunnen haast niet anders dan zich voor de gek laten houden. Is democratie daarom wel zo’n ideaal gegeven?

Geen belofte, maar een voorstel
Veel verandert wanneer je de term ‘belofte’ buiten de aanbod-en-consumptie sfeer trekt en je de term in de zin van ‘voorstel’ of ‘project’ duidt. Zelfs wanneer de beloften-voorstellen concreet zijn, in cijfers omgerekend, worden de kiezers toch meer in de realisatie ervan betrokken. De bieder staat niet meer tegenover de consument, de belofte-doener zegt: dit is mijn voorstel, mijn streven, zo projecteer ik me in de toekomst, maar ik heb jouw steun nodig op de weg naar de volvoering ervan.

In deze zin is kiezen niet kruisjes zetten op een menukaart (op gevaar af dat de biefstuk kleiner uitvalt dan op het plaatje) maar zich engageren. In dit schema is er minder plaats voor een negatieve beeldvorming van mensen-die-het-moeilijk-hebben, alsof het geen goede kiezers zouden kunnen zijn. Ook zij doen volop aan politiek, in de zin van het samen-organiseren van de polis, ook al kiezen zij nu even, begrijpelijkerwijs, voor voorstellen waar zij direct baat bij hebben. Alles begint met een kwestie van perceptie.

Natuurlijk, politici zelf zouden er goed aan doen zich hier scherp van bewust te zijn wanneer ze termen als ‘belofte’ hanteren of – wat eerder het geval is – zich door sommige media tot een aanwenden van deze term te laten verleiden. Nogmaals, de gezondheid van de democratie is ermee gemoeid. En trouwens, alles welbeschouwd, wat is er mooier dan de ‘belofte’? Het houdt de hoop en de verwachting levend.

Zo is het en niet anders?
Technocraten – dat wil zeggen de toezichthouders bij een samenleving die de vorm heeft aangenomen van een veelheid hoogst ingewikkelde, technische mechanismen – gaat het enkel om het goed functioneren van deze mechanismen. Geen kwaad woord over hen, zolang ze het hierbij laten, en ze dit zo-functioneren niet als een rotsvaste status quo presenteren. Het is wel duidelijk dat het functioneren van de mechanismen van onze economie (een functioneren dat gebaseerd is op bepaalde ideologische stellingnames), groot maatschappelijk onrecht in de hand werkt.

Genoegen nemen met de stellingen van hen die zeggen ‘tja, zo is het en het kan niet anders’ is daarom voor ieder redelijk denkend mens uitgesloten. En ik denk ook : we hebben beloften – goede beloften – nodig! In de zin van voorstellen die de mensen engageren, op de been brengen. En dat, uiteraard, op grond van een gedegen uitleg over de feitelijke situatie. Nieuwe hoop, nieuwe verwachtingen – noem het geen vaag, idealistisch gezwets! We zijn toch met z’n allen, wij bepalen toch zelf hoe wij samen willen leven?


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 fragmenten

    met een voorwoord van Nelleke Noordervliet

    2017


Geef een reactie

Laatste reactie