359
4

Europarlementariër Verenigd Links

Kartika Liotard (1971) is Europarlementslid sinds 2004. Tot juni 2010 was zij dat voor de Socialistische Partij. Na een intern conflict besloot ze toen verder te gaan als onafhankelijk parlementariër. Liotard is lid en ondervoorzitter van de GUE/NGL, de 35 leden tellende fractie van Europees Verenigd Links. Liotard is vicevoorzitter van de parlementaire intergroepen over Ouderen en Dierenwelzijn. Verder is zij lid van de commissie Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en plaatsvervanger in de commissies Ontwikkelingssamenwerking en Rechten van de vrouw en gender-gelijkheid. Voor het Europees Parlement verzorgt zij het officiële contact met de EU-voedselveiligheidsorganisatie EFSA. Liotard was tot haar verkiezing teammanager juridische zaken bij Laser (ministerie van LNV). Daarvoor werkte zij voor de wetswinkel in Nuth. Tussen ’96 en ’98 was ze bestuurslid van de SP-Westelijke Mijnstreek en daar verantwoordelijk voor de SP-Hulpdienst. In 2009 verscheen 'Poisoned Spring', een boek van haar en Steve McGiffen over privatiseringen in de watersector.

Over achterkamers en achterdeuren

Nog meer marktwerking in de zorg. Desnoods via de goedkopere dokter in het buitenland.

Mensenhandel, vrijhandel en namaakproducten – drie willekeurige agendapunten van het Europees Parlement afgelopen week. Eén onderwerp ontbrak op de officiële agenda: ‘grensoverschrijdende patiëntenzorg’. Toch werd hierover in een Straatsburgse achterkamer druk overlegd. De EU wil namelijk nieuwe regels maken voor zorgbehandelingen in het buitenland.

Als fractiecoördinator voor Verenigd Links kon ik bij dit achterkameroverleg aanwezig zijn. Er staat veel op het spel. Als het huidige plan begin 2011 wordt aangenomen – en daar ziet het naar uit – dan wordt onze gezondheidszorg via een achterdeur opnieuw commerciëler. De meeste Nederlandse volksvertegenwoordigers steunen deze ‘liberalisering’ onder het mom van patiëntenrechten. Ik stel me bij ‘patiëntenrechten’ iets heel anders voor.

Als een Belgisch of Duits regioziekenhuis dichterbij is dan een grotestadsziekenhuis in eigen land, ben ik natuurlijk hartstikke voor. Ook wanneer je voor een zeer specialistische behandeling beter elders terecht kunt. Voorstanders van het EU-plan schermen voortdurend met zulke uitzonderingen. De gang naar een Italiaanse kliniek, of een goedkope knieëndokter in Hongarije kan op den duur echter negatief uitpakken op de huidige keuzemogelijkheden.

Nu krijg je bij een buitenlandse behandeling het Nederlandse tarief vergoed. Een eventueel surplus moet je bijbetalen. Dat recht op behandeling in een buitenlands ziekenhuis hebben we al sinds 1971! Er speelt dus wat anders dan noodhulp en zeldzame behandelingen. De Europese Commissie houdt zich niet alleen bezig met haar kerntaak – grensoverschrijdende kwesties oplossen – maar heeft een verborgen agenda: ze mengt zich in gezondheidstaken van de lidstaten zelf.

Naar een buitenlandse dokter gaan: sluipenderwijs wordt dit de nieuwe norm. Met ‘vrijheid en recht’ als liberale lokmiddelen. ‘Liberaal’ zou moeten staan voor ‘vrijheid’, maar in het Europees Parlement staat de term doorgaans voor ‘markt en handel’. Met keuzevrijheid heeft het Europese liberalisme al lang niks meer te maken. Let op mijn woorden: het ongrijpbare marktmechanisme bepaalt straks dat je voor bepaalde operaties niet naar het buitenland mág maar móet. Of dat er helemaal geen keus meer is omdat de taak is uitbesteed.

Ik ben mordicus tegen de manier waarop Brussel via een achterdeur meer marktwerking invoert in onze zorg. In 2006 zijn we er met zijn allen in geslaagd om de zorg buiten de zogeheten ‘Bolkesteinrichtlijn’ te houden. Daar ben ik nog steeds trots op. De richtlijn voor ‘grensoverschrijdende gezondheidszorg’, is echter een nieuwe poging van de Europese Commissie om via de achterdeur nationale zeggenschap te verminderen. Haar richtlijn bevordert dat de zorg verder door ‘marktdenken’ wordt geïnfecteerd.

Mijn belangrijkste bezwaar is, dat liberale partijen de patiënt vooral zien als consument en de zorg als product. Ze gebruiken dat idioom zelfs openlijk. Maar een patiënt voelt zich helemaal geen zorginkoper. Die wil alleen de allerbeste zorg. Liefst dicht bij huis, bijvoorbeeld voor het familiebezoek. De discussie zou moeten gaan over mechanismen die de kwaliteit van de zorg in je éigen regio verhogen. In plaats daarvan gaat het om zorgmogelijkheden elders in de EU, als ze maar goedkoop zijn. Naar de dokter gaan in het buitenland: op termijn geen uitzondering. Het medisch toerisme rukt op.

Een voorbeeld: Sonja reist naar Roemenië voor een kaakoperatie. Veel kapitaalkrachtige Sonja’s volgen dit voorbeeld en ginds floreert de Roemeense kliniek. De lokale zorg voor Roemenen wordt zelfs verdrongen, Sonja’s betalen beter en sneller, zij krijgen voorrang. De Oost-Europese kaakklinieken worden big business; de duurdere Nederlandse kaakzorg krimpt. Voor Sonja’s verzekeraar zijn Roemeense dokters veel lucratiever geworden: “Mee met de volgende kaakvlucht naar Boekarest? Geen wachtlijst, u wordt meteen geholpen!”

Grensoverschrijdende patiëntenzorg gaat niet over patiënten, maar over kostenbeheersing. In Straatsburg spraken we over voorafgaande toestemming voor een buitenlandse behandeling. Ik voorspel: gaat het om een standaardoperatie in een goedkope lidstaat, dan ligt toestemming voor de hand. Maar wat als de buitenlandse behandeling nou eens duurder uitpakt, maar wel beter, sneller of minder risicovol? En wat als Bulgaarse patiënten massaal naar hier komen? Is ‘vrije keuze’ ook hún ‘patiëntenrecht’? U voelt het antwoord al. Alleen de rijke kopgroep met elleboogproblemen kan kiezen of krijgt voortrekzorg. Wie een gewone standaardverzekering heeft, rest de wachtlijst…

Geef een reactie

Laatste reacties (4)