2.383
32

Voorzitter Algemene Onderwijsbond

Liesbeth Verheggen is voorzitter van de Algemene Onderwijsbond

De normale, hardwerkende Nederlander van Rutte-III heeft geen schoolgaande kinderen

De huidige onderwijsplannen zijn ontoereikend en de actiebereidheid in het onderwijs is enorm. In het primair onderwijs is iedereen klaar voor vervolgacties

Rutte-III
Foto: Tweede Kamer der Staten-Generaal

Als ik het moet inschatten, lijkt minister Slob me een positief ingesteld mens die niet wegloopt van een uitdaging. Toch vraag ik me af of hij op zijn netvlies heeft met welke enorme problemen de onderwijsarbeidsmarkt kampt. Vooralsnog is hij door de onderhandelaars van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie met een onmogelijke opdracht naar de Hoftoren gestuurd.

De cijfers over het snel oplopende lerarentekort hadden overtuigend genoeg moeten zijn om ook een kabinet met een rechts profiel te overtuigen van de noodzaak fors te investeren in het onderwijs. Het zijn nota bene de schattingen die worden gebruikt bij de arbeidsmarktramingen van OCW zelf waarin wordt gewaarschuwd voor tekorten van 10 duizend voltijdleraren in het primair onderwijs in 2025.

Tel daarbij op het gegeven dat het Nederlandse onderwijs burn-outkampioen is. Een feit dat ook al afkomstig is uit rapporten die worden opgesteld in opdracht van de rijksoverheid.

Bedenk dat een vo-school in de omgeving van Katwijk eerder dit jaar 10 duizend euro startpremie uitloofde aan de wiskundeleraar die hun team zou komen versterken. Kijk naar de lokpremies die grote steden inzetten om leraren in het PO naar hun gemeente te halen. Lees de berichten in kranten die verslag doen van pabo’s waar studenten nog tijdens hun opleiding worden gecontracteerd door basisscholen.

Ook zonder een Zuiderpark vol stakende leraren had een beetje politicus achter zijn oren gekrabd en zich afgevraagd of het allemaal nog wel zo lekker loopt op de arbeidsmarkt van het onderwijs. Status en beloning blijven achter vergeleken met andere beroepen voor hoogopgeleiden en op internationaal niveau scoort Nederland slecht. Dat heb ik ook niet zelf bedacht, maar wordt jaarlijks gemeld door de OESO en het aan de Universiteit Maastricht gelieerde Researchinstituut voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).

Onterecht klaroengeschal
Het zijn allemaal voorbeelden die een groep onderhandelende politici aan het inzicht hadden moeten helpen dat de overheid snel en constructief moet ingrijpen om er voor te zorgen dat ons onderwijs de kwaliteit blijft leveren die de samenleving – terecht – eist.

Helaas lijkt de huidige generatie politici – of in ieder geval het smaldeel dat aan besturen toekomt – lethargisch. Natuurlijk, sinds het primair onderwijs gezamenlijk actie voert voor meer salaris en minder werkdruk, zit er een klein beetje schot in de zaak. Er is 270 miljoen euro gereserveerd voor salarissen en er wordt geschermd met een bedrag van 450 miljoen euro om te voorkomen dat ons onderwijspersoneel afbrandt.

Vooral D66 presenteerde de onderwijsparagraaf van de coalitie met klaroengeschal. ‘De grootste onderwijsinvestering in jaren!’, twitterde de communicatieafdeling van de partij. Partijleider Pechtold ging nog een stap verder en riep in al zijn enthousiasme dat het de grootste extra investering in het onderwijs was ‘sinds de oorlog.’

Het is een toon die we van minister Slob niet snel zullen horen. De euforie rond het feit dat er een regeerakkoord is, is weggeëbd en in zijn jaren als leider van de ChristenUnie hebben we hem niet leren kennen als een politicus die van veel drama houdt. Vrolijk kan hij niet van die statements zijn geworden. Want los van het feit dat dit niet klopt – en zover hoef je niet terug te bladeren: in 2001 en 2008 werd bijvoorbeeld al forser in onderwijs geïnvesteerd – moet je de vraag durven stellen of het onderwijs hier geen lippendienst is bewezen.

