818
1

Freelance journalist/fotograaf

Peter Edel (1959) is freelance journalist/fotograaf en woont in Istanbul. Zijn artikelen en foto's zijn onder andere verschenen in de Engelstalige Turkse krant TodaysZaman. Ook is Peter Edel schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (Uitgeverij EPO, Antwerpen, 2012).

Obama en het G-woord

Gaat de Amerikaanse president Turkije nogmaals tegemoetkomen?

In Turkije noemt men het de ‘de gebeurtenissen van 1915’, in de rest van de wereld veelal ‘de Armeense genocide’. Tussen die termen bevindt zich een enorme controverse.

Op 24 april herdenken de Armeniërs de dag waarop het begon, met de deportatie van Armeense intellectuelen uit Istanbul. Paus Franciscus nam de aftrap tot het internationale circus rond de herdenking door het G-woord niet uit de weg te gaan toen hij over ‘de eerste tragedie van de twintigste eeuw’ sprak.

Franciscus citeerde Paus Johannes Paulus II en dacht zo een confrontatie uit de weg te gaan. Naïef van de kerkvorst, want die vlieger ging uiteraard niet op. In Turkije leidden zijn woorden tot brede verontwaardiging. De regerende Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) riep uit protest de Turkse ambassadeur bij de Heilige Stoel terug en sommeerde de vertegenwoordiger van het Vaticaan in Turkije.

Los van de centrale vraag bracht Franciscus het op een vreemde manier. Zoals hij het voor deed komen leek de tragedie van WOI zich te beperken tot de dood van Armeniërs. Alsof er geen miljoenen andere slachtoffers vielen tijdens die oorlog. Niet in de laatste plaats onder de moslims in het Ottomaanse Rijk, die destijds eveneens zwaar getroffen werden. 

Samenzwering
Voor premier Davutoglu waren de woorden van Franciscus genoeg om hem te betichten van betrokkenheid bij een samenzwering, waar volgens hem ook de Republikeinse Volkspartij (CHP) en de Koerdische georiënteerde Democratische Volkspartij (HDP) deel van uitmaakten. Davutoglu verweet de paus, de CHP en de HDP verbonden te zijn aan een ‘buitenlands project’ om de AKP in de aanloop van de verkiezingen te beschadigen.

Er ontstond een genante situatie voor Davutoglu toen zijn adviseur, de Turks-Armeense Eyten Macupyan, ‘de Armeense genocide’ vervolgens ronduit erkende. ‘Wanneer wat in Bosnië en Afrika plaatsvond als genocide wordt beschouwd, dan is het onmogelijk om wat de Armeniërs in 1915 gebeurde niet zo te noemen’, vond Macupyan.

Minister van Europese Zaken Volkan Bozkir noemde de uitlatingen van Macupyan ongepast voor een adviseur van de premier. Erg opvallend was dat Macupyan dezelfde week nog met vervoegd pensioen ging. 

Medz Yeghern
Franciscus legde een precedent neer bij Barack Obama. Die zinspeelde er tijdens zijn verkiezingscampagne op ‘de Armeense genocide’ te erkennen. Toen hij eenmaal president was ging hij het G-woord echter uit de weg. In plaats daarvan sprak hij van ‘Medz Yeghern’, Armeens voor ‘de grote catastrofe’. Zolang het woord genocide niet valt heeft men daar geen probleem mee in Turkije.

Nu Franciscus het beladen woord heeft uitgesproken kan Obama het als gezichtsverlies ervaren wanneer hij dat wederom nalaat. De tijd lijkt er rijp voor om het alsnog te doen. Obama ondernam recentelijk  historische stappen ten aanzien van Iran en Cuba. Dat wordt hem zeker niet door iedereen in dank afgenomen, dus hij zou kunnen redeneren dat dit er ook nog wel bij kan.

De gevolgen zouden niet van de lucht zijn. Om te beginnen in juridische zin. Wanneer de VS ‘de Armeense genocide’ erkennen ligt de weg vrij naar rechtszaken waarin Armeniërs land en andere eigendommen in Turkije claimen. Dat zijn nogal wat eigendommen. Er zijn historici die menen dat de economische basis van de Turkse Republiek voor een deel met geconfisceerde Armeense goederen werd gelegd.

Wellicht bevindt zich hier voor een deel de reden waarom Amerikaanse presidenten vaak terughoudend waren met het G-woord. Een NAVO-bondgenoot wil je nu eenmaal tegen een dergelijk pak problemen beschermen. 

Consequenties
De verstandhouding tussen Washington en Ankara is echter wel eens beter geweest. Er zijn zelfs geluiden hoorbaar dat de Amerikanen uitzien naar een nieuwe, of in ieder geval extra partner in de regio, om Turkije tot op bepaalde hoogte te vervangen. Daartoe zouden ze hun betrekkingen met Iran willen verbeteren. Deze omstandigheden zouden Obama het zetje kunnen geven om te doen wat hij tot nu toe heeft gelaten.

