818
21

Literatuurwetenschapper, onderzoeker

August Hans den Boef is literatuurwetenschapper en onderzoeker. Hij werkte tot 2011 aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is schrijver van onder andere Nederland seculier!, 'God als hype' en [Haat] als deugd.

Opwinding over rooms misbruik gaat voorbij aan de oorzaken

Waarom nu opeens zoveel opwinding over mishandeling en misbruik van kinderen door rooms-katholieke religieuze functionarissen?

Ten eerste zijn dit soort verhalen al heel lang bekend. Zo behoorden ze, zij het in besmuikte vorm, tot het antipapistische repertoire waarmee mijn generatie protestantse kinderen werd opgevoed. Toen ik ging studeren en katholieke vrienden en kennissen kreeg, vernam ik dat die verhalen wel degelijk op waarheid berustten. Soms uit de eerste hand.

Je las die verhalen ook in de letteren. Jeroen Brouwers was tien jaar toen hij in 1950 in een rooms pensionaat werd ondergebracht. Zowel in interviews als in zijn interessante romans heeft hij allerlei akelige praktijken beschreven die zich daar afspeelden. En een Vlaamse schrijver wees mij in Turnhout ooit op een naargeestig pseudo-gothisch gebouw: ‘Daar hebben ze mij naar de vaantjes geholpen!’ In 2006 publiceerde de populaire Ierse thrillerauteur Ken Bruen Priest. Daarin wordt niets verhuld.

Er bestonden studies en rapporten over misbruik en mishandeling. Radioreportages. Kinderen van Brouwers’ generatie, maar ook van latere, moesten bijvoorbeeld als straf niet knielen op een bed violen, maar in een bak grauwe erwten. Andere straffen deden denken aan wat tegenwoordig onder internationale conventies als marteling geldt. Zeker in tijden als de onze waarin de wet zelfs een ‘corrigerende tik’ verbiedt.

Met de verhalen van het katholieke machtsmisbruik kwamen de verhalen van de doofpotten. Vooral de huidige paus was op de hoogte. In de acht jaar dat hij in Regensburg hoogleraar in de theologie was, moet hij van wantoestanden bij de domkerk hebben gehoord. Van zijn broer bijvoorbeeld die daar kapelmeester was. In ieder geval een misbruikgeval uit het diocees München is bekend uit de vijf jaar dat Ratzinger daar aartsbisschop was. Een kwarteeuw was hij prefect van de Congregatie van de Geloofsleer. Daar komen uit hele wereld de meldingen van seksuele delicten binnen om daar te worden behandeld. Onder de strengste geheimhouding. Op 18 mei 2001 heeft Ratzinger in deze functie schriftelijk alle katholieke bisschoppen bezworen dat de gevallen van misbruik onder ‘pauselijke geheimhouding’ zijn gesteld, waarvan het schennen onder het kerkelijk strafrecht valt.

De beroemde theoloog Hans Küng schreef vorige week in de Süddeutsche Zeitung dan ook dat Ratzinger een ‘mea culpa’ moet uitspreken over diens eigen gedrag.

Ten tweede is het merkwaardig hoe sterk de beeldvorming van seksueel misbruik door religieuze functionarissen vooral man vs boy betreft. Een reactionair en tendentieus identificeren van een vanzelfsprekend verschijnsel als homoseksualiteit met strafbare vormen van pedoseksualiteit. Niet toevallig is de PVV de partij waarop zogenaamde ‘pedojagers’ graag plegen te stemmen.

Ten derde staan de media onvoldoende stil bij de wetenschap dat sommige trauma’s niet zozeer veroorzaakt zijn door jeugdervaringen zelf, maar juist door latere. Een partner krijgt lucht van jeugdige seksuele ervaringen en wordt verteerd door postume jaloezie. Als reactie transformeert de ander zich tot slachtoffer en bleken die ervaringen dan opeens wel akelig. Zo ook wanneer een boze vader op de hoogte raakt, hoogst verontwaardigd omdat de eer van zijn familie is aangetast door een buitenstaander.

Uit deze bedenkelijke, tribale emotiewerelden stamt de uitdrukking ‘erger dan de dood’. Het duurde jaren voor ik als kind begreep dat hiermee verkrachting werd bedoeld. Wat mij brengt op het vierde punt: de irrationele scheiding die dikwijls wordt gemaakt tussen seksueel misbruik en andere vormen van geestelijke en lichamelijke mishandeling. De hierboven genoemde vormen van mishandeling in de gedaante van straf blijken eveneens grote trauma’s op te kunnen leveren. Waarom seksueel misbruik niet beschouwen als een bepaald type van mishandeling? Waarin grove vormen uiteraard gelden als zware delicten?

Ten slotte is er de hiërarchische, religieuze structuur die zowel de mishandeling, de doofpotterij, als het zwijgen van de getroffen kinderen (of zelfs hun ouders) produceerde. De Rooms-katholieke Kerk was een gesloten zuil met herders en schapen. In sommige landen is zij dat in mindere of mindere mate nog steeds. 

Maar tot op de huidige dag vindt men het in ons land vanzelfsprekend dat kinderen bij hun geboorte formeel worden ingelijfd bij een levensbeschouwelijke organisatie, dat ze voortaan opvoeding en onderwijs in deze beperkte levensbeschouwelijke sfeer krijgen opgedrongen en pas op hun achttiende jaar mogen beslissen of ze in die sfeer willen blijven. Van de wet mogen ze deze sfeer verlaten, hun omgeving denkt daarover echter vaak anders. Die meent dat de betreffende religie in hun genen zetelt.

Overigens is die jeugdige inlijving strijdig met Artikel 6 van onze Grondwet, zoals auteurs als Michiel Hegener al jaar en dag betogen. Werkelijke vrijheid van godsdienst is de situatie waarin een achttienjarige niet alleen mag kiezen van de wet, maar ook kan kiezen. Omdat hij niet van de geboorte af aan in alle facetten van zijn dagelijks leven van de levensbeschouwing van zijn ouders werd doordrenkt, maar ook in regelmatig contact heeft verkeerd met kinderen van andersdenkende ouders.


Laatste publicatie van August Hans den Boef

  • Onbegonnen werk

    De ontvangst van het oeuvre van F. Harmsen van Beek, een casestudy (met Joost Kircz)

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (21)