1.381
16

Oprichter online magazine Indisch3.0

Kirsten Vos (Den Haag, 1977) is mede-oprichter en eigenaar van het online magazine Indisch3.0, dat zich richt op jonge Indische Nederlanders. Ze studeerde in 2007 af in Media en Journalistiek, met een onderzoek naar de berichtgeving over de repatriëring in de kranten in Indonesië.

Opportunisme of niet, open die Indische doofpot

Anno 2012 is er nog steeds behoefte aan een onderzoek naar de postkoloniale daden van Nederland in Indonesië

Het Ons Indisch Erfgoed uit 2008 van Lizzy van Leeuwen heeft mij nieuwe inzichten gegeven in de Indische wereld, waarin zij en ik ons allebei bewegen. In die publicatie benadrukte Van Leeuwen onder meer hoe verwerpelijk het is dat er in Nederland, ondanks alle onderzoeken, nooit een écht postkoloniaal debat is gevoerd. Daar was ik het roerend mee eens. Maar met haar opiniestuk ‘Voorstel onderzoek naar postkoloniale acties is opportunistisch’ in NRC Weekend (Opinie & debat, 23/6/2012), bepleit ze een irrelevant standpunt.

Finaal feitelijk onderzoek
Eerder deze week pleitten de onderzoeksinstituten NIOD, KITLV en NIMH in de Volkskrant voor een ‘finaal’ onderzoek naar de postkoloniale daden van Nederland in Indonesië, gepleegd tussen 1945 en 1949. Gezien mijn pleidooi van februari op dit platform, kon ik me daar wel in vinden. Waarom? Ja, omdát Indië telkens boven komt drijven zonder dat – formeel – bekend is wat er gebeurd is; volgens mij een mooi argument in een pleidooi voor een postkoloniaal debat. Verder sprak de – summier omschreven – insteek me aan: feiten boven tafel halen, geen schuldigen aanwijzen. Als je een onderzoek instelt om, bijna 70 jaar later, schuld en straf op te leggen, kan je beter meteen ophouden. Dat zie ik inmiddels ook in.

Zuivere motieven
Lizzy van Leeuwen wil de NRC Weekend-lezer iets duidelijk maken. De gezamenlijke oproep tot meer onderzoek komt niet voort uit zuivere motieven, zoals “recht en onrecht, schuld, straf en schade”. Nee, ze komt voort uit opportunistische: “het onderzoeksvoorstel (…) lijkt vooral ingegeven door krimpende budgetten en bedreigde formatieplaatsen” bij de drie onderzoeksinstituten. Dat is haar punt. Of niet? Want deze beschuldiging spreekt zij pas uit, na opsomming van de vele onderzoeken die voorafgegaan zijn aan deze jongste variant: geen enkel eerder onderzoek heeft politieke consequenties gehad. Tot slot noemt Van Leeuwen als belangrijkste vraag “waarom een onderzoek naar de toedracht van de dekolonisatieoorlog nog niet veel eerder is ondernomen.”

Publieke geheimen
Met alle respect voor het curriculum van Van Leeuwen: wat maakt het uit dat de aanleiding van dit onderzoeksvoorstel een praktische, of – in haar woorden – een opportunistische is? Nergens legt de onderzoekster uit waarom een eventueel opportunistisch ingegeven onderzoek de kwaliteit ervan zal schaden. Bovendien: is zo’n onderzoek dan níet nodig? Het stuk, dat vooral bol staat van frustraties en publieke geheimen, geeft daar geen antwoord op.

Buitengesloten
Wat is dan nog het nut van dit stuk? Van Leeuwen zegt nergens dat ze tegen dit onderzoek is, ze beschuldigt alleen de initiatiefnemers van opportunisme. Is dit stuk een manier van Van Leeuwen om haar gram te halen, omdat zij van deze oproep – met al haar kennis en bagage – buitengesloten is? Wat overigens jammer is, want de onderzoekers hadden aan Van Leeuwen een goede gehad als het gaat om, naast de Nederlandse en de Indonesische, de derde invalshoek uit te werken: de Indische. Maar goed, waarom plaatst NRC dit? Om discussie los te maken? Als ik, als part-time hoofdredacteur van een jongerenmagazine al zie dat dit stuk geen hout snijdt, dan ziet een voltallige krantenredactie dat helemaal.

Twist of fate
Paradoxaal genoeg zit de waarde van het stuk van Van Leeuwen in wat tussen de regels door te lezen valt: dat er anno 2012 nog steeds behoefte is aan een onderzoek, dat die eerdere publicaties juist in een wetenschappelijk onderbouwde context kan plaatsen, aan de hand van in Nederland en Indonesië boven tafel gebrachte feiten. Dat het wrang is dat de vraag over wat er tussen 1945 en 1949 gebeurd is, nu pas beantwoord zou worden, doet niets af aan de noodzaak ervan, net zo min als de motieven van de drie instituten. Sterker nog, dat het bijna 70 jaar later is, zou het werk van NIOD, KITLV en NIMH juist makkelijker kunnen maken, vanwege het verdwijnen van veel van de gevoeligheden. En dat politionele acties voor drie Nederlandse onderzoeksinstituten opeens een overlevingskans vormen, mijn hemel, is dat geen mooie ‘twist of fate’?

Geef een reactie

Laatste reacties (16)