1.364
44

Europarlementariër PvdA

Thijs Berman is afgestudeerd ontwikkelingspsycholoog. Hij studeerde een jaar in Frankrijk en daar ging hij na zijn studie ook werken als correspondent voor ondermeer De Groene Amsterdammer, het NOS Radio1journaal, TweeVandaag en het Agrarisch Dagblad. De politiek riep en in 2004 werd Berman voor de PvdA Europarlementarier. Voor de Europese Verkiezingen van 2009 was hij lijsttrekker namens de PvdA.

Rechtse bezuinigingen staan gelijk aan middeleeuws aderlaten

Investeren in onderwijs en onderzoek, in infrastructuur, in een weg terug naar economische groei en werkgelegenheid - het is nu niet mogelijk, omdat de Europese leiders zichzelf de financiële armslag niet gunnen

De EU balanceert op de rand van de afgrond. En dat gaat niet om de Europese samenwerking alleen, die langzamerhand terugvalt in een los-vaste en wantrouwige contactgroep van hoofdsteden, met een zelfbenoemde leiding van Berlijn en Parijs. Het gaat nu om de economische toekomst van de Unie, die na twee jaar aarzelen en halve maatregelen groot gevaar loopt. Dat kan anders, maar niet met deze methode, en niet met deze regeringsleiders.

De methode is verkeerd. Sinds het begin van de financiële crisis hebben de hoofdsteden van de eurozone het roer in handen genomen. Dat proberen ze tenminste. Maar met 17 kapiteins op een schip is het lastig om niet op de klippen te lopen. Daar helpt geen Herman Van Rompuy tegen, die door de Raad benoemd is tot chef van de economische regering van de eurozone – buiten het Verdrag om, zonder wettelijke grondslag, en vooral zonder enige daadkracht. Met halve afspraken tussen hoofdsteden komen we niet uit de crisis.

De zwakte van de Europese Commissie wreekt zich hier: Barroso houdt mooie toespraken en verzet zich niet effectief tegen de Parijse wens om de EU zoveel mogelijk te kortwieken. Over het Europees parlement, de enige democratisch gekozen institutie van de EU, wordt al helemaal niet meer gesproken tussen de regeringsleiders.

Toch zette het Europees parlement de afgelopen weken de koers in op weg naar rustiger wateren. Er komt een strakke begrotingsdiscipline, met sancties. De handel in bizarre bankproducten wordt ingedamd. Dat zijn wezenlijke belangrijke stappen – al bieden ze geen uitweg uit de crisis, wel helpen ze een volgende crisis te voorkomen.
De grote handicap van het EP is alleen dat veel Europese kiezers het niet zien als hun eigen parlement; het is alsof een europarlementariër een soort Brusselse bureaucraat is. Dat is allereerst het parlement zelf aan te rekenen – het is teveel opgeslokt in Brusselse onderhandelingen, te weinig in gesprek met kiezers. Het parlement zou wanbeleid veel harder aan de kaak moeten stellen. De Commissie hinderlijk volgen is iets wat veel parlementariërs in Brussel verzuimen.

Het gebrek aan publieke steun voor het Europees parlement is daarentegen ook de nationale politiek in de lidstaten aan te rekenen: terwijl het Europees parlement wetten maakt voor 500 miljoen mensen doen nationale politici graag alsof de besluitvorming in Brussel niet bestaat. Mij wordt wel eens gevraagd of ik niet naar de Kamer zou willen. Dan antwoord ik: ‘Waarom? Ik zit nu in de keuken, en weet precies wat ze daar in de Kamer straks op hun bordje krijgen.’

