729
6

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Niet bang zijn voor ik=wij

Laat me je vrienden zien en ik weet of je dik of dun bent

Ons sociale netwerk bepaalt met wie we naar bed gaan, of we rijk worden en of we dik of dun zijn. Maar dat is niets om je zorgen over te maken.

Gisteren schreef ik al een stukje over het onderzoek dat laat zien dat naarmate mensen dichter bij ons staan ze een onderdeel van onszelf worden. Ik=wij. Omdat we niet meer dan 150 mensen enigszins kunnen onthouden (o ja, dat is een kleinzoon van die of o ja die zit in klas 3b en is bevriend met haar) is die wij-groep gemiddeld 150. Vandaar dat legereenheden, bendes, de extended family, maar ook het gemiddelde aantal vrienden op Facebook 150 is. Natuurlijk hebben sommigen van ons meer vrienden op FB, maar dan kennen ze echt niet iedereen zo goed.

We kunnen door veranderingen in ons leven natuurlijk ook in andere menselijke netwerken terechtkomen, maar de capaciteit van onze hersenen lijkt toch op ongeveer 150 mensen te zitten. Met die mensen huilen we als wolven mee als we het met elkaar eens zijn en we laten ons verleiden tot roddels en pesten om de homogeniteit van onze groep te bestendigen.

Dit is allemaal boeiend en bepaald niet nieuw. Omdat er zoveel mensen reageerden, wijs ik graag op het boek Connected van Nicholas A. Christiakes en James H. Fowler. Een bijzonder boek, waarin de twee wetenschappers goed laten zien hoe verrassend veel invloed sociale netwerken hebben op hoe we ons leven leiden. Invloed op met wie je naar bed gaat, op of je rijk wordt of niet en ook op of je dik wordt of niet. Beide heren onderzochten hoe het kan dat de kans dat we dik zijn maar liefst 80 procent is als onze broer/zus of beste vriend/vriendin dik is, en andersom natuurlijk. Dat komt dus omdat we onze mening over wat dik is, aanpassen aan onze sociale omgeving, aan ons netwerk. En dan hoeven die sleutelfiguren in ons netwerk van 150 niet eens dagelijks te zien. Bijeenkomen tijdens de kerst volstaat.

De chemistry die ervoor zorgt dat we aan elkaar vast komen te zitten met onze zenuwstelsels is gecompliceerd, maar oxytocine dat gevoelens van affectie geeft bij gebaren van tederheid (het meeste bij orgasme of borstvoeding), speelt een rol. Ook dopamine is een belangrijk onderdeel van die chemistry. Dat geeft een gevoel van beloning bij aangename ervaringen, dus bijvoorbeeld waardering van je groepsgenoten. Daartegenover staan de stresshormonen als je teveel afwijkt. En serotonine dat geproduceerd wordt in ons lichaam als we ons goed voelen en niet voortdurend onder stress staan en waardoor onze stemming wordt bepaald.

Lezers van het stukje van gisteren maakten zich bezorgd over het individu en benadrukten dat ze zelf een hekel aan groepen hebben. Het aardige van het wij=ik fenomeen is nu juist dat we de groep tot ons ik hebben gemaakt en de groep helemaal niet benauwend ervaren. Ik=wij, maar ik die wij is, is wel een individu in onze perceptie. Zodra de groep belemmerend werkt en een gevangenis wordt (je bent gay in Rusland bijvoorbeeld) zoeken mensen meer steun in een ander netwerk, waar een andere wij ´ik´ wordt. In een open samenleving is het aardige dat je gemakkelijk kunt switchen van netwerk zonder dat je het echt merkt.

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter
Het vorige Gezonde Weetje van de Dag:
Wij zijn helemaal geen individuen

Het nieuwe boek van Ivan Wolffers is: Het gezonde lifestyleboek


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (6)