1.834
160

Schrijfster, werkt met kindsoldaten

Ginny Mooy is schrijfster, antropologe, en grafisch ontwerper. Inmiddels woont en werkt Ginny ruim negen jaar in Sierra Leone, waar ze onderzoek doet naar de gevolgen van extreme geweldpleging, reïntegratie van (en de daarmee samenhangende positie van vrouwen) in de naoorlogse samenleving. Ginny volgt in Sierra Leone de lange termijn reïntegratie van voormalig kindsoldaten voor verder onderzoek.

Over haar eerste onderzoek schreef Ginny de roman 'De wil om te doden'. In April 2009 verscheen Ginny’s tweede boek 'Moordjongens'. Een boek voor jongeren vanaf 12 jaar, gebaseerd op waargebeurde verhalen en situaties.

Bekijk ook haar website www.ginnymooy.nl

Regels zijn regels? Met zo’n volk heb je geen dictatuur meer nodig

Toen ik mensen vertelde dat ik uit principe niet ging stemmen, werd ik praktisch aan het spit geroosterd

Nederland is het land met de meeste regels ter wereld. Of misschien is het slechts een volksgezegde. Maar het bestaan ervan spreekt boekdelen. Wat mogen we eigenlijk nog zelf bepalen in dit land?

Als je een stuk land weet te bemachtigen, vertelt de plaatselijke overheid je wat je er wel en niet mee mag doen. Als je met je net zindelijke peuter uit bent en hij zijn plasje echt niet meer op kan houden, mag hij dat niet in de bosjes doen. Ook niet als er net daarvoor een hond zijn grote boodschap heeft gedaan. Als je net een kind hebt gekregen, moet je je de bemoeienissen van het consultatiebureau laten welgevallen. Je plantjes in de voortuin mogen niet over de stoep hangen. Je moet je afval scheiden. Je container niet te vroeg buiten zetten. En weer op tijd terughalen.

Weken van tevoren grof vuil bellen als je een keer iets weg wil gooien wat niet in de container past, kan of mag. Precies opgeven wat je denkt allemaal weg te gaan gooien, áls je die schuur eenmaal leeg hebt. Die regels moet je allemaal van binnen en van buiten kennen. En dan mag je er nog afvalstoffenheffing voor betalen ook. Energiebelasting. Verpakkingsbelasting. Het valt nog mee dat we zelfstandig mogen ademen. En dat daar (nog) geen belasting over geheven wordt.
Hoe ironisch is het, dat het meest ‘beschaafde land ter wereld’ ook de meeste regeltjes heeft? En wat hebben we er met z’n allen toch een hekel aan. We klagen wat af. Niets is goed eigenlijk. Vooral rond verkiezingstijd hebben we er een dagtaak aan. Of rond de Prinsjesdagen. Hoewel de oude regels ons niet bevielen, steigeren we bij de gedachte aan nieuwe regeltjes. Ook al hebben we welgeteld drie sleutelwoorden gehoord. Wat voor politieke plannen er ook op tafel komen, ze zijn standaard niet goed. Nieuwe regeltjes blijken lastig te verteren. Wat waren we collectief verontwaardigd over de identificatieplicht, bijvoorbeeld. Dat we preventief gefouilleerd kunnen worden. En dat de overheid alles zo ‘verautomatiseerd’, dat we werkelijk op alle manieren in de gaten gehouden kunnen worden. We klaagden en klaagden. Maar van daadwerkelijk protest kwam het niet.

‘De media’ accepteerden die nieuwe regeltjes en kauwden ons voor dat het zo noodzakelijk was en voilà, wij accepteerden als makke lammeren. En we komen er ook nooit meer op terug. Een regel is een regel. Als die er eenmaal door is, interesseren we ons er niet meer voor. Internalisering heet dat. Als er eens een ‘gekkie’ voorbijkomt die zo’n regeltje aan de kaak stelt, bonjouren we die binnen no-time naar het domein van de ontoerekeningsvatbaarheid. “Regels zijn nou eenmaal regels,” roepen we in koor. “En als het je niet bevalt, ga je toch gewoon emigreren?” “We kunnen niet voor alles en iedereen zomaar een uitzondering maken.” Dat en andere argumenten die alleen het oppervlakkige bestaan van die regel ondersteunen. Een enkele ziel die nog een kritische houding ten opzichte van de inhoud ervan tentoonspreidt. Maar die ziel is gewoon gek. Regels zijn regels, hij past zich maar aan.

