4.401
48

Socioloog

Bram de Ridder is 29 jaar, socioloog en arts in opleiding tot psychiater. Daarnaast schrijft hij zowel fictie als non-fictie. Eerder verschenen stukken van hem in Trouw, De Volkskrant en NRC alsook korte verhalen in diverse literaire tijdschriften.

Niet het vrije woord, maar verdraagzaamheid en tolerantie worden bedreigd

We moeten proberen mensen te zijn die de neiging tot onderdrukking, onderdrukken

Vorige week donderdag was ik aanwezig bij de demonstratie op de Dam naar aanleiding van de aanslag in Parijs. Er waren columnisten, journalisten, kunstenaars, acteurs, schrijvers. Allemaal mensen die mijn leven dagelijks kleur geven. Veel demonstranten hadden een pen of een potlood in de hand en keken bedrukt. Ik ging me ook bedrukt voelen en ook zo kijken.

Tijdens de minuut stilte liepen er Marokkaanse jongens langs. Ze riepen:
“Wow, iedereen is stil. Alleen wij praten!” “Ja man.” En ze lachten. Om mij heen werd met het hoofd geschud en er werden afkeurende blikken uitgewisseld. Deze jongens verstoorden de stilte en maakten daarmee blijkbaar op een problematischere manier gebruik van het vrije woord dan de jongens van Charlie Hebdo deden met hun provocerende cartoons.

Toen ik daar stond vroeg ik me af waarom we eigenlijk precies de straat op gingen nu. Waar ging het over? En demonstreerden we wel voor hetzelfde doel? Ging het over het verdedigen van het vrije woord? En is dat dan een selectie van het vrije woord? Of waren we ook stil opdat deze Marokkaanse jongens gebruik mochten maken van het vrije woord tijdens onze minuut stilte?

Het lastige van zo’n massale, in korte tijd georganiseerde, manifestatie is dat we nog niet zo goed hebben kunnen nadenken over wat er nu precies is gebeurd en wat de implicaties zijn. Het doel van de demonstratie was niet scherp geformuleerd. Uiteraard is er de, in Nederland bijna unaniem gedeelde, afschuw over deze moordpartij. Maar dat is bijna obligaat en als afschuw voor deze moordpartij een reden is om de straat op te gaan, dan is er elke dag een nieuwe reden om op de Dam te gaan staan.

Ik denk dat velen het gevoel hadden dat er iets belangrijks op het spel staat en dat we daarom demonstreerden. Maar wat dat ‘iets’ is? Volgens mij is het in elk geval niet het vrije woord dat in het gedrang is. Het is goed dat bij wijze van hommage veel cartoons van Charlie Hebdo de afgelopen dagen in verschillende bladen en op internet opnieuw zijn gepubliceerd. Het is goed dat ze zelf terug zijn gekomen met een sterke cover. Maar feitelijk hoeven we niet harder te gaan schreeuwen om te bewijzen dat het vrije woord hier mag bestaan. Het bestaat.

Iets anders wordt volgens mij wél bedreigd. En dat is, net als na de moord op Theo van Gogh, verdraagzaamheid en tolerantie. Deze bedreiging is een sluipmoordenaar en zit meer in de manier waarop wij met de aanslag omgaan dan in de aanslag zelf.

Tolerantie is volgens de definitie van socioloog Kees Schuyt ‘het onderdrukken van de neiging om te onderdrukken’. Wanneer mensen zeggen te moorden uit naam van de islam, ontstaat de neiging de islam in zijn geheel te willen onderdrukken. Zulk soort polarisering is wat de terroristen beogen. Het maakt immers de kans groter dat moslims radicaliseren en zich uiteindelijk aansluiten bij Al Qaida of IS. De oorlogsretoriek van Wilders en Le Pen is de reactie waar de jihadisten op hopen.

Maar polarisering loopt ook langs een andere lijn. Langs de lijn van selectieve verontwaardiging. Dat iedereen opeens Charlie is, is massahysterie met een gevaarlijk soort zelfgenoegzaamheid; de uitgewisselde afkeurende blikken ten aanzien van de jongens die de minuut stilte verstoorden. Wij vinden op dat moment onze invulling van het vrije woord superieur aan die van de jongens terwijl wij tegelijkertijd uitdragen dat alles gezegd moet kunnen worden.

Hierin zit de kern van de tweespalt die terroristen proberen te zaaien. Je suis Charlie suggereert dat je het wel met de invulling van het vrije woord door Charlie Hebdo eens moet zijn, anders heb je een verkeerd idee van het vrije woord. En als wij in stilte Charlie Hebdo gedenken, moet je je mond houden.

Toen ik op de fiets zat terug naar huis, wrong er dan ook iets. Ondanks de oprechte intenties en de verbroedering die ik ook had gevoeld. Wij stonden daar met z’n allen op de Dam eensgezind bedrukt te zijn. Een vrouw naast me huilde, gevoelig voor het massale rouwbeklag, om tekenaars die ze niet kende die tekenden voor een blad waar ze nooit van had gehoord. We stonden daar uit principe, als vrijheidsstrijders. Dit werd onderstreept door de speeches, waarin ons werd opgeroepen pal te blijven staan voor de vrijheid van meningsuiting en daar geen millimeter op in te leveren.

Wat ik te weinig hoorde is dat wij mensen met gebreken zijn. Mensen die op bepaalde momenten op bepaalde thema’s te lange tenen hebben en op andere momenten, al dan niet bedoeld, op die van anderen gaan staan. Mensen die gekrengd kunnen zijn wanneer kwajongens een minuut stilte verstoren. Maar dat het onze opgave is tegelijkertijd mensen te zijn die de neiging tot onderdrukking onderdrukken. En dat we uiteraard niet het recht in eigen hand mogen nemen.

Als we eenmaal massaal de straat op gaan, dan met de eensluidende boodschap dat ons streven tolerantie is, het enige werkelijk effectieve antwoord op aanslagen die trachten een samenleving te ontwrichten.

cc-foto: Sebastian Villain

Geef een reactie

Laatste reacties (48)