1.141
8

Politicoloog

Anouk Vos (1984) is afgestudeerd in Internationale Betrekkingen en werkzaam bij een Nederlandse NGO. Zij is actief in de Jong WBS Denktank, onderdeel van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA.

PvdA, stop met het vieren van middelmatigheid!

Ambitie tonen en voortouw durven nemen is niet elitair, net zo min als de middenklasse middelmatig is

Binnen de huidige strijd om het PvdA-fractievoorzitterschap lijkt een “race to the bottom” te zijn ontstaan om eenvoud en middelmatigheid uit te stralen. Echter, om vandaag de dag een sociaal-democratische agenda te realiseren is het noodzakelijk om te excelleren.

In de film “Meet the Fockers” uit 2004 speelt Robert De Niro een vader die voor het eerst de ouders van zijn schoonzoon ontmoet. In een bekende scene tonen de ouders De Niro trots de trofeekast van hun zoon. De kast is gevuld met trofeeën en lintjes van 8e,9e en 10e plekken behaald bij verschillende wedstrijden en competities. De Niro kijkt verbaasd naar een onderscheiding voor een 9e plek en merkt op: “I’ve never seen people celebrate mediocrity the way you do”, ik heb nog nooit mensen ontmoet die middelmatigheid vieren zoals jullie dat doen.

Het is dezelfde zelf-feliciterende middelmatigheid die ook recente PvdA-perikelen lijkt te illustreren. Het is geen geheim dat de PvdA vaak verweten wordt het contact met de achterban kwijt te zijn. De PvdA wordt als te bestuurlijk en grachtengordel gezien. Het ontbreekt de partij aan geloofwaardigheid als oppositiepartij en als pleitbezorger voor de ‘gewone’ burger. Teneinde dit beeld te bestrijden is de PvdA meer dan ooit bezig om weer herkenbaarheid uit te stralen, met PvdA’ers tussen de burgers, als één van ons, één van het volk. Zo sprak Hans Spekman tijdens het laatste PvdA congres uitgebreid over zijn eenvoudige afkomst, de spruitjes die hij moest eten als kind en de gebrekkige opleiding van zijn voorouders. Job Cohen sloeg hierop aan door ook een spruit-anekdote te vertellen en Spekman haast te overtreffen in voorouderlijk gewoon-zijn. Een ietwat ongemakkelijke handreiking naar het volk volgde waarbij hij aangaf trots op Nederland te zijn (!) en begrip te hebben voor de angsten die veranderende tijden voor burgers met zich meebrengen.

Binnen de huidige strijd om het PvdA-fractievoorzitterschap is eenzelfde tendens te onderscheiden waarbij er een “race to the bottom” lijkt te zijn ontstaan om normaliteit en middelmatigheid uit te stralen. Want wat zijn nu de speerpunten van de kanshebbers? Geïllustreerd met pijnlijke politieke clichés hebben we tot dusver plannen gehoord om gehandicapten de arbeidsmarkt in helpen, het loongebouw te doorbreken en een nieuw flexwerk-contract te introduceren. Hoewel met de beste bedoelingen gepresenteerd, is het allemaal geneuzel in de marge.

Terwijl de ene na de andere economische crisis langskomt en er geen coherent tegengeluid is voor een vervreemdend xenofoob klimaat, kan de burger maar moeilijk warm lopen voor deze (middel)matige speciaaltjes. Tegelijkertijd maken de kandidaten het zichzelf extra moeilijk door inhoudelijk tussen twee tegenstrijdigheden te balanceren: enerzijds zoveel mogelijk verschil uitstralen ten opzichte van je concurrenten, en anderzijds laten zien dat de PvdA één-en-dezelfde kant op gaat. Het resultaat is een groep kandidaten die allen vinden dat het eerlijker moet en allemaal wel iemand kennen (of gehoord hebben van iemand) die niet eerlijk behandeld is. De kandidaten houden zich vast aan een eigen geluid (wat dat ook mag zijn) en lopen elkaar voorbij in het erkennen en herkennen van burgerlijk slachtofferschap en machteloosheid.