Om te beginnen kan iedereen vaststellen dat die 270 miljoen euro aan extra salarisruimte in het primair onderwijs niet het eerste wapenfeit is van deze coalitie, maar het laatste van de coalitie van PvdA en VVD. Hooguit kan Rutte-III op zijn conto schrijven dat er in de onderhandelingen randvoorwaarden zijn gesteld aan het vrijmaken van die loonruimte, waarmee de nieuwe coalitie zich in feite aan de cao-tafel meldt.

Dan de werkdruk: aan de vooravond van de massale staking in het primair onderwijs van 5 oktober ‘lekte’ een bedrag van 500 miljoen euro aan werkdrukbestrijding uit de formatiebesprekingen. Het kwam te laat om de motivatie te breken van de ruim 70 duizend stakende leraren, maar de vraag of je na zo’n toezegging nog moet staken hebben we die dag wel honderd keer beantwoord: ja je moet staken. En nee je moet geen staking afzeggen op basis van een gerucht.’

De feiten gaven ons bij de presentatie van het regeerakkoord gelijk. Voor werkdrukbestrijding is komend jaar maar 10 miljoen euro beschikbaar. Dat loopt weliswaar op tot 430 miljoen euro in 2021, maar in een sector waar een kwart van het personeel met een burn-out te maken krijgt mag je meer gevoel van urgentie verwachten.

Bij lange na niet voldoende
Samengevat: er wordt extra geïnvesteerd en we zijn blij met het extra geld, maar de bedragen zijn onvoldoende om het tij te keren en van het onderwijs weer een aantrekkelijke sector voor hoogopgeleiden werkzoekenden te maken. We vragen niet voor niets 1,4 miljard euro voor het primair onderwijs alleen.

En dat moet de start zijn voor meer. Begin dit jaar publiceerde de Algemene Onderwijsbond een werkdrukmanifest en een salarisstappenplan voor alle onderwijssectoren. Een voorzichtige berekening toonde aan dat het onderwijs 6 miljard euro per jaar extra nodig heeft om salarissen te kunnen betalen waarmee we hoogopgeleiden kunnen werven. Tegelijkertijd moeten we werk kunnen maken van kleinere klassen.

Dat de prioriteit qua timing ligt bij het primair onderwijs omdat er met de laagste loonschaal in die sector nauwelijks leraren te werven zijn, betekent niet dat er elders geen problemen zijn. Een gebrek aan leraren wiskunde of Duits in het voortgezet onderwijs is net zo goed schadelijk voor onze samenleving. Blijkbaar dacht de nieuwe coalitie dat te kunnen negeren omdat we daar nog geen actie aan het voeren zijn: er wordt geen letter aan besteed in het regeerakkoord. Voor de AOb is dat onbegrijpelijk.

Kortom: er zit een gapend gat tussen de investeringen die Rutte-III met trots presenteerde en de noden van het onderwijs. En natuurlijk weten we ook dat geen enkele coalitie meteen zegt ‘hier heb je er zes miljard bij’. Onze plannen voorzien daarin middels een stappenplan. We bepleiten bovendien meer controle over de manier waarop dat geld wordt uitgegeven.

Rutte-III kiest een andere weg. Komt met enorme lastenverlichtingen en snoeit in de winstbelasting voor het bedrijfsleven. Onderhandelaars verklaren desgevraagd dat ze iets wilden terugdoen voor de ‘normale, hardwerkende Nederlander’.

Toch een vraagje. Heeft die ‘normale, hardwerkende Nederlander’ waarop Rutte-III zich stort geen schoolgaande kinderen? Vindt de nieuwe coalitie dat die kinderen geen recht hebben op het best mogelijke onderwijs? Is het goed dat ze in klassen met dertig of meer kinderen komen te zitten? Dat ze wiskunde krijgen van de docent Engels? Het lijkt er wel op.

Publieke sector betaalt de bankencrisis
In de voorbije jaren is de samenleving om een offer gevraagd. De economie was in crisis en alle zeilen moesten bijgezet om erger te voorkomen. Salarisstijgingen zaten er niet in en op de publieke sector werd keihard bezuinigd.

