Laatste update 21:28
1.446
54

Psycholoog, auteur, columnist

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is daar onder meer betrokken bij de master-opleiding Gedragsverandering.

Daarnaast heeft ze jarenlange ervaring als coach en trainer op het gebied van zelfkennis, authenticiteit, en zelfontwikkeling. Ze staat bekend om haar talent om wetenschappelijke inzichten op begrijpelijke en onderhoudende wijze te presenteren aan een breed publiek.

Vonk heeft een column in Psychologie Magazine en schreef eerder de bestsellers Ego’s en andere ongemakken, Menselijke gebreken voor gevorderden en Liefde, lust en ellende.

Pygmalion in de klas

De sociale komaf van kinderen kan hun schoolcarrière beïnvloeden. Dit kan deels worden verklaard door de lagere verwachtingen die leraren hebben van leerlingen met laagopgeleide ouders

cc-foto: mediawijzer.net
cc-foto: mediawijzer.net

Iedere aandeelhouder is bekend met de self-fulfilling prophecy: als mensen verwachten dat het goed zal gaan met een bedrijf, kopen ze er meer aandelen van, waardoor de beursnotering van het bedrijf stijgt; omgekeerd dalen de koersen als men een negatieve verwachting heeft en de aandelen verkoopt. De verwachting bevestigt dus zichzelf.

Iets soortgelijks gebeurt ook met mensen. Wanneer mensen een bepaalde verwachting hebben van een persoon – bijvoorbeeld dat iemand extravert of juist gesloten is, intelligent of juist dom is – zet dat allerlei gedragingen in gang die de kans vergroten dat de ander aan de verwachting beantwoordt. In een experiment dat in de jaren zestig werd uitgevoerd*, werd bij de leerlingen van een paar middelbare-schoolklassen een test afgenomen. Ongeacht de feitelijke uitslag van de test, werd vervolgens tegen de leraren gezegd dat bepaalde leerlingen (door de onderzoekers willekeurig uitgekozen) volgens de testuitslag ‘laatbloeiers’ waren, en waarschijnlijk op den duur uitstekende capaciteiten zouden ontwikkelen als ze voldoende werden gestimuleerd. Na een jaar bleken deze leerlingen hoger te scoren op een IQ-test en betere schoolprestaties te behalen dan de andere leerlingen, terwijl er aanvankelijk niets was waarin ze zich van de anderen onderscheidden.

De onderzoekers noemden dit het Pygmalion-effect, naar het toneelstuk van Bernard Shaw (voor sommigen beter bekend in de vorm van de musical My fair lady), waarin een beschaafde professor een plat sprekend bloemenmeisje weet om te vormen tot een dame van allure, en al doende verliefd wordt op zijn eigen creatie. De leraren hadden hun ‘laatbloeiers’ omgevormd tot talentvolle pupillen, door hen zoveel te stimuleren dat de voorspelling uitkwam.

In dit onderzoek werd uitdrukkelijk tegen de leraren gezegd dat bepaalde leerlingen zich zouden ontpoppen als zeer talentvol. In werkelijkheid hebben leraren natuurlijk vaak niet de beschikking over zulke informatie, en ontwikkelen ze zelf verwachtingen over welke leerlingen meer en minder veelbelovend zijn. Het gevaar is dat die verwachtingen niet zijn gebaseerd op feitelijke capaciteiten van de leerlingen, maar op variabelen als afkomst en sociaal-economische status. Immers, het stereotype bestaat dat allochtone kinderen en kinderen uit lagere sociaal-economische milieus minder intelligent zijn. Als een leraar dat idee deelt en dientengevolge minder aandacht geeft aan die kinderen, of makkelijker opgaven aan hen voorlegt (met de beste bedoelingen, bijvoorbeeld om te vermijden dat ze onzeker worden), dan is gemakkelijk in te zien hoe stereotypen zichzelf op den duur kunnen bevestigen.

Zo is gebleken dat wanneer een kind van Turkse of Marokkaanse komaf geen antwoord weet op een vraag, leraren geneigd zijn de vraag letterlijk te herhalen, alsof ze aannemen dat het kind het niet goed heeft verstaan (zelfs als het kind gewoon in Nederland geboren en getogen is). Bij autochtone kinderen zal de leraar daarentegen eerder de vraag in andere woorden opnieuw stellen, waardoor de kans groter is dat het kind het de tweede keer beter begrijpt. Vergelijkbare effecten treden op bij dikke of onaantrekkelijke kinderen, waarvan eveneens wordt verwacht dat ze minder bijdehand zijn.

Ongetwijfeld vinden veel leraren dat ze alle kinderen evenveel kans geven en dat ze door mogelijke stereotypen heen kijken. Maar recenter onderzoek** laat nu juist zien dat stereotypen onbewust werken en dat mensen hun vermogen zich er niet door te laten beïnvloeden sterk overschatten. Dat pleit toch voor die meer objectieve CITO-test – maar dan ook niet meer luisteren naar de protesterende hoogopgeleide ouders wanneer het testresultaat van hun kind hun niet bevalt…

 

* Rosenthal, R. & Jacobson, L.F. (1968). Pygmalion in the classroom. New York: Holt, Rinehart & Winston.

** Hansen, K., Gerbasi, M., Todorov, A., Kruse, E. & Pronin, E. (2014). People Claim Objectivity after Knowingly Using Biased Strategies. Personality & Social Psychology Bulletin, 40(6), 691-699.


Laatste publicatie van RoosVonk

  • De eerste indruk

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (54)