Maar, los van de zere tenen van het europarlement, wij komen deze crisis niet uit door de democratie in de EU af te laten brokkelen. Schimmige onderhandelingen door regeringsleiders, onzichtbaar voor iedereen buiten de vergaderzalen, maken de Europese samenwerking niet effectiever, dat is wel gebleken. Er worden loodzware besluiten genomen. Dat vereist enerzijds de democratische goedkeuring van nationale parlementen, omdat het om nationale financiële verantwoordelijkheid gaat, om risico’s die nationaal gedragen worden. Maar anderzijds, voor elke besluitvorming die daarna tot stand komt moet het Europees parlement de dames en heren in Brussel aan de tand kunnen voelen. En dan is de enige economische regering die verantwoording af kan leggen aan volksvertegenwoordigers niet een clubje met Van Rompuy aan het hoofd, maar de Europese Commissie – omdat die door het EP naar huis gestuurd kan worden.

Bovendien is het ondoenlijk om bij elk nieuw besluit zeventien keer de hoofdsteden af te moeten wachten. Het noodfonds EFSF moet daarom Europees gemaakt worden; nu is het een mistige privéonderneming met zeventien bazen, het zal van de lidstaten een mandaat moeten krijgen om snel en daadkrachtig te kunnen opereren.

De methode moet daarom communautair zijn, gemeenschappelijk, en niet langer intergouvernementeel, een moeizaam gevecht tussen regeringsleiders. Is daarvoor een nieuwe Conventie nodig, en een herziening van het Verdrag? Het is onvermijdelijk. De Unie wordt meer dan een gemeenschappelijke markt. De EU wordt een politieke unie, een fiscale unie, een unie waarin de lidstaten erkennen dat tot ieders voordeel vast aan elkaar verklonken zijn, zo vast dat onderlinge lotsverbondenheid betekent dat lidstaten elkaar in geval van nood bijstaan. Dat daar ook harde afspraken bij horen is vanzelfsprekend. Het zou begrijpelijk zijn als het eerste land dat sancties krijgt Italië is: vanwege de manifeste politieke onwil van Berlusconi om iets aan zijn onmogelijke financiële situatie te doen, waardoor hij heel Europa doet wankelen. Precies voor die kwade wil zijn de sancties bedoeld; niet voor landen die om gegronde redenen even van het pad af raken en geloofwaardig aangeven hoe ze daar weer op terug zullen komen.

Deze regeringsleiders draaien om elkaar heen, aarzelen, en nemen straks een nieuwe serie halve maatregelen. Dat komt niet alleen door de nationale belangen, die ze denken te verdedigen terwijl ze die in groot gevaar brengen. Dat komt ook door hun politieke kleur. Kapitalisme is te moeilijk voor liberalen. Het komt te moeizaam in hun hoofden op om de markten te beteugelen. Iedereen vergeet dat de crisis uit de banken is gekomen, met hun wanstaltige risico’s, gedekt door rating agencies die enthousiast waren over dezelfde banken die vervolgens ineenstortten. Het is nodig om in te grijpen, om zakenbanken te scheiden van consumentenbanken – en de overheid alleen bij de laatste de inzet te laten garanderen. De Europese bankenbelasting komt even moeizaam uit de mond van de huidige regeringsleiders; de PvdA heeft premier Rutte er simpelweg toe gedwongen, in ruil voor steun aan de Europese reddingsoperatie. Dezelfde onwil is er als het over investeren in onze toekomst gaat. Het enige recept van rechts is bezuinigen, en dat is als het middeleeuwse aderlaten. De zieke komt het bed niet meer uit. Investeren in onderwijs en onderzoek, in infrastructuur, in een weg terug naar economische groei en werkgelegenheid – het is nu niet mogelijk, omdat de Europese leiders zichzelf de financiële armslag niet gunnen. Die zou bereikt kunnen worden met euro-obligaties, gezamenlijk door de eurozone-landen uitgegeven obligaties, omdat die dankzij hun lage rente de ruimte kunnen scheppen voor investeringen. Het staat niet op de agenda in Brussel.

Met deze regeringsleiders komen we de crisis niet uit. Het is tijd voor een wisseling van de wacht.

Geef een reactie

Laatste reacties (44)