1.881
90

Economiedocent

Alexander Beunder (1987) heeft een Msc in economie (Universiteit Utrecht), werkt momenteel als economiedocent aan een middelbare school in Den Haag en blogt op www.economielinks.wordpress.com

Niet Zuid-Europa maar Duitsland hoofdschuldige in eurocrisis

In Duitsland wordt gestaakt voor hogere lonen. Heel Europa zou deze stakingen moeten toejuichen

In plaats van Griekse lonen en levensstandaarden naar beneden te trekken, moeten Duitse lonen omhoog, als we de eurocrisis op een humanitaire manier willen oplossen. De huidige stakingen in Duitsland bieden enige hoop.

Momenteel wordt er gestaakt in de Duitse industriesector voor een 5,5% loonstijging. Ook in de Duitse Amazon-magazijnen, de luchtvaart, de postsector en het Berlijnse onderwijs zijn dit jaar al stakingen geweest. Heel Europa zou dit moeten toejuichen. Econoom Heiner Flassbeck van UNCTAD legt uit hoe een sterke loonstijging in Duitsland de beste manier is om Zuid-Europese crisislanden weer competitief te maken binnen de eurozone en dat het de beste weg is uit de eurocrisis.

Blaam
Welk land binnen Europa treft de meeste blaam voor het veroorzaken van de eurocrisis? Griekenland, Spanje, of Ierland misschien? Nee, volgens een paper van de Duitse economen Flassbeck en Spiecker (2011) is Duitsland de hoofdschuldige. Doordat Duitsland sinds eind jaren negentig een overdreven loonmatiging inzette werden haar exportproducten veel te goedkoop en versterkte de Duitse concurrentiepositie binnen de eurozone enorm, ten koste van Zuid-Europa (Griekenland, Portugal, Spanje en Italië). De Zuid-Europese industrie werd door Duitsland weggeconcurreerd, leggen Flassbeck en Spiecker uit.

Toegegeven, de Zuid-Europese lonen stegen iets meer dan gerechtvaardigd was volgens de ‘loon-regel’ die stelt dat lonen moeten meestijgen met productiviteit plus de inflatiedoelstelling (2% in de eurozone). Maar Duitsland week van alle eurolanden het meeste af van deze loon-regel door haar lonen onvoldoende te laten stijgen, aldus Flassbeck en Spiecker.

Balansen
Als je naar de Europese handelsbalansen kijkt, zie je inderdaad dat sinds eind jaren negentig vooral Spanje, Griekenland en Portugal enorme exporttekorten begonnen op te bouwen: ze importeerden steeds meer, maar exporteerden onvoldoende. Duitsland daarentegen bouwde exportoverschotten op: ze exporteerde veel meer dan ze importeerde.

De basis voor de eurocrisis was hiermee gelegd. Volgens econoom (en Eerste Kamerlid voor de SP) Geert Reuten gingen Portugal, Spanje, Ierland, Italië en Griekenland in het eurotijdperk steeds meer schulden aan om importoverschotten te betalen, terwijl sterkere landen als Nederland, Finland, België, Oostenrijk en dus Duitsland juist meer geld konden gaan uitlenen – geld verdiend aan exportoverschotten. Vooral het sterkere Noord-Europa profiteerde zo van de euro, concludeert Reuten.

Zolang we deze sterke ongelijkheden in handelsbalansen niet oplossen blijft de eurocrisis voortduren, leggen Flassbeck en Spiecker uit. Dat is moeilijk te ontkennen. Ook de Trojka (de EC, ECB en IMF) erkent dit. Ook Hans de Geus van RTLZ erkent het: “de voornaamste reden waarom Griekenland, Spanje en Portugal het zo moeilijk hebben is hun handelstekort”.

Hoewel De Geus het af en toe tussen de beursupdates op RTLZ weet aan te kaarten, is het probleem van Zuid-Europese handelstekorten nogal ondergesneewd in de gebruikelijke verslaggeving over de eurocrisis. We wijzen liever op de luiheid van de Grieken of de excessief grote overheidssector van Griekenland (wat door cijfers keihard wordt tegengesproken). We beschuldigen liever de Grieken van belastingontduiking (waar Nederland overigens medeplichtig aan is) dan naar de rol van Noord-Europa zélf te kijken.

Trojka
Zolang de Trojka het maar snapt, dan lossen hun slimme technocraten de ongelijkheden in handelsbalansen wel op, zou je kunnen denken. Er is echter een groot verschil tussen de oplossing die Flassbeck en Spiecker voorstellen en de lijn die de Trojka (sterk gesteund door Duitsland) momenteel volgt.

Het Trojka-beleid trekt de lonen en levensstandaarden van Zuid-Europeanen enorm naar beneden via een sterke loondaling, zware bezuinigingen en de daaruit volgende daling van import. Volgens Flassbeck en Spiecker is de beste oplossing een sterke stijging in Duitse lonen zodat de overdreven sterke concurrentiepositie van Duitsland binnen de eurozone zou verminderen. Hoewel de eurocrisis misschien in een te vergevorderd stadium is om überhaupt nog op te lossen, bieden de vele Duitse stakingen die momenteel hogere lonen proberen af te dwingen dus enige hoop.

Toegegeven, het bezuinigingsbeleid van de Trojka lost de handelsbalansen ook op; de afgelopen twee jaar zien we een vermindering van de handelstekorten. Het heeft in Griekenland echter ook tot een humanitaire crisis geleid, toenemende sociale onrust en de opkomst van de fascistische Gouden Dageraad. Uiteindelijk is dit beleid politiek onhaalbaar, waarschuwen Flassbeck en Spiecker, om dezelfde reden dat Keynes in 1919 waarschuwde voor de gevaarlijke politieke gevolgen van de enorme herstelbetalingen die Duitsland werden opgelegd na de Eerste Wereldoorlog.

Dit verarmingsbeleid biedt bovendien geen structurele oplossing voor de Zuid-Europese overheidsschulden, want “door diezelfde verarming neemt het overheidstekort, waar de bezuinigingen om begonnen waren, niet af, omdat de belastingopbrengsten teruglopen”, legt De Geus uit. “En passant worden door de lagere import natuurlijk de handelspartners geraakt in hun export. In meerderheid zijn dat andere EMU-lidstaten, zodat uiteindelijk iederéén verliest. Dit zien we nu terug in de aanhoudende krimp voor de Eurozone,” aldus De Geus. Een aanhoudende spiraal van bezuinigingen en werkloosheid is heel Europa is het voorspelbare gevolg.

Flassbeck en Spiecker keren de kwestie om. Om de euro te redden – en of je dat überhaupt wil kun je betwijfelen – zou Duitsland haar concurrentiepositie moeten matigen via een sterke loonstijging in eigen land. Zuid-Europese lonen en sociale uitgaven hoeven niet persé te dalen en Griekenland hoeft niet in de uitverkoop. De onevenwichtigheden in de eurozone verdwijnen als Duitse lonen de komende jaren een sterke inhaalslag maken, terwijl Zuid-Europese lonen iets gematigder stijgen dan voorheen. En passant lossen we een totaal voorkoombare humanitaire crisis op. 

Geef een reactie

Laatste reacties (90)