Laatste update 07 december 2016, 10:30
2.150
75

Epidemioloog

Ineke Palm is bestuurslid Pauluskerk vluchtelingenwerk, actief bij platform Rotterdamverwelkomtvluchtelingen, WijzijndethuiszorgRotterdam, RotterdamvoorGaza en SP Rotterdam. Zij is epidemioloog en was verbonden aan het wetenschappelijk bureau van de SP. Daarnaast is zij vice-voorzitter van de gebiedscommissie Delfshaven.

Ongelijkheid in gezondheid, willen we er echt iets aan doen?

Anno 2016 zijn de sociaal-economische gezondheidsverschillen in Nederland nog steeds groot en hardnekkig


Als er één grote uitdaging is op het gebied van gezondheidsverbetering, dan is het wel het verminderen van de sociaal-economische gezondheidsverschillen (SEGV) en de etnische verschillen in gezondheid. Dan moet de politiek wel het lef en de wil hebben de oorzaken hiervan aan te pakken. De groeiende sociaal-economische ongelijkheid, de tabaksindustrie en de achterstanden in gezondheid bij allochtonen en vluchtelingen. Ongelijkheid is niet alleen slecht voor arm maar ook voor rijk, stelt prof. Wilkinson. Omdat ongelijke samenlevingen meer gericht zijn op competitie, wat stress in de hand werkt. Over dit alles en de dynamiek van ongelijkheid in de wereld gaat het symposium dat de SP zaterdag 10 december organiseert in de Pauluskerk in Rotterdam.

Door: Ineke Palm en Sandra Beckerman, wetenschappelijk bureau SP

segv
bron: eengezondernederland.nl/rijksinstituut voor Volksgezondheid en milieu

Het was maart 1994 toen de SP voor de eerste keer een symposium organiseerde over tweedeling en de gevolgen voor gezondheid. De commissie Ginjaar (SEGV-I) had net het eindverslag uitgebracht over haar onderzoek (in 1989-1993) naar sociaal-economische gezondheidsverschillen. Deze verschillen waren niet nieuw. In de 19e eeuw werd hier voor het eerst aandacht aan besteed door geëngageerde artsen en burgers die de grote volksgezondheidsproblemen in die tijd aanpakten. In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw bestond het idee dat met de komst van de verzorgingsstaat de SEGV zouden verdwijnen of sterk afnemen. In 1978 kwam er een einde aan dit idee met de publicatie van het beroemde Black Report in Engeland. Hierin bleek dat ondanks het toenemen van de welvaart en de komst van de verzorgingsstaat, de sociaal-economische sterfteverschillen zijn toegenomen.

vrouwen

Werk voor het halve kabinet
De verschillen in levensverwachting bedroegen in 1994 ongeveer vier jaar tussen mannen met een hoge en een lage opleiding en iets minder tussen laag- en hoogopgeleide Nederlandse vrouwen. Jan Marijnissen was geschokt over de apathie van de politiek hierover. Hij verweet de politiek dood door schuld als er niets zou worden gedaan aan de verkleining van deze gezondheidsverschillen. De SP, die in 1994 in de Tweede Kamer kwam, heeft dit onderwerp steeds hoog op de politieke agenda gezet. ‘Hier ligt werk voor het halve kabinet’, erkende minister Borst in debat met Jan Marijnissen. Helaas verzuimde ze om het kabinet vervolgens aan het werk te zetten. De armoede en de sociaal-economische verschillen bleven groeien. In 2001 concludeerde de commissie Albeda (SEGV-II) dat ook de verschillen in gezondheid tussen arme en rijke mensen groeien: arme mensen leven 12 jaar in slechtere gezondheid en gaan 3,5 jaar eerder dood dan rijkere.

Oorzaken gezondheidsverschillen
Dat de verschillen niet kleiner werden is niet zo vreemd. Aan de oorzaken van deze verschillen – verschillen in woon-, werk en leefomstandigheden – werd niets gedaan. Ook de onderzoekscommissie SEGV-II wees op het grote belang van materiële factoren zoals slechte huisvesting, slechte arbeidsomstandigheden en armoede. Deze materiële factoren blijken bovendien bij te dragen aan een verhoogde kans op ongezonde leefgewoonten (roken, weinig bewegen, ongezonde voeding). Behalve materiële factoren en ongezonde leefgewoonten werken psychosociale factoren zoals stress mee, het opvangen hiervan en de mate van steun in de omgeving verschilt onder hoog- en laagopgeleide mensen. Tenslotte speelt de toegang tot de zorg een rol.