Alleen: de crisis werd veroorzaakt door enorme fouten in onze bankensector. Niet omdat er in het onderwijs met miljarden werd gesmeten. Desalniettemin mocht het onderwijs de prijs betalen voor de fouten die elders werden gemaakt: middels de nullijn werden in alle sectoren de salarissen bevroren. Net als het budget voor onderhoud, terwijl er met rekenmodellen wordt gewerkt die nog uit de tijd van het krijtbord komen.

Nu de crisis voorbij is, mag je van redelijke partijen als VVD, CDA, D66 en ChristenUnie verwachten dat ze eerst herstellen wat is vernield in de publieke sector voordat men gaat strooien met belastingvoordeel, geheel in de geest van het gezegde dat je het dak repareert als het droog is.

Tjeenk Willink ziet het probleem wel
De onderhandelende partijen kregen daarover op 27 juni nog goede raad. Precies op de dag dat de scholen in het primair onderwijs een uur later open gingen om de eis van 1,4 miljard euro extra kracht bij te zetten, publiceerde scheidend informateur Herman Tjeenk Willink de notitie ‘Over de uitvoerbaarheid vanen uitvoering van nieuw beleid. Of: Hoe geloofwaardig is de overheid?’ die hij als bijlage naast zijn eindverslag over de formatieonderhandelingen presenteerde.

In de tekst wijst Tjeenk Willink er op dat de economische crisis weliswaar ten einde is, maar dat dit niet wordt gevoeld op de werkvloer van de publieke sector. Hij stelt vast dat er sinds 2010 voor maar liefst 61 miljard euro is bezuinigd en dat dit bedrag grotendeels is bespaard op de publieke dienstverlening.

Wie bedenkt dat de meeste van die bezuinigingen dit jaar hun maximale beslag hebben gekregen, zie de 6 miljard euro die de AOb eist voor de onderwijsarbeidsmarkt ineens in een ander licht. Je kunt zelfs zeggen dat we best bescheiden zijn.  Het verhaal van Tjeenk Willink verklaart ook waarom de positieve verhalen waarop de coalitie het onderwijs meent te trakteren tot zulke felle reacties leiden.

Nieuw kabinet moet plannen kunnen herzien
Tegelijkertijd moet het nieuwe kabinet de kans krijgen om de plannen te herzien. Om te beginnen zijn meer investeringen in primair onderwijs noodzakelijk. Maar er moet ook een deltaplan komen voor de gehele sector. Daar horen niet de kortingen bij die we nu nog zien – Rutte-III snoeit namelijk nog steeds in de onderwijsbudgetten om een niet opgelost financieringsprobleem van het vorige kabinet te dichten, noemt dat een ‘doelmatigheidskorting’ en die komt vanaf 2021 onderwijsbreed neer op een bedrag van 176 miljoen euro structureel – maar een visie waarin naast de coalitiepartijen ook het onderwijsveld zich herkent.

Daarom wil de AOb zo snel als mogelijk van minister Slob horen hoe hij de toekomst ziet.  Deze week krijgen we daartoe al de gelegenheid bij een bezoek van het PO-Front in de Hoftoren. Maar we willen ook dat hij in het openbaar met ‘het veld’ in gesprek gaat. Dat de minister daartoe bereid is en 29 november een zaal voor leraren opzoekt, vinden we prijzenswaardig.

Daar heeft ook niet alleen het onderwijspersoneel recht op. De normale, hardwerkende Nederlander verdient ook een toelichting op de gemaakte keuzes. Net als het internationale bedrijfsleven, dat ongetwijfeld blij is met het belastingvoordeel, maar ook wil weten wat het opleidingsniveau van de beroepsbevolking is.

Eén ding staat vast: de huidige onderwijsplannen zijn ontoereikend en de actiebereidheid in het onderwijs is enorm. In het primair onderwijs is iedereen klaar voor vervolgacties. Als we 5 december geen nieuwe toezeggingen krijgen, gaat de sector op 12 december weer plat.

Daar stopt het niet mee, want de acties gaan door zolang Rutte-III niet beweegt. Ook in andere sectoren is het onrustig. Dat kan minister Slob onmogelijk verbazen: na een regeerakkoord waarin wel dingen staan over het Wilhelmus maar niets over het probleem dat er geen leraren zijn voor de exacte vakken of Duits, moet hij wel een idee hebben hoe de hazen lopen.

Geef een reactie

Laatste reacties (32)