1.298
32

Hoogleraar Economie

Esther-Mirjam Sent is hoogleraar Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen en lid van de Eerste Kamer voor de PvdA. Hiervoor doceerde zij aan de University of Notre Dame in de Verenigde Staten en is zij visiting fellow geweest aan de London School of Economics en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Haar onderzoeksinteresses omvatten de geschiedenis en filosofie van de economische wetenschappen alsmede de economie van de wetenschap hetgeen onder andere is uitgemond in twee boeken: The Evolving Rationality of Rational Expectations: An Assessment of Thomas Sargent's Achievements (Cambridge University Press, 1998), waarvoor zij de Gunnar Myrdal-prijs ontving, en Science Bought and Sold: The New Economics of Science (University of Chicago Press, 2002, samen met Ph. Mirowski). Zij is tevens mede-redacteur van de Journal of Institutional Economics. Recentelijk zijn haar onderzoeksinteresses uitgebreid naar gedragseconomie, experimentele economie en economisch beleid. Esther-Mirjam Sent is in 1994 gepromoveerd aan Stanford University in de Verenigde Staten.

Opeenvolgende crises mede door kortzichtig leiderschap

Beleidsmakers moeten over psychologische barrières durven klimmen over de fundamentele weeffouten in ons economische systeem

Krabbelen we langzaam op uit de economische crisis veroorzaakt door de bankencrisis, dreigt er alweer een nieuwe economische crisis, ditmaal met diverse landencrises als oorzaak. We lijken behoorlijk hardleers, want er zijn sterke parallellen.

Het faillissement van een kleine bank, Lehman Brothers, veroorzaakte tijdens de bankencrisis een schokgolf in de internationale financiële wereld. Het dreigend faillissement van een klein land, Griekenland, deed de financiële markten op hun grondvesten schudden. Terwijl China en de VS elkaars gevangenen zijn, houden de noordelijke en zuidelijke Europese landen elkaar in een wurggreep.

Waarom leren we niet van eerdere fouten? De reden ligt in twee grote psychologische obstakels, want economie is emotie.

De eerste psychologische barrière is een combinatie van de ‘fundamentele attributiefout’ en de ‘self serving bias’, beter bekend als het ‘dodo-effect’. In Alice in Wonderland wordt aan de dodo gevraagd: wie heeft gewonnen? De dodo antwoordt: iedereen heeft gewonnen en we verdienen allemaal een prijs. Dat is het dodo-effect: als het goed gaat, hebben we dat aan onszelf te danken; als het slecht gaat, ligt het aan de omstandigheden. De fundamentele attributiefout houdt in dat we foute gedragingen van anderen wijten aan hun slechte karaktereigenschappen. De mede-verantwoordelijken aan de economische crises wijzen met de beschuldigende vinger naar de anderen en steken niet de hand in eigen boezem.

De tweede psychologische barrière is zogenoemde rampenbijziendheid. Die houdt in dat we de kans op een ramp groot achten als een eerder voorval nog vers in ons geheugen zit, maar diezelfde kans verwaarloosbaar achten als een ramp langer geleden is. Zo verkiezen velen kort na een ernstig vliegongeluk een autovakantie, maar stappen ze een jaar later weer vrolijk in het vliegtuig. Diezelfde rampenbijziendheid deed zich voor nu het weer bergopwaarts leek te gaan met de economie. Ach, dachten we, met die bankencrisis viel het allemaal toch best mee?

Vanzelfsprekend kijken we reikhalzend uit naar acties van beleidsmakers. Het probleem daarbij is dat diezelfde beleidsmakers hebben bijgedragen aan het escaleren van de diverse crises. Bij de bankencrisis ging het gigantisch mis toen er een verkeerde inschatting over Lehman Brothers werd gemaakt. Bij Griekenland werd een kleine brand al doormodderend een grote vuurzee. In de Verenigde Staten raakt het algemene belang ondergesneeuwd door de baatzuchtige eigenbelangen van Democraten en Republikeinen.

Erger, in reactie op de diverse crises hebben de beleidsmakers vooral veel geld gepompt in economische symptoombestrijding, maar de dieperliggende oorzaken nauwelijks aangepakt. De uitdaging voor beleidsmakers is om hun blikveld te verruimen en na te denken over de fundamentele weeffouten in ons economisch systeem. Op pijnlijke wijze hebben de crises aangetoond dat de huidige economische ordening niet in staat is de verwoestende werking van hebzucht en het nastreven van eigenbelang in toom te houden.

Helaas lijkt ons kabinet hiervan nog niet doordrongen. Immers, het laat zich leiden door de politieke mantra’s eigen verantwoordelijkheid, keuzevrijheid en zelfredzaamheid. Niettemin maakt slechts een klein percentage van de consumenten ook gebruik van de vergrote keuzevrijheid. Het merendeel wil en kan daar niet mee omgaan.

De leden van het gedoogkabinet wijzen ook graag met de beschuldigende vinger naar de spilzucht van de zuidelijke Europese landen. Daarbij wordt voor het gemak vergeten dat het de noordelijke Europese landen waren die zich als eerste bezondigden aan het overtreden van de Europese regels. Sterker, het noorden dankt haar economische succes voor een groot deel aan het zuidelijke falen. En ook hier is de belangrijke les uit de crises dat er diepgaande weeffouten zitten in de Europese Unie in die zin dat het wel een monetaire, maar geen sociaal-politieke unie is.

Rahm Emanuel, een Amerikaanse politicus van de Democratische partij, zegt het heel mooi: ‘Never waste a good crisis’. Maar daarvoor moeten beleidsmakers wel over psychologische barrières durven klimmen om zich te buigen over de fundamentele weeffouten in ons economische systeem.

Dit artikel verscheen eerder vandaag in Trouw

Geef een reactie

Laatste reacties (32)