Het is juist deze strategie, of non-strategie, die de PvdA’s ambitie om als krachtige partij tussen de mensen te staan verhindert. Want ja, waar stemmen we nu eigenlijk op? Op een medeslachtoffer, op een spruitjeseter, op iemand die naast ons op de bank zit? Iemand die Nederland ook heeft zien veranderen en ook onze buren noch onze volksvertegenwoordigers meer herkent? Iemand die net als wij vanaf de huiskamer roept hoe zaken beter hadden gekund, die Sieneke niet naar het songfestival had gestuurd en ook Robben niet had gewisseld? 

Daarnaast, is herkenbaarheid en middelmatigheid nu de juiste manier om de PvdA een impuls te geven en een toekomst te schetsen waar wij allen aan willen meewerken? Is middelmatigheid de methode om (ook) jonge generaties te binden? Tijdens het PvdA congres klonk er al een duidelijk jong gemor uit het publiek: “Spruitjes, boeiuh”! Enigszins onbeschoft, jazeker, maar wat gaat de PvdA doen om solidariteit aansprekend en vanzelfsprekend te maken voor nieuwe generaties? Een antwoord hierop, omkleed zonder politieke clichés, is nog niet gegeven.

Spekman gaf bij zijn aantreden aan een sterke en activistische partij te willen die midden in de samenleving staat. Een verhuizing van het partijkantoor naar een krachtwijk zou hier onder andere aan bij moeten dragen. Toch vereist een sterke partij veel meer dan herkenbaarheid in een land dat steeds verder wegzakt in economische onproductiviteit en etnisch vingerwijzen. Spekman zou hiermee ook geen genoegen mogen nemen. Bij een krachtig geluid hoort lef en bevlogenheid. Niet een enkele keer nee zeggen tegen aankomende bezuinigingen en jongleren met middelmatige initiatieven, maar het bieden van een fundamenteel en weloverwogen alternatief met eigen uitgesproken ambitie.

En de tijd is meer dan rijp voor een ambitieuze agenda van de PvdA. Het huidige kabinet heeft een kans gekregen en gefaald. Ondanks het harde bezuinigingsbeleid zit Nederland alsnog, als enig Noord-Europees land, in een recessie. Meer bezuinigingen doen het al wankele consumenten- en politieke vertrouwen geen goed. De PvdA moet daarom niet alleen opkomen voor de zwakkeren en begrip tonen voor de maatschappelijk teleurgestelden, maar nu durven investeren en innoveren. Niet krampachtig vasthouden aan verworvenheden uit voorgaande decennia, maar gaan voor lange termijn innovatie in de meest essentiële (en geplaagde) sectoren van de maatschappij. De partij kan hierbij een voorbeeld nemen aan de innovatie-agenda van Zweden uit de jaren negentig alsook die van Duitsland en Groot Brittannië vandaag. Juist in crisistijd zorgt gericht innovatiebeleid in onderwijs, wetenschap, industrie en zorg voor herstel van het vertrouwen en participatie van deze en volgende generaties. Zoals beschreven in Tom Brokaw’s “the Greatest Generation” gaat het in crisistijd niet om leiderschap om het leiderschap, maar zijn de innovators die volgelingen krijgen.

Een bevlogen PvdA moet daarom niet slechts een vangnet zijn, maar ook een springplank. Sterker nog, om vandaag de dag een sociaal-democratische agenda te realiseren is het noodzakelijk om te excelleren. De huidige partij lijkt vooral voldoening te halen uit middelmatigheid en straalt hiermee alles behalve ambitie uit. Echter, ambitie tonen en voortouw durven nemen is niet elitair, net zo min als de middenklasse middelmatig is. Hoogste tijd dus om hier voor eens en voor altijd mee te breken!

Geef een reactie

Laatste reacties (8)