Als Obama ‘het’ doet zullen er zeker ook politieke gevolgen zijn. Neem wat er gebeurde in 2011 toen een partij in Frankrijk voorstelde om het ontkennen van ‘de Armeense genocide’ te verbieden. Het wetsvoorstel werd uiteindelijk niet aangenomen, maar voor Turkije was alleen de gedachte al voldoende om voorlopig een streep te zetten door de militaire betrekkingen met Frankrijk.

Zoiets hangt de Amerikanen ook boven het hoofd mocht Obama de stap wagen. Er kunnen dan bijvoorbeeld gevolgen optreden voor de luchtmachtbasis Incirlik van de VS, voor het op Iran en Rusland gerichte radarsysteem op Turks grondgebied en voor de samenwerking in crisisgebieden, zoals in Syrië en Irak. 

SCO
Komt het zo ver dan is de afstand tussen Turkije en het westen opeens een stuk groter. En een stuk kleiner met China, Rusland en andere landen van de Sjanghai-groep (SCO), waar president Erdogan zich sowieso al door aangetrokken voelt. Deze verschuiving zou voor Turkije nadelige gevolgen hebben, omdat het westen in economisch opzicht nog altijd meer te bieden heeft dan de SCO.  

Tegelijkertijd is de VS er veel aan gelegen om een land met een in militair, politiek en economisch opzicht zo belangrijke brugfunctie naar alle windstreken, niet te verliezen aan het oostelijke kamp. Een overeenkomst met Iran biedt daar onvoldoende compensatie voor.

Als dit alles van een enkel woord afhangt lijkt de keuze voor Obama snel bepaald; ook als de prijs bestaat uit gezichtsverlies voor hem. Obama heeft de Turken echter nog niet gerustgesteld. Een woordvoerder van Witte Huis sprak het G-woord weliswaar niet uit, maar Obama moet er zelf nog over aan het woord komen. Komende vrijdag zullen we het weten. 

Discussie
‘De gebeurtenissen van 1915’, c.q. ‘de Armeense genocide’, zijn niet mijn favoriete onderwerp. Erg moeilijk om er iets over te schrijven zonder een discussie op gang te brengen die door starre standpunten nergens toe leidt.

De emoties die daarbij een rol spelen verwijzen ook naar de nazi-Holocaust tijdens WOII. Die draagt ertoe bij dat het woord ‘genocide’ in Turkije extra gevoelig ligt, terwijl om dezelfde reden in West-Europa niemand met ‘ontkenning’ geassocieerd wil worden.

Door de emoties wordt te vaak uitgegaan van het bestaan van een overvloed aan bewijzen, of antibewijzen. Terwijl het daar nu juist aan ontbreekt. Tegenover ieder feit dat genocide bewijst kan altijd weer een ander feit in stelling worden gebracht. Bovendien kunnen feiten in twijfel worden getrokken door uit te gaan van vervalsing of incorrecte vertaling.

Voor een historicus kan het al moeilijk zijn om met volledige zekerheid te bepalen wat een maand geleden is gebeurd, laat staan wat honderd jaar geleden plaatsvond. Verdeeldheid onder historici (ook onder niet-Turkse historici) kan daardoor niet uitblijven, wat het zeer twijfelachtig maakt of er ooit definitief uitsluitsel gegeven zal worden vanuit de wetenschap.  

Opinie

De discussie is een gebed zonder einde, waarbij het vaak ideologisch bepaalde gelijk verdedigd wordt met een religieus fanatisme. Dat laatste maakt het ironisch dat de controverse onlangs door een religieuze autoriteit werd aangekaart.

Ik overwoog om in dit artikel mijn eigen standpunt achterweg te laten. Niet in de laatste plaats omdat een artikel te weinig ruimte biedt om een opinie te onderbouwen. Of ik daarmee weg had gekomen valt te betwijfelen, omdat aan beide kanten de drang om bevestiging van het gelijk af te dwingen erg sterk is. Te sterk wellicht om zelfs het uitblijven van een standpunt te kunnen accepteren.

Het past echter niet op een opiniewebsite om geen mening te hebben. Daarom kan ik er niet onderuit om tenslotte te schrijven dat ik er ondanks alle tegenargumenten naar neig om de genocide van 1915 als een historisch feit te erkennen. Ik beweer echter zeker niet dat ik een iedere discussie hieromtrent kan winnen. Niet op punten, laat staan met een knock-out. Voor mijn discussiepartner geldt echter hetzelfde.

Er valt voor een publicist over de Turkse politiek hoe dan ook niet aan het onderwerp te ontkomen. Niet alleen omdat het tot internationale consequenties kan leiden mocht Obama het G-woord uitspreken, maar ook omdat dit van invloed kan zijn op de naderende verkiezingen in Turkije. Dat laatste in de zin dat de nationalistische partij met de meeste zendtijd op TV er het meest profijt uit kan trekken. Daarom wil ik niet uitsluiten dat ik binnenkort op ‘de gebeurtenissen van 1915’ terug zal komen.

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (Uitgeverij EPO, Antwerpen, 2012).
 
Volg Peter Edel ook op Twitter.


Laatste publicatie van PeterEdel

  • De diepte van de Bosporus

    een politieke biografie van Turkije

    2012


Geef een reactie

Laatste reactie