2.337
31

journalist

Peter Henk Steenhuis is parttime filosofieredacteur bij dagblad Trouw. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde meer dan vijftien boeken. Onder meer over de taalontwikkeling van zijn oudste zoon en over kunst en filosofie. Zijn Filosofie van het kijken (2009) en Denken over dichten (2011) kwamen op de shortlist van de Socrates Wisselbeker voor het belangrijkste filosofische boek van het jaar. In 2015 publiceerde hij samen met toenmalig denker des Vaderlands, René Gude, het kunstboek ‘Door het woord, door het beeld’.
Een paar jaar eerder, in 2010, maakte hij met documentairemaker Marcel Prins Andere Achterhuizen. Verhalen van Joodse onderduikers. Dat project verscheen als kinderboek Ondergedoken als Anne Frank in het Duits (2013) en het Engels (2014). Uit de ‘Starred reviews’ in Publishers Weekly, School Library Journal en Kirkus: Terrifying, haunting and powerful. The New York Times schreef over Ondergedoken als Anne Frank: “These few voices stand out and speak for the millions whose stories remain untold.” Van deze Amerikaanse versie zijn inmiddels meer dan 150.000 exemplaren verkocht. In 2016 komt de Spaanse vertaling op de markt.

Perverse prikkels: hoe kom je er vanaf

Deel 4 van een vierdelige serie over perverse prikkels

In de vorige afleveringen van deze serie kwamen onder andere het belastingvoordeel bij de hypotheekrente en de landbouwsubsidies aan bod. Volgens hoogleraar beleidswetenschap aan de Universiteit van Amsterdam John Grin is het heel wel mogelijk van dat soort perverse prikkels af te komen.

Zoals de Nederlandse regering de hypotheekrenteaftrek nu onder schot neemt, zo zal de EU steeds meer aan de subsidies gaan morrelen. Om het systeem te ontdoen van perverse prikkels als hypotheekrenteaftrek of productsubsidie heeft de overheid volgens hoogleraar John Grin twee keuzes: snel de prikkel eruit trekken, of langzaam het systeem ontmantelen:

De eerste mogelijkheid levert veel slachtoffers op. Als je van vandaag op morgen de Europese subsidies zou afschaffen, dan vallen de boeren één voor één om. De boer hangt als een marionet aan het touwtje van de bank. En dat touwtje – de financieringsregeling – veronderstelt de subsidie. Wil je vermijden dat er slachtoffers vallen, dan moet je een langetermijnpolitiek volgen. Als we in de jaren tachtig begonnen waren de subsidies geleidelijk en voorspelbaar af te bouwen, zouden we het systeem hebben kunnen ombouwen, en nu van de subsidies af zijn.

In de politiek is langetermijnbeleid lastig. Dat zie je bij de woningmarkt ook. De huizenprijzen waren nooit zo geëscaleerd als de hypotheekrente afgelopen 25 jaar geleidelijk was afgebouwd. De veranderingen die nu in rap tempo worden doorgevoerd, hebben tot gevolg dat banken huiverig worden geld uit te lenen, terwijl de prijzen wel lager, maar nog steeds onevenredig hoog zijn. Zo kunnen starters niets kopen.

Grin:

Je kunt dat wijten aan de veranderende regels van de hypotheekrenteaftrek. Maar de werkelijke reden is dat de prijzen van de huizen de waarde niet dekken. En daartegen heeft niemand, niet de politiek, niet de banksector maatregelen getroffen.

Snelle maatregelen zijn onwenselijk gezien het aantal slachtoffers; lange termijnmaatregelen zijn politiek onhaalbaar. Eenmaal verslaafd kunnen we ons nooit meer ontdoen van perverse prikkels?

Dat is te negatief gedacht. Om de klappen op te vangen, moet de landbouw als de wiederweerga op zoek naar andere verdienmodellen. Dat gebeurt op bescheiden schaal, sommige landbouwbedrijven richten zich op specialisaties, in plaats van op bulkproductie, die gebaseerd is op kostprijs.

Grin stelt dat je bij de afbouw van de productsubsidies tijdelijk zou kunnen overstappen van productsubsidies op revolverende subsidies, dat zijn subsidies die de overheid terugkrijgt als de boer genoeg verdient. Of je stapt over op inkomenssubsidie, zodat het inkomen van de boer een paar jaar gegarandeerd is:

Een eerste stap was het omzetten van een (beperkt) deel van de inkomenssteun van productsubsidies naar vergoedingen voor braakliggende grond, begin jaren negentig ingevoerd door Eurocommissaris McSharry. In later jaren werd  inkomenssteun steeds minder verleend op basis van productie, en steeds meer op basis van hectarevergoedingen gegeven. De laatste tien jaar vervielen beide criteria, en kregen individuele boeren een vergoeding op  historische grondslag. Per 2015 is, in het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) geregeld dat iedereen dezelfde zogenaamde hectarebetalingen krijgt. Deze toeslagen, die tussen de 220 en 280 euro per hectare liggen, zetten een rem op de productie, zeker als je als agrariër ook nog een vergroeningspremie van circa 120 euro per hectare hier bovenop kan ontvangen.

