843
1

Oorlogsverslaggever De Pers

Arnold Karskens kreeg de afgelopen vijfentwintig jaar bekendheid als een van Nederlands beste en volhardendste oorlogsverslaggevers. Hij werkte voor Nederlandse en Vlaamse radio- en tv-zenders en is nu oorlogsverslaggever voor dagblad De Pers.
Karskens is auteur van onder andere: Pleisters op de ogen, over de geschiedenis van de Nederlandse oorlogsverslaggeving van Heiligerlee tot Kosovo. In oktober 2009 verscheen ‘Rebellen met een Reden’, verhalen over idealistische Nederlanders in de oorlog.
http://www.arnoldkarskens.com/

Opstand van de Koppensnellers

In de grensstreek van India en Birma strijdt het Naga-volk voor onafhankelijkheid.

Ik bezocht ze in De Pers-serie: Vergeten en onbekende conflicten…. Zo volg ik de jonge Shingnya die als een berggeit over de losse rotsen naar de ‘geheime grot’ klimt. Onder een loodsteile klif trekt hij de begroeiing weg en gunt een blik in het knekelhuis. Even waan ik me in een avonturenfilm van Indiana Jones.

Veertig witte schedels staren grijnzend naar het binnenvallende zonlicht. De Naga pakt er twee vast, blaast stof af en laat ze balanceren op zijn handen. Decennialang verzamelden zijn voorvaderen de hoofden van verslagen vijanden. Shingnya trekt een parallel met de huidge strijd van de Naga’s. ‘Het bezit geeft ons de kracht tegen het Birmese en Indiase leger te vechten. De koppen worden overgedragen van vader op zoon en symboliseert onze onoverwinnelijkheid.’ Met een plof verdwijnen de kogelronde koppen terug in de grot.
 

Het laatste hoofd werd in de jaren zestig afgesneden maar de oorlog bleef in dit afgelegen oostelijk deel van India. Niet tussen de veertig stammen onderling maar tegen twee regeringen. Voor de onafhankelijkheid van India op 15 augustus 1947 spraken vertegenwoordigers van de Naga’s met de eerste president Mahatma Gandhi. Hij zei hen: ‘we zullen jullie nooit dwingen om deel uit te maken van India.’ Maar Gandhi stierf en zijn opvolger Jawaharlal Nehru hield zich niet aan de afspraak. Het Indiase leger kwam en verbrandde dorpen. ‘Soms tot 20 maal toe,’ verzekeren verschillende Naga’s.

Bij het licht van een petroleumlamp klagen twee afgevaardigden van een van de grootste Naga-stammen, de Khiamniungan-stam die zo’n 300.000 leden telt, over de bezetting. ‘We worden geregeerd met geweer op ons gericht’ zegt een. Hun gebied is verdeeld over twee landen: Veertig dorpen liggen in India en 166 dorpen in Birma.

De volgende ochtend wordt naar een smal pad gewezen dat door dikke bosschage, langs afgronden en middels wankele bruggen over kolkende riviertjes voert. Het gebied is zo ondoordringbaar dat de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog het meden. Het dorp waar we een half etmaal marcheren later halt houden heet Taingan en telt 39 huizen. Het lijkt of de tijd heeft stilgestaan: alle hutten zijn opgebouwd uit hout, bamboe en riet. Nergens is plastic te bekennen. Een week eerder zijn 25 bewoners door Birmese militairen meegenomen voor dwangarbeid. De volgende ochtend komen ze uitgeput terug. Een vrouw vertelt: ‘Voor dat de hanen kraaiden begonnen we met lopen. Per twee dragers moesten we een zak van honderd kilo rijst vijf dagen lang sjouwen.’

In een hut waar midden op de moddervloer een houtvuur brandt, worden legerbrieven getoond waarin eisen staan over het aantal kippen, buffels of dwangarbeiders dat het dorp moet leveren. Een dorpsoudste: ‘Vaak zit bij de brief een kogel ingesloten, om te waarschuwen dat bij weigering iemand wordt doodgeschoten. Soms een stuk houtskoop als waarschuwing dat bij verzet het dorp in de as wordt gelegd.’

In het Indiase deel spreekt Akum Longcharti, politicoloog in conflict studies over een ‘kloof’ tussen hen die onafhankelijkheid willen, vooral de oudere generatie, en zij die akkoord gaan met meer autonomie, zoals erkenning van de taal en culturele vrijheid. Vooral jongeren in de ontwikkelde woongebieden ontgaat het belang van een gewapende vrijheidsstrijd. Naar schatting zijn daarbij zo’n 30.000 Naga’s de laatste 63 jaar gestorven, vooral in de jaren 60 en 70. ‘Er is weinig discussie over de voor- en nadelen van de onafhankelijkheid. Het is ook lastig want een bijeenkomst met meer dan vijf personen kan door de Indiase autoriteiten als een verboden bijeenkomst worden bestempeld. Discussie zou het vredesproces helpen. Een dorpsbewoner kan al tevreden zijn als hij niet langer wordt lastig gevallen door Indiase militairen.’

Nederland speelt overigens een facilitaire rol in het zoeken naar vrede bij een van de oudste conflicten in India. Sinds het officiële staakt-het-vuren in 1997 vergaderden al tientallen malen afgevaardigden van de opstandelingengroep de links-christelijke Nationaal-Socialistische Raad voor Nagalim NSCN-Isak-Muivah en de Indiase regering in ons land. Zo werd in 2001 in het Barbizon Hotel in Amsterdam ondertekend dat India het recht van de geschiedenis van de Naga’s erkent. Hoofdonderhandelaar is NSCN-secretaris-generaal Thuingaleng Muivah vertelde dit voorjaar in een hotel in Scheveningen dat er veel ‘mockery’-tegenwerking- is door India. ‘Iedere nieuwe regering wil bij de onderhandelingen terug naar het begin.’ Recent heeft de NSCN een dertig punten tellend eisenpakket op tafel gelegd. Daarvan is onafhankelijkheid voor de Naga’s de belangrijkste is. Maar juist op dit punt wil India geen concessie doen.

Voor de grootste rebellenbasis ‘Hebron’ verklaart een bord: ‘Vrijheid is het geboorterecht van alle naties.’ Over de keurig aangelegde perkjes en padden marcheren mannen in uniform met een willekeur aan wapens. De 33-jarige luitenant Ami Muinao is overtuigd van het recht op zelfbeschikking. Ze toont de epauletten op haar uniform waarop een kruis staat. We zijn geen hindoe, boeddhist of moslim, wil ze ermee zeggen.  ‘We leven onder iemand anders macht in ons eigen land. Om hiervan verlost te worden dien ik de natie. Op een dag zullen we vrij zijn.’

Dit stuk is ook te vinden op arnoldkarskens.com
Het hele artikel over een bijzonder volk Een kop geeft kracht kunt u in De Pers teruglezen.

Op Radio 1 ‘Dit is de Dag’ had ik ook een korte reportage.

De foto’s van boven naar benenden: Een grot met schedels op de grens tussen Birma en India. Naga-rebellen staan bekend om hun moed. Een huiselijk tafereel in Birma. Een kerk in het basiskamp Hebron, de Naga’s zijn het enige christelijke volk temidden van andere godsdiensten.

Geef een reactie

Laatste reactie