22.787
166

Emeritus hoogleraar politieke theorie, politicus voor GroenLinks

Op de universiteit is geen plaats meer voor politieke diversiteit

Op vrijwel alle universiteiten zijn ‘diversity officers’ aangesteld die er op moeten toezien dat op de literatuurlijsten geen racistische of seksistische boeken staan

cc-foto: Istvan. Monument voor Arthur Koestler in Boedapest

Niet alleen op het terrein van de coronabestrijding klinkt de roep om meer overheidsingrijpen en centralisatie van de besluitvorming. Die centralisatie was al veel langer gaande bij de politie en bij gemeenschappelijke regelingen van gemeentebesturen.

Op de universiteiten wordt de greep van het centraal bestuur op het onderwijs en onderzoek versterkt door de centrale toewijzing van onderzoeksgeld via NWO en door Europese onderzoeksbeurzen. Managers gaan zich nu ook bezighouden met de inhoud van onderwijs, een taak die vroeger aan leerstoelhouders was toevertrouwd. Op vrijwel alle universiteiten zijn ‘diversity officers’ aangesteld die er op moeten toezien dat op de literatuurlijsten geen racistische of seksistische boeken staan. Overal worden werkgroepen opgericht waarin docenten en studenten gezamenlijk ten strijde trekken om het hele curriculum te ‘dekoloniseren’.

Een van mijn collega’s vertelde mij dat hij een advies had gekregen om een tekst van de literatuurlijst te verwijderen om dat deze een verkeerd, want ‘essentialistisch’, beeld schetste van genderverhoudingen. Een oud-student vertelde mij dat de ‘Senior Diversity officer’ van de faculteit Maatschappijwetenschappen aan de UvA een docent had gesommeerd een tentamenvraag anders te formuleren. Dat gebeurde een kwartier voordat het tentamen afgenomen zou worden. Geen gehoor geven aan dit ‘verzoek’ zou ‘serious consequences’ hebben voor de betreffende docent. Weigeren was dus geen optie. Dat geldt ook voor deelname aan de diversity lunches binnen de afdeling, waar iedereen het hartgrondig met elkaar eens is.

Geheel in de geest van George Orwell moeten de Diversity Officers er op toezien dat alle politieke diversiteit uit de universiteiten verdwijnt. In mijn eigen afdeling Politicologie aan de UvA ging deze maand een brief rond, door bijna alle docenten getekend, waarin de ondertekenaars zichzelf schuldig verklaren aan het in stand houden van een koloniaal en racistisch onderwijsprogramma.

‘Our failure is evident in the ideas we have promoted and the community we have built. More specifically: we have not adequately focussed on issues of race and its intersectionalities in our research.’

De meeste ondertekenaars hebben weliswaar geen enkele invloed gehad op het curriculum van Political Science, maar ze zijn toch schuldig. De belangrijkste drijfveer om zo’n brief te ondertekenen is angst. Wie niet tekent kan een vaste aanstelling of promotie vergeten.

Het behoeft geen betoog dat de diversiteitsofficieren allemaal autochtone Nederlanders zijn. De Chief Diversity Officer van de Faculteit der Maatschappij en Gedragswetenschappen werd onlangs door radicale studenten gevraagd af te treden om plaats te maken voor ‘iemand van kleur’. Zij antwoordde dat zij benoemd was als ‘bruggenbouwer’; zwarte kandidaten zijn dat kennelijk niet.

Het wordt tijd dat de laatste verdedigers van de academische vrijheid een cursus gaan geven waarin Arthur Koestler’s ‘Darkness at Noon’ weer gelezen wordt. Koestler beschrijft daarin hoe zijn hoofdpersoon na een pijnlijk zelfonderzoek tenslotte tot het besluit komt om in het openbaar zijn misdaden tegen de internationale arbeidersbeweging – en de communistische partij in het bijzonder – te erkennen. Daarna wordt hij geëxecuteerd.

Geef een reactie

Laatste reacties (166)