In de tijd dat deze hectaretoeslagen gelden, kun je er ook voor zorgen dat de prijzen van voedsel omhoog gaan.

De WRR heeft er onlangs op gewezen dat Nederlandse consumenten een veel kleiner deel van hun inkomen uitgeven aan voeding dan andere Europese consumenten. Nu is dat 15 procent van ons inkomen; een halve eeuw geleden was dat 30 procent. Het Europese gemiddelde ligt nu op 22 procent.

Grin vervolgt:

De prijzen zijn na de Tweede Wereldoorlog kunstmatig laag gehouden, en daar zijn we aan gewend geraakt, deels ten koste van de inkomenspositie van de landbouwsector. De maatschappelijke logica daarvoor is nu verdwenen. Het wordt tijd om niet langer bang te zijn een reëel deel van het inkomen te besteden aan een primaire levensbehoefte. Dat helpt ook investeren in de omslag naar een meer ecologische verantwoorde en diervriendelijke sector.

Hoewel de sinaasappelen van de marktkoopman, en andere voorbeelden in deze serie, laten zien dat perverse prikkels niet altijd financiële injecties zijn, zijn de laatste wel vaak heel krachtig qua uitwerking. Dat is belangrijk, omdat de nadruk op sturing met geld de laatste decennia is toegenomen. “Zeker de laatste dertig jaar,” zegt Grin, “is geld nog meer leidend geworden dan eerder het geval was.”

Volgens Grin heeft deze omslag te maken met de opkomst van het neoliberale denken, begin jaren Tachtig.

Neoliberalisme is nu bijna een scheldwoord geworden van links om de huidige crisis te verklaren. Dat is te eenvoudig. In mijn vakgebied is het een aanduiding voor het idee dat je marktdenken, marktlogica en marktwerking ook kunt toepassen op andere sectoren dan de vrije markt, in de publieke sector en zelfs in de privésector.

Het is een reactie op de tekortkomingen van een puur hiërarchisch-bureaucratisch sturingsmodel.

Dat denken nam een vlucht onder mensen als Thatcher, Reagan, Kohl, en in Nederland met de kabinetten Lubbers. Maar ook daarna. Grin:

De Paarse kabinetten hebben ook het idee uitgevent dat financiële prikkels hét middel zijn voor de ‘Grote Effienciency Operatie’, die de verzorgingsstaat houdbaar moest maken. Het was minder een kwestie van politieke kleur dan van tijdgeest.

Grin constateert dat dat denken uit alle hoeken kwam:

Dat kwam zeker niet alleen uit liberale hoek. De Duitse filosoof Jürgen Habermas en andere progressieve intellectuelen hadden de legitimiteit van de staat betwist. De oliecrises in de jaren zeventig hadden duidelijk gemaakt dat we niet op een economisch eiland leven, en dat de verzorgingsstaat niet zou overleven als ze niet ingrijpend zou veranderen. Marktwerking was in de ogen van velen een mooi, niet-hiërarchisch coördinatiemechanisme; een vooruitgang ten opzichte van vadertje staat.

Maar ook dit sturingssysteem heeft natuurlijk grenzen en beperkingen:

Daarmee is geld een belangrijk sturingsmiddel geworden. Geld als prikkel stimuleert al gauw verdere economische transacties, ten koste van oriëntatie op andere waarden. En dan kunnen perverse prikkels gemakkelijk ontaarden in bubbels, of in een verschuiving in oriëntatie van organisaties en sectoren van hun eigenlijke doelen en waarden naar het voldoen aan ‘targets’ en andere vormen van ontwrichting. Een overheid die geld wil gebruiken voor sturing op afstand moet in tenminste één belangrijk opzicht juist dicht op de huid van de samenleving zitten. Ze moet monitoren waar een financiële prikkel een perverse prikkel wordt, en daar dan zonder pardon en zo stevig als nodig is ingrijpen.

Lees ook deel 1 van de serie: Gelegenheid is een grote deugniet 

deel 2: De perverse prikkel van de hypotheekrenteaftrek
en deel 3: Melkplas, boterberg en wijnzee 

Met ondersteuning van InnovatieNetwerk (onderdeel van het ministerie van EZ) onderzocht journalist Peter Henk Steenhuis het verschijnsel perverse prikkel. Dit is het laatste deel van deze serie.

Volg Peter Henk Steenhuis ook op twitter.

Het laatste boek van Peter Henk Steenhuis is door het beeld, door het woord, dat hij samen met René Gude maakte.


Laatste publicatie van Peter Henk Steenhuis

  • Het leven is niet leuk als je je mond houdt

    Het denken van Marli Huijer

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (31)