163
1

GroenLinks gemeenteraadslid Amsterdam

Evelien is geboren op 28 oktober 1984 in Bussum. Ze woont sinds 2003 in Amsterdam. In 2008 woonde ze een half jaar in Nairobi (Kenia) om te werken voor de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, daarna ging ze een jaar studeren in New York (2008/2009) waar ze ook werkte voor een organisatie in Harlem die Afrikaanse vluchtelingen bijstaat met sociale, medische en juridische kwesties. In deze periode van 540 dagen in het buitenland hield ze een blog bij. Vanaf juni 2009 is ze weer terug in Nederland. Op 1 januari 2010 begon ze als promovendus aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze onderzoek doet op het gebied van internationaal vluchtelingenrecht en internationaal strafrecht. Daarnaast is ze sinds haar terugkeer uit New York ook lid van de gemeenteraad van Amsterdam voor Groenlinks. Op 3 maart 2010 werd ze opnieuw gekozen in de gemeenteraad. Ze publiceert op persoonlijke titel.

Pyjamazitting

Vergaderen over de Hoofdlijnennota Kunst en Cultuur 2013-2016. Ee sappige kerstkalkoen was beloofd, maar we kregen een opgewarmde prak

Half twaalf was het. Vanaf ’s middags één uur hadden we – de gemeenteraad van Amsterdam – zitten vergaderen, onder andere drie lange uren over de vraag of er een raadsenquete moest komen naar de verbouwing van ’t Stedelijk Museum. Een aantal partijen had hoog van de toren geblazen, maar kwamen met zoveel technische vragen die gewoon in een commissievergadering behandeld konden worden, en waarvan het bovendien gek was dat ze nu pas – na wat ronkende stukken op de voorpagina van het Parool – werden gesteld terwijl de informatie over kosten en schema’s altijd met de gemeenteraad is gedeeld, dat het hele zaakje op een tamelijk teleurstellend toneelstukje uitliep. Zoals collega Jan Hoek zei over het debat: ‘er was ons een sappige kerstkalkoen beloofd, maar al wat we kregen was een opgewarmde prak’.

Maar half twaalf was het dus toen we begonnen aan het laatste agendapunt: de Hoofdlijnennota Kunst en Cultuur 2013-2016. Eerder al schreef ik erover: dat we moeten investeren in het MKB van de kunst en cultuur, de middelgrote en kleinere instellingen die gezamenlijk de culturele basisinfrastructuur van Amsterdam vormen. Dat cultuureducatie zowel binnenschools als buitenschools moet plaatsvinden. Dat de topinstellingen in Amsterdam relatief gezien uit de wind worden gehouden. Dat er meer aandacht moet zijn voor Nederlandse film, en dat het belangrijk is om een debatcentrum te subsidiëren.

Deze zomer schreef ik ook over kunst en cultuur in de stad. Die blog ging over de bezuinigingen die wij in Amsterdam hebben afgesproken: 230 miljoen euro in totaal, waarvan 10 miljoen op de kunstbegroting. Ik zette mijn twijfels bij die bezuinigingen, vooral in het licht van de culturele kaalslag die de landelijke overheid voor ogen heeft. Ik vond – en vind – dat die bezuiniging toen onderwerp van discussie mocht zijn. Aan het eind van de zomer werd echter helaas bekend dat de stad bovenop de 230 miljoen nog eens 80 tot 150 miljoen euro extra moet bezuinigingen. Dat betekent dat geen enkel onderwerp gespaard blijft: er wordt bezuinigd op de zorg, op armoedebestrijding, op reïntegratie. Het was daarom voor mij niet meer vol te houden om de 8 procent korting op de cultuurbegroting terug te willen draaien.

Enfin. Half twaalf was het, en bijna iedereen was door zijn spreektijd heen. Gelukkig hadden de collegaraadsleden van GroenLinks zich de hele dag ingehouden zodat ik nog  zes minuten kon oreren over de punten die voor ons belangrijk waren en over mijn acht voorstellen om de Hoofdlijnennota te wijzigen. Om half één begonnen we aan de stemming over alle voorstellen. Die van GroenLinks haalde het op ééntje na. Ik had ingezet op een verschuiving van drie miljoen van de topinstellingen naar de middelgrote en kleinere instellingen. Dit voorstel kon echter alleen op de steun van de SP rekenen.

Eén miljoen bleek echter wel haalbaar. Eén miljoen van de top af is vervelend voor een instelling die 10 miljoen euro subsidie krijgt, maar één miljoen bij de basis erbij betekent de redding voor tientallen kleinere instellingen die maar een klein subsidietje aanvragen. Dit verhaal overtuigde VVD en D66, en zelfs het CDA stemde voor. Dat de PvdA het geld liever bij de grote instellingen liet zitten, verbaasde mij wel enigszins. De sociaal-democraten steunden echter wel mijn voorstel om een harde eis van 25 procent eigen inkomsten te hanteren voor de topinstellingen.

En zo werd aan het eind van een lange dag, diep in de nacht, het belangrijkste stuk in vier jaar voor de kunst en cultuur in Amsterdam vastgesteld. Het is nu aan de instellingen om een aanvraag in te dienen. In mei 2012 zullen we het advies van de Kunstraad krijgen: welke instelling krijgt geld en komt daarmee in het Kunstenplan, en welke instelling valt buiten de boot. Eigenlijk begint de spannende periode nu pas.

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van Evelien van Roemburg

Geef een reactie

Laatste reactie