1.062
13

Bestuursvoorzitter Centrum voor Europese Samenwerking Portagora

Maatschappelijk adviseur. Latijnsamerikanist en onderwijsstrateeg. Voormalig fractievoorzitter in de gemeenteraad van Tilburg en Statenlid in Noord-Brabant. Bestuursvoorzitter van het Centrum voor Europese Samenwerking Portagora in Tilburg dat humanitaire programma's in Bosnië en Kroatië en de vluchtelingenkampen in Calais en Duinkerken financiert met de opbrengsten van een eigen kringloopwinkel die draait met vrijwilligers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

Platteland versteent, boerenstand verdwijnt

Een reconstructie van de Reconstructie

De varkenspest in 1997 was bijna een doodsteek voor de Nederlandse varkensboeren. Kort daarna volgden zoönoses (op de mens overdraagbare dierziektes) als mond- en klauwzeer en de vogelpest. Iedereen was het erover eens: Dit mocht nooit meer gebeuren.

Voor het behoud van zowel de volksgezondheid als de agrarische sector moest het platteland worden hervormd. Dat werd de Reconstructie. Het landelijk gebied in Nederland zou worden opgedeeld in drie delen: kwetsbare natuurgebieden waar geen landbouw of veeteelt mocht worden bedreven (extensiveringsgebieden), plekken waar juist wel volop ruimte was voor agrarische activiteit (landbouwontwikkelingsgebieden) en plekken waar natuur en bewoning naast een beperkte mate van veeteelt mogelijk was (verwevingsgebieden). Het idee klopte en werd in de Reconstructiewet verankerd.

Nu de praktijk nog. En daar ging het van meet af aan mis. Vooral macro-economische belangen bleken de drijfveer voor keuzes n plaats van de menselijke maat en de gezondheid van mens, dier en natuur. De Rijksadviseur voor het Landschap constateerde onlangs dat de  “ruimtelijke kwaliteitsimpuls is uitgebleven”. De Reconstructie is mislukt. En nu willen we weten hoe dat komt. En hoe we het anders moeten doen. Tijd voor een grondig onderzoek dus.

Als je duurzaamheid uitsluitend een lippendienst bewijst en steeds het maken van winst boven mens en natuur stelt, zijn de gevolgen onvermijdelijk: Ongekende intensivering van de veehouderij, boerenbedrijven die in grote getale kapot gaan aan de moordende concurrentie van de macht van het grote getal. Enorme agro-industriële complexen in de open groene ruimte. Nieuwe epidemieën als MRSA en Q-koorts die de hele agrarische sector en het draagvlak in de maatschappij daarvoor dreigen te vernietigen. Grote onrust en woede onder de plattelandsbevolking in heel Nederland zijn het kersje op de onverteerbare Reconstructietaart, uitmondend in burgerinitatieven gericht aan Oostindisch dove provinciale overheden.

Hoe heeft die plattelandsvernieuwing zo fout kunnen gaan? Heeft het te maken met de enorme invloed van de agrarische lobby? De land- en tuinbouworganisaties zijn twee handen op één buik met het CDA. De christendemocraten hebben tot nu toe traditioneel de bestuurlijke overmacht in het landelijke gebied, zeker in Zuid-Nederland. Vaak wordt een LTO-bestuurder CDA-wethouder in een plattelandsgemeente. Of andersom. Zij zitten tevens in de zogenaamde Reconstructiecommissies die de hervorming in de praktijk moeten begeleiden. Daarin zijn ook natuurorganisaties en waterschappen vertegenwoordigd.

Burgerbewoners van de landelijke gebieden niet. Hoe komt het dat met name deze groep het idee heeft te zijn overvallen door de megastallen in hun achtertuin? Zijn hun beschuldigingen van belangenverstrengeling, handjeklap, cliëntelisme en nepotisme terecht? Hoe democratisch is het Reconstructieproces eigenlijk verlopen?

Maar er zijn veel meer vragen die dringend een antwoord behoeven. Waarom zijn tot nu toe de zorgen van burgers over hun gezondheid niet serieus genomen? Waarom was er een dodelijke Q-koortsepidemie nodig om de ministers van Landbouw en Volksgezondheid -beiden CDA- over te halen tot het (veel te laat) nemen van maatregelen? Was de Reconstructie niet bedoeld om nou net dat soort epidemieën te voorkomen? Waarom duurde het zo lang voordat alle deskundigen werden gehoord die al jaren vroegen om een gezondheidsonderzoek naar de effecten van de intensieve veehouderij? En nu dat onderzoek loopt: Zijn de onderzoeksvragen wel volledig?

Is er genoeg aandacht geweest voor andere manieren om de plattelandsvernieuwing vorm te geven? Worden de doelen van de Reconstructie (een leefbaar platteland, beschermde natuur en rendabele, duurzame agrarische activiteit) gehaald met het huidige beleid? Is het niet tegenstrijdig dat provinciale overheden een klein subsidiepotje hebben voor de stimulering van biologische of streekproducten en tegelijk de geldkraan wagenwijd opendraaien voor de intensivering van de veeteelt?

Waarom lijken in de Reconstructie de belangen van kapitaalkrachtige agro-industriële ondernemers, grote vleesverwerkers en machtige veevoederproducenten zo zwaar te wegen? Zwaarder dan volksgezondheid, kwaliteit van de leefomgeving of biodiversiteit? Was het nodig dat veel kleinere gezinsbedrijven hun bestaanszekerheid verloren ten gunste van een paar grote jongens? Wat betekent dat voor onze voedselproductie? Is het maatschappelijk verantwoord om die in handen te laten komen van een kleine groep monopolisten? Welke onherroepelijk schade heeft de Reconstructie tot nu toe aangericht aan landschap, mens, dier en natuur? En aan de agrarische sector zelf?

Kortom: Genoeg vragen om een diepgaand parlementair onderzoek op provinciaal of zelfs landelijk niveau te rechtvaardigen naar de uitvoering van de Reconstructie. Waarin de rol van lokale en provinciale overheden wordt belicht maar ook van de landelijke bewindvoerders en ministeries. En van de Reconstructiecommissies. En laten we dan meteen ook bekijken hoe we ons platteland écht leefbaar en onze voedselproductie écht duurzaam en levensvatbaar kunnen maken.

Geef een reactie

Laatste reacties (13)