1.601
11

Kinderrechtendeskundige UNICEF NLD

Karin Kloosterboer (1962) is kinderrechtendeskundige bij UNICEF Nederland. In deze functie doet ze onderzoek en bezorgt ze het pleit voor kinderrechten in Nederland. Ze concentreert zich daarbij op de meest kwetsbare kinderen, zoals vreemdelingenkinderen. In 2009 verscheen daarover ‘Kind in het centrum: Kinderrechten in asielzoekerscentra’. De afgelopen jaren heeft Karin eveneens onderzoek gedaan naar de situatie van kinderen die opgroeien op de eilanden in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden. In het kader daarvan sprak ze onder meer met 106 kinderen en jongeren. Zie www.unicef.nl/koninkrijkskinderen
Karin werkt sinds het einde van haar studie Nederlands en Anglo-Amerikaans recht (1987) in het veld van kinderrechten.

‘Opvoeden zonder slaan en schreeuwen, dat kan toch helemaal niet!?’

Het is de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid om de situatie van kinderen in Caribisch Nederland te verbeteren

Op 10-10 is het drie jaar geleden dat Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam onderdeel werden van Nederland. Sinds die datum is Nederland verantwoordelijk voor het verwezenlijken van de algemeen geldende minimumnormen van het VN-Kinderrechtenverdrag. Ook voor de kinderen op deze eilanden. Dat vereist meer betrokkenheid en inzet van de Nederlandse overheid.

In mei van dit jaar presenteerde UNICEF verschillende rapporten over kinderen op de eilanden in het Caribisch deel van ons Koninkrijk. Hoe gaat het met deze ‘Koninkrijkskinderen’, wat vinden ze zelf en kunnen ze gebruik maken van de rechten die ze hebben? De rapporten ‘Kind op Bonaire, Sint Eustatius en Saba: Kinderrechten in Caribisch Nederland’ maakten duidelijk dat er nog een wereld te winnen is op vrijwel alle gebieden waarmee kinderen te maken hebben. Geweld binnen het gezin of op school, tekortschietende hulpmogelijkheden voor kinderen, ouders die onvoldoende ondersteuning krijgen, inadequate kinderopvang, armoede, onderwijsachterstanden, het ontbreken van activiteiten voor kinderen, gezondheidsproblemen, onveiligheid. Er gebeurt al wel het een en ander, zoals rond onderwijs en jeugdzorg, maar het komt niet in de buurt van genoeg. En kinderen hebben maar één kans om op te groeien.

Onlangs presenteerde ik de rapporten op de drie eilanden. Aan de lokale overheid, aan beleidsmakers, aan organisaties die met en voor kinderen werken, aan professionals, aan kinderen zelf, aan ouders en belangstellenden. De meesten herkennen hoe belangrijk kinderrechten zijn voor het dagelijks leven van kinderen. Sommigen zijn bang voor inmenging in hun gezinsleven.

Eén ding werd opnieuw pijnlijk duidelijk tijdens mijn bezoek: de situatie is ernstig en urgent. Voor kinderen die in geweld opgroeien, geen kans krijgen om zich te ontwikkelen of nergens terecht kunnen. Voor organisaties en hun medewerkers op de eilanden. En zeker ook omdat het draagvlak voor Nederlandse bemoeienis (verder) zal afbrokkelen naarmate noodzakelijke verbeteringen langer op zich laten wachten. Eilandbewoners hoopten dat de situatie er op vooruit zou gaan vanaf oktober 2010. Sindsdien worden ze echter geconfronteerd met hogere levenskosten, wetgeving waar ze niet op zaten te wachten – zoals rond euthanasie en homohuwelijk en vooralsnog onzichtbare verbeteringen, zoals op onderwijsgebied. Tegelijkertijd blijven positieve sociaaleconomische ontwikkelingen uit en voelen ze zich steeds meer ‘tweederangsburgers’.

Een echte verbetering vergt een mentaliteitsverandering. Onderdeel zijn van Nederland betekent gelijke minimumnormen. Zonder Nederlandse betutteling, maar mét serieuze armoedebestrijding, ondersteuning van ouders en mogelijkheden voor opvang en onderdak. Zolang ouders hun hoofd niet of ternauwernood boven water kunnen houden, kunnen zij hun kinderen niet adequaat opvoeden. Aan Europees Nederlandse kant zal er boter bij de vis moeten om hier structureel iets aan te doen.

Aan Caribisch Nederlandse zijde is kennis en empowerment nodig. Met behoud van cultuur werken aan een samenleving zonder geweld, hoe ongebruikelijk dat achter sommige voordeuren ook is. Dat vereist allereerst het besef op alle niveaus dat het aantoonbaar slecht is voor kinderen als ze tijdens het opgroeien worden geslagen, beschreeuwd, verwaarloosd of genegeerd. Pas met dat besef kunnen veranderingen en positieve alternatieven wortel schieten. Hoe ver dat nu nog weg is, bewijst de verbaasde uitroep van een 14-jarige leerling tijdens een van mijn presentaties op een school: “Maar mevrouw, opvoeden zonder slaan en schreeuwen, dat kan toch helemaal niet!?”

Er is veel inspanning nodig om het leven van kinderen daadwerkelijk te verbeteren en niet alleen aan symboolhulp te doen. Ministeries, die elk slechts verantwoordelijk zijn voor een deelgebied, moeten samenwerken. Eerst de sociaaleconomische achterstanden wegwerken, desnoods met ontwikkelingsgelden die ministerie-overstijgend zijn. Maak gebruik van de wereldwijde expertise die er is. Alle terreinen – zoals gezondheid, opvoeding, onderwijs, veiligheid – moeten worden gemonitord zodat zichtbaar wordt welke aanpak werkt en welke niet. Het staat echter nu al vast dat de situatie van kinderen in Caribisch Nederland moet verbeteren om aan de minimumnormen van het VN-Kinderrechtenverdrag te voldoen. Dat is de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid.

Geef een reactie

Laatste reacties (11)