Ongelijkheid groeit
Nog steeds wordt er weinig gedaan aan het aanpakken van de oorzaken. Integendeel, de ongelijkheid groeit in Nederland. De inkomensverschillen lopen sinds 2009 weer op; het CPB heeft becijferd dat op lange termijn de inkomenskloof met 3,2 procent zal toenemen. Nederland is een middenmoter in Europa als het gaat om inkomensongelijkheid maar de vermogens zijn hier zeer scheef verdeeld. Uit cijfers van het CBS blijkt dat de rijkste 1 procent meer dan 28 procent van het totale vermogen bezit. In Nederland groeien 421.000 kinderen op in armoede. Dat blijft niet zonder gevolgen. Alleen al het feit dat een kind uit een gezin komt met een gering inkomen, bepaalt zijn of haar toekomst, stelde Engbertsen in zijn rapport ‘Armoede en sociale uitsluiting’. Het aantal Nederlanders dat in langdurige armoede verkeert, is door de economische crisis snel gestegen, blijkt uit een vrij recent onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Nederland telde in 2013 1,25 miljoen armen. Daarvan leefde bijna de helft (595 duizend mensen) minstens drie jaar onder de armoedegrens, het criterium voor langdurige armoede. Dat is bijna 4 procent van de Nederlandse bevolking. Voor de crisis (2007) waren er 950 duizend armen en lag het aantal langdurige armen op nog geen 500 duizend.

Het werken in Nederland wordt steeds ongezonder. De werkdruk neemt toe. Ruim een derde van de medewerkers werkt dagelijks onder te hoge werkdruk volgens een onderzoek van het bureau Effectory. Ook uit de vele onderzoeken van de SP in de publieke sector komt de hoge werkdruk consequent naar voren. In de zorg en het onderwijs noemt zo’n 80 procent te hoge werkdruk. In de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en GGZ neemt de werkdruk nog eens enorm toe. Het aantal flexbanen groeit schrikbarend, bijvoorbeeld onder wetenschappers. Ook dit zorgt voor veel onzekerheid en stress. Een nieuw verschijnsel zijn de werkende armen, onder meer in de thuiszorg en de schoonmaak. Mensen moeten soms twee of drie banen nemen om rond te kunnen komen.

De kansenongelijkheid in het onderwijs groeit. Dat bleek uit de Staat van het Onderwijs 2014/2015. Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen hogere schooladviezen, gaan naar betere scholen en halen uiteindelijk een hoger diploma dan even intelligente kinderen van laagopgeleiden. Dat constateert de inspectie voor het Onderwijs. De emancipatiemotor die ons onderwijs ooit was is vastgelopen.

Huisvesting en woonomgeving dragen bij aan een goede of juist slechte gezondheid. Door de verhuurdersheffing en sloop en verkoop van sociale huurwoningen juist voor mensen met een lager inkomen zijn problemen ontstaan. Huizen worden slecht onderhouden en woningcorporaties mogen steeds minder bijdragen aan een sociale woonomgeving.
De gelijke toegang tot zorg staat onder druk. Door het invoeren en steeds verhogen van het eigen risico is er juist voor arme mensen een drempel ontstaan. Zorgmijden neemt toe. Zo blijkt uit CBS onderzoek dat van de mensen in de laagste inkomensgroepen 30 procent vorig jaar niet naar de tandarts ging tegenover 10 procent uit de hoogste inkomensgroep.

Sociaal-economische gezondheidsverschillen nog steeds groot
Anno 2016 zijn de sociaal-economische gezondheidsverschillen in Nederland dan ook nog steeds groot en hardnekkig. Mensen met een hoge opleiding leven gemiddeld 6 à 7 jaar langer en brengen 16 à 17 jaar langer in goede gezondheid door dan mensen met een lage opleiding. De ongelijkheid heeft ook een kleur: er zijn grote verschillen naar etnische afkomst, mensen met een migrantenachtergrond (waaronder vluchtelingen) zijn minder gezond. Deels valt dat samen met sociaal-economische verschillen, meer ook etnische verschillen in toegang tot en inadequaat gebruik van gezondheidszorg spelen een rol.

Zet verontwaardiging om in actie
De aanpak tot nu toe is weinig succesvol. De oorzaak ligt vooral in de beperkte politieke wil om tot een radicale aanpak van de veroorzakers van deze gezondheidsverschillen te komen. Het aanpakken van de armoede, het terugbrengen van de inkomensongelijkheid, gelijke kansen in het onderwijs, gezond en stabiel werk en wonen en gelijke toegang tot de gezondheidszorg. Zo liet het krachtwijkenbeleid op plekken waar intensief gewerkt werd aan verbeteren van wonen, werken, leren, integratie en veiligheid, positieve effecten zien op de gezondheid. De oorzaken van de SEGV liggen bovendien op maatschappelijk collectief niveau en in de omgeving, de aanpak moet dus niet langer individueel zijn gericht (het hameren op roken, eten en drinken). Er is een collectieve aanpak nodig. Het wordt tijd dat de morele verontwaardiging over sociaal-economische gezondheidsverschillen omgezet wordt in een radicale aanpak van de oorzaken.

Geef een reactie

Laatste reacties (75)