622
84

Europarlementariër van D66

Papa’s en Mama’s in Europa

Om het voor jonge ouders makkelijker te maken om werk en gezin te combineren is meer nodig dan zwangerschapsverlof.

Dat Europa helemaal geen ‘Ver-van-m’n-bed-show’ is, maar juist heel dicht bij huis is, bleek deze week toen het Europees Parlement stemde over de herziening van de huidige EU regeling voor zwangerschapsverlof.

Het Parlement stemde onder meer voor een volledig doorbetaald zwangerschapsverlof van minstens 20 weken, 2 weken volledig doorbetaald vaderschapsverlof en een gelijke regeling voor adoptie-ouders.

Dit is niet de definitieve regeling, maar slechts de openingszet van het Parlement voor de onderhandelingen met de Raad (de Lidstaten).  Het valt te verwachten dat de Raad de regeling flink wil uitkleden, dus biedt de stevige inzet van het Parlement een kans op een redelijk compromis.  Om die reden heeft D66 vóór gestemd, hoewel we oorspronkelijk voor de optie met 18 weken verlof waren. Dit is ook de minimumnorm die de Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties aanhoudt in het belang van de veiligheid en de gezondheid van de moeder. Voor D66 was het ook belangrijk dat er een regeling komt voor vaderschapsverlof en voor adoptie-ouders.

De vernieuwingsagenda van de Europese Unie “EU2020” heeft als doel  gesteld om meer mensen kansen te geven op de arbeidsmarkt, en om vooral de arbeidsmarktdeelname van vrouwen omhoog te krijgen. Eén van de bouwstenen daarvoor is om de combinatie van werk en gezin makkelijker te maken voor jonge ouders. Daarvoor is zwangerschaps- en vaderschapsverlof alléén niet voldoende, maar het is wel een begin.

De Europese Unie maakt op grond van de EU Verdragen en het Handvest van de Grondrechten wetten en regels over gezondheid en veiligheid op het werk, en over arbeidsvoorwaarden. Binnen de interne markt is dat bovendien nuttig, om te zorgen dat landen met een hoog beschermingsniveau geen concurrentienadeel ondervinden. Om die reden namen begin jaren ’90 werkgevers en werknemers het initiatief voor een regeling voor zwangerschapsverlof. De huidige voorstellen zijn een modernisering daarvan.

Kleine bedrijfjes maken zich – begrijpelijk – zorgen of een langer verlof voor werknemers geen buitensporige last voor hun organisatie vormt. Natuurlijk is voor een klein team de afwezigheid van een werknemer, en eventuele kosten, vaak heel lastig. Aan de andere kant hoort het stichten van een gezin bij het leven, en moeten we er juist voor zorgen dat het krijgen van kinderen niet leidt tot onnodige uitval van werknemers, zoals oneigenlijk ziekteverlof of het opgeven van de baan. De Europese landen die op dit moment de meest genereuze regelingen hebben – vooral de Scandinavische landen – hebben ook een krachtige en concurrerende economie.

Wat betreft zwangerschapsverlof zit Nederland met 16 weken op dit moment in de middenmoot. Maar op het gebied van vaderschapsverlof loopt Nederland met 2 dagen echt achter op de rest van Europa. Nederland loopt ook achter als het gaat om financiële zelfstandigheid van vrouwen en daarnaast zijn in Nederland de inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen groter dan het Europese gemiddelde. Procentueel hebben veel Nederlandse vrouwen een baan, maar omdat het meestal gaat om kleine deeltijdbanen, is het overgrote deel van Nederlandse vrouwen economisch niet zelfstandig, en dus veel kwetsbaarder voor armoede wanneer de hoofdkostwinner wegvalt. Het aandeel vrouwen in topfuncties is nog steeds gênant laag (getuige ook het nieuwe Kabinet met slechts 20% vrouwen).

Om het voor jonge ouders makkelijker te maken om werk en gezin te combineren is meer nodig dan zwangerschapsverlof. Ook betaalbare en goede kwaliteit kinderopvang is daarvoor essentieel, net als flexibiliteit in de werktijden en een arbeidscultuur die rekening houdt met het feit dat mensen een gezin hebben. Op dat terrein valt nog één en ander te verbeteren (zo dragen de werkgevers momenteel nog niet de toegezegde 30% bij in de kosten van kinderopvang).

Er wordt wel betoogd dat dit soort regelingen niet opportuun zijn in tijden van economische crisis. Maar die mensen vergeten dat de regeling – als ze er al komt, en zeker in afgezwakte vorm – pas over enkele jaren van kracht zal worden. Nu investeren in arbeidsmarktdeelname is dan ook een kwestie van een vooruitziende blik.

Geef een reactie

Laatste reacties (84)