66.981
143

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Omroep Zwart is een ontzettend traditioneel Nederlands initiatief

Akwasi moet oppassen dat hij geen excuusomroep uit de grond stampt. Dit blijft tenslotte Nederland.

AkwasiMet zijn omroep Zwart is Akwasi op een ontzettend Nederlandse manier bezig. Hij treedt in de voetsporen van titanen als pater Lambert Perquin (KRO), ds. Everard Spelberg (VPRO) of Jan Broekz. (VARA), wezenlijke vormgevers van het Nederlandse omroepwezen.

Bijna honderd jaar geleden heeft een commerciële partij Nederland radio bezorgd. De Nederlandsche Seintoestellen Fabriek in Hilversum – later door Philips opgekocht – bouwde een zender om zo meer radioapparaten en onderdelen te kunnen verkopen. Dan viel er immers iets op hun producten te beluisteren. ‘t Mocht allemaal niet teveel kosten en daarom stichtte de eerste programmaleider Willem Vogt een vereniging van luistervinken, die allemaal contributie moesten betalen. Die heette Algemene Vereniging Radio Omroep (AVRO). De Seintoestellenfabriek was bovendien genegen de zender te verhuren aan andere aanbieders, de Vereeniging van Arbeiders Radio Amateurs (VARA), de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep (VPRO) en de Vrijdenkers Radio Omroep. Dominees en pastoors zagen met lede ogen aan hoe er stemmen in de huiskamer klonken waarover zij geen enkele controle hadden. Zo kwamen de Katholieke Radio Omroep (KRO) en de Nederlandsch Christelijke Radio Vereeniging (NCRV) tot stand. Ze bouwden samen een eigen zendinstallatie in Huizen vlakbij Hilversum

De politiek ging zich met de gang van zaken bemoeien. Willem Vogt beschouwde de AVRO als een nationale, alle levensbeschouwingen overstijgende organisatie, die daarom recht had op alle zendtijd. Hij kreeg steun van de liberalen en het dagblad De Telegraaf.

In Den Haag bezaten de christelijke partijen de absolute meerderheid. Dus daar kwam niets van terecht. In 1930 werd de grondslag gelegd voor het huidige bestel. De staat zorgde voor de zendapparatuur. De zendtijd werd netjes onder de bestaande omroepverenigingen verdeeld. Tijdens de Duitse bezetting voerde Seyss-Inquart het luistergeld in om dit systeem te financieren. Hij verving de omroepen door een Nederlandsche Omroep met een nationaalsocialistische klankkleur. Na de oorlog kwamen ze weer terug. Het luistergeld bleef. Iedere radiobezitter kreeg een jaarlijkse rekening. Voor eigenaren van televisie werd kijkgeld ingevoerd. Voordeel: zo kon de overheid niet via de geldkraan invloed uitoefenen op de programmering. Daar is rond de eeuwwisseling helaas een eind aan gemaakt en sindsdien is het spel op de wagen. De omroepen worden steeds meer in de verdediging gedrongen. De VVD-politicus Sander Dekker dwong zelfs een aantal fusies af omdat dit efficiënter zou zijn. Toch draagt het stelsel nog steeds de karakteristieken van 1930. Wel kunnen sinds de jaren zestig nieuw gestichte omroepen tot het bestel toetreden als ze maar voldoende leden weten te werven. Daardoor konden bijvoorbeeld De EO, Omroep Max of de TROS tot het bestel toetreden.

Het is Akwasi’s bedoeling om mensen van kleur een duidelijke plaats te geven in de zendtijd van de Publieke Omroep. Wat dat betreft spiegelt hij zich aan de katholieken, de protestanten, de vrijdenkers en de sociaaldemocraten die bijna een eeuw geleden hetzelfde nastreefden. Dat was een enorm succes. De omroeporganisaties hadden elk hun eigen massale achterban onder de luisteraars. Zij wisten op hun beurt de programma’s te vinden die het best bij hun levensovertuiging pasten als was die maar moeilijk te vinden bij publiekstrekkers als VARA’s Showboat of Negen heit de klok van de KRO.

Aan de achtergrond van de artiesten kon je het wel merken. In Negen heit de klok hoorde je muzikanten en komieken met een katholieke achtergrond. De sterren van Showboat hadden meestal wel iets van de PvdA of het waren zoals Wim Sonnevelt, bepaald geen kerkgangers, om maar te zwijgen over diens grote geheim waarvan velen wisten maar waarover iedereen besmuikt zweeg. Om het modern te zeggen: de kansen lagen je in je eigen bubbel. En niet daarbuiten. Dan kreeg je toch opgetrokken wenkbrauwen en de vraag of je niet door de verkeerde deur naar binnen was gelopen.

Dit gevaar bedreigt Akwasi. Het zal hem geen moeite kosten om voldoende talent te vinden als hij een samenbindend figuur blijkt die om zich heen talenten laat opbloeien in plaats van ze naar zijn eigen mal te modelleren. Dan wordt hij een soort Jan Slagter.

Tegelijkertijd is de kans groot dat mensen van kleur automatisch bij Omroep Zwart terecht komen net als de katholieken destijds bij de KRO. Hij wordt dan de grondlegger van een nieuwe verzuiling, niet op levensbeschouwelijke maar op etnische grondslag. Als blanke hoor je bij AVRO/Tros en consorten, de Nederlanders van kleur sluit zich aan bij Omroep Zwart. Zo’n etnische verzuiling is niet nieuw: zij bestaat al een jaar of zeventig in Suriname. Alleen het populisme van Desi Bouterse is er in geslaagd de zo opgetrokken grenzen tussen bevolkingsgroepen te doorbreken.,

Zo wordt dan Akwasi een eenentwintigste eeuwse versie van pater Perquin die alle katholieken onder een dak poogde te verenigingen om hun geluid in de ether tot klinken te brengen. Of een hedendaagse dominee Spelberg.

Een pure, loepzuivere Nederlander is die jongen, met zijn poten diep in de zompige poldergrond getrokken. Zijn initiatief opent één deur maar slaat andere met een klap dicht. Hij moet oppassen dat hij geen excuusomroep uit de grond stampt. Dit blijft tenslotte Nederland.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (143)