2.032
94

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Nostalgie en Brexillusies

Het zijn vooral de Britten die zullen lijden onder de onzekerheid over de toekomstige relatie met de EU

cc foto Dr Motte

We leven in curieuze tijden. In de zomer van 2016 besloot het Verenigd Koninkrijk (VK) in een referendum nipt om de EU te verlaten. Noem me naïef, maar ik dacht dat dit verkiezingsresultaat zou worden vertaald in een gematigd compromis; in een oplossing die ook rekening zou houden met de wensen van de grote groep remainers in het electoraat. In plaats daarvan zijn de tegenstellingen na het referendum door de Engelse tabloids verder opgeklopt en heeft de ideologisch verblinde, eurosceptische vleugel van de Conservatieve Partij het verkiezingsresultaat ge-framed als een ontegensprekelijk mandaat voor een harde Brexit, en een radicale breuk met 40 jaar Europese samenwerking.

Deze keuze staat bol van de nostalgie, en verraadt een pathologisch verlangen naar het Britse imperium van weleer. De Britten, wordt wel gezegd, willen het rijk verlaten waarin ze nu door anderen worden geleid ― de EU ― en weer terugkeren naar het rijk waarin ze zelf ooit anderen leidden ― het Britse Imperium. Het plan om na Brexit de banden met de Gemenebest weer aan te halen heeft van Britse ambtenaren in de wandelgangen zelfs de bijnaam Empire2.0 gekregen.

Britse rijk
Natuurlijk, Theresa May spreekt gloedvol over haar visie van een open, internationaal gericht, modern VK, dat nauw wil blijven samenwerken met de Europese partners, maar de beleidsplannen verraden een andere toekomstvisie ― minder immigratie uit Europa, meer controle, en het vertrek uit de grootste interne markt ter wereld. Mays kabinet wil het continent dat zich 30 kilometer van de Engelse kust bevindt de rug toe keren om aan de andere kant van de wereld nieuwe handelsverdragen af te kunnen sluiten met vooral de overwegend blanke onderdelen van het voormalige Britse Rijk ― de VS, Australië, Nieuw Zeeland, en Canada.

Het lijkt erop dat de Britten hebben besloten om zich voortaan vooral te gaan richten op mensen die hun taal spreken en bij wie ze zich volledig senang voelen. Voor veel Britten is dit misschien een aangename toekomstdroom, maar als levensvatbaar alternatief voor de EU is dit gespeend van iedere realiteitszin. De gemenebest zal de verloren handel met de EU nooit kunnen goedmaken.
De nostalgie strekt zich niet alleen uit tot de gloriedagen van het Britse Rijk. De historicus Max Hastings riep de woede op van de Brexiteers toen hij Brexit niet beschreef als een sprong voorwaarts, maar als terugkeer naar een Miss Marple Engeland. Toch heeft Hastings een punt. Veel oudere Britten en veel kiezers in de achtergebleven districten in Zuid Wales en het industriële Noorden willen wel degelijk terug naar de jaren vijftig, toen ze nog gezellig onder elkaar waren en iedereen een goede boterham verdiende in de mijnen, de hoogovens, of de maakindustrie.

Kool en stalen
Nick Clegg, de half-Nederlandse volksvertegenwoordiger voor de pro-Europese liberaal-democraten bezocht voor het programma Newsnight Ebbw Vale, een typisch Brexit-district in Zuid Wales. (Het is de regio waar mijn schoonfamilie vandaan komt en die ik goed ken.) Het is een gebied vergelijkbaar met Zuid Limburg of Wallonië, hard getroffen door deïndustrialisatie en alleen met geld van de EU ― voor wegen, scholingsprogramma’s, renovatie, hergebruik van industriële monumenten ― nog een beetje in staat om het hoofd boven water te houden.

Toch stemde een meerderheid van vooral de oudere kiezers in Wales voor Brexit en tegen de EU-investeringen. Dat deden ze volgens Clegg vooral uit een verlangen naar de tijd dat de hoogovens in Ebbw Vale iedereen nog een zekere baan verschaften en geld in hun portemonnee. De EU investeringen verzachtten misschien de problemen met een aantal mooie gebouwen en wat nieuwe infrastructuur, maar brachten hun oude leven niet terug toen de Welsh nog trots staal en kolen produceerden en voor zichzelf zorgden.

Brexit zal dat leven natuurlijk ook nooit terugbrengen. Integendeel, de EU subsidies zullen waarschijnlijk niet worden vervangen met nieuwe geldstromen uit London en de situatie in Zuid Wales zal alleen maar verslechteren. Paul Krugman schreef in een recent opiniestuk over West Virginia ― de koolmijnstaat van de VS ― iets dat ook voor Wales opgaat.

In West Virginia hebben veel mensen op Trump gestemd om de gloriedagen van de mijnbouw weer te doen herleven ― een wens waar Trump gehoor aan heeft gegeven met zijn recente opheffing van de milieumaatregelen tegen nieuwe koolmijnen. Maar een renaissance van West Virginia zal daarmee niet op gang komen. De koolmijnen bieden al vele decennia nauwelijks werkgelegenheid meer en vormen ook in West Virginia maar een relatief klein deel van de economie.

Fracking heeft de koolindustrie recentelijk bovendien nog onrendabeler gemaakt. Het beeld van West Virginia als een koolmijnstaat heeft meer te maken met culturele symboliek, met een historisch gegroeide regionale identiteit, dan met een levende economische realiteit. Datzelfde geldt ook voor Wales. De regionale identiteit van de Welsh is verbonden met de heroïek van de staalarbeiders en de mijnbouwers. Daar is natuurlijk niet mis mee, maar je moet het niet de basis maken van je sociaaleconomische beleid.

Roadkill
In de aanloop naar de formele Brexit, die 29 maart officieel door Theresa May in gang is gezet, waren het vooral de Britten die achter het stuur zaten. Zij dicteerden de agenda en konden beslissen wanneer de zogenoemde Artikel 50 procedure van start zou gaan. Het waren vooral de Britse visies, Britse dromen en Britse perspectieven die het proces informeerden. Nu zijn de Europeanen aan zet.

Een aantal auteurs denkt dat dit op een harde confrontatie zal uitlopen. Joris Luyendijk verwacht dat de Europese vrachtwagen frontaal op de Britse mini zal botsen ― met voorspelbare gevolgen. Frances Coppola voorspelt in haar blog dat het VK hetzelfde lot zal wachten als Griekenland met zijn poging om onder het bezuinigingsprogramma van de EU uit te komen.

Volgens Coppola is de EU meedogenloos in onderhandelingen en wie denkt ze bij de unie iets af kunnen dwingen eindigt meestal als “roadkill,” als aangereden wild. Een dergelijke harde confrontatie lijkt mij echter onwaarschijnlijk. Het VK is niet Griekenland en het zou een fatale fout zijn om de Britten op de valreep iets door de strot te drukken en te vernederen.

Angela Merkel lijkt eerder aan te sturen op vertragen en traineren. Het zijn vooral de Britten die zullen lijden onder de onzekerheid over de toekomstige relatie met de EU. Als de kosten van Brexit langzaam duidelijker worden, komen ze misschien zelf bij zinnen. Misschien leert het ze eindelijk te accepteren dat de tijd dat Groot Brittannië over de golven regeerde ver achter ons ligt en niet meer terug zal komen.

Geef een reactie

Laatste reacties (94)