Is het dan wel zo ironisch dat Nederland zoveel regeltjes heeft? Blijkbaar hunkeren we ernaar. Als de overheid vandaag zegt dat we als eerste onze linkervoet uit bed moeten laten glijden, krijsen we moord en brand. Wat denken ze wel, die idioten daar in Den Haag? De volgende dag zetten we uit protest stiekem toch even onze rechtervoet als eerste op de grond. Op de derde dag doen we toch netjes die linkervoet. En de vierde dag dwingen we de rest van onze families ertoe dat ook te doen. Want zo hoort het. Regels zijn regels. Een jaar later laten we mensen die nog steeds met hun rechtervoet uit bed stappen gedwongen opnemen. En dat weten we nog op alle mogelijke manieren te verdedigen ook. We zijn dol op regels.

Regels houden mensen in het gelid. De samenleving loopt als een klok. Er zijn tenminste geen onduidelijkheden. Er wordt niets aan het toeval overgelaten. En we hoeven niet meer zelfstandig na te denken. Dat maakt ons als volk makkelijker bestuurbaar. En dat is fijn voor een samenleving. Zolang we het idee hebben dat het voor ons eigen bestwil is, moeten we bereid zijn die dwang van bovenaf te accepteren en ons de normen en waarden die erin besloten liggen eigen te maken. Daar moeten we het bestuurlijk apparaat volkomen voor vertrouwen, uiteraard.

Maar daar wringt ‘m nou net de schoen. Want hoewel we de politiek bestuurders al sinds het laatste Paarse kabinet voor geen haar meer vertrouwen, slikken we de regels nog steeds voor zoete koek. Hoe problematisch zo’n makke volksaard is, begrijpen we niet. We doen immers wat we moeten doen. En daarom doen we het. Om geen enkele andere reden. Want regels zijn nu eenmaal regels. Tja. Met zo’n volk heb je geen dictatuur meer nodig.

Natuurlijk vaart niet iedereen blind op het systeem. Een handjevol mensen blijft zich verzetten. Maar zij zijn in de minderheid. Want je verzetten tegen regels die door vrijwel iedereen geaccepteerd worden, zomaar, omdat ze bestaan, blijkt in de praktijk zinloos. Datzelfde geldt voor het systeem. En voor de landelijke politiek. Toen ik mensen vertelde dat ik uit principe niet ging stemmen, werd ik praktisch aan het spit geroosterd. Niet stemmen? Dat kon echt niet. Maar ik had mijn vertrouwen in de politiek opgezegd. Ik kreeg dat met geen mogelijkheid uitgelegd. Ik argumenteerde me wezenloos. Dat iedere meedingende politieke partij zaken in het programma heeft, waar ik als mens pertinent en faliekant tegen ben. Dat ik geen partij kan steunen die oorlogen voert waar ik het niet mee eens bent. Die groepen mensen marginaliseert. Die mensenrechten schendt die ikzelf heel belangrijk vind. Tegenargumenten kreeg ik niet. Behalve dan de mededeling dat ik moest stemmen. Want dat hoorde nou eenmaal zo. Punt uit. Als ware het een regel.

Door niet te gaan stemmen, verspeelde ik blijkbaar een recht. Vond men. Maar feitelijk heb ik er een recht mee verworven. Ik heb geen enkele politieke partij mijn vertrouwen of zegen gegeven om beleid uit te voeren en regels op te leggen. Ik vertegenwoordig mezelf. Omdat ik me al een eeuwigheid afvraag hoe en of de volksvertegenwoordiging het volk vertegenwoordigt. En zolang ik binnen de regels opereer, staat het me vrij om dat te doen. Ik loop in de maat omdat ik bepaalde consequenties niet wil dragen. Niet omdat ik die maat acceptabel vind. Kritischer dan ik komen ze bijna niet.

U heeft gestemd. Of tenminste, de meesten van u. Daar kwam een coalitie uit voort. Die de wens van het volk perfect vertegenwoordigt. Knappe zet van die politieke partijen die eigenlijk heel weinig raakvlak met elkaar hebben. Boven verwachting eigenlijk. Zo hoort het. De formatie ging snel en doeltreffend. Zoals het zou moeten. De partijen hebben vertrouwen in elkaar. De partijleiders die lachend en ontspannen met elkaar om kunnen gaan en een gemeenschappelijke visie naar buiten brengen. Zij zijn blijkbaar zo ver om compromissen te sluiten, wat hoop geeft op een eerlijker verdeling en evenwichtigere regels. We walgen er en masse van. Het geklaag is niet van de lucht.

De plannen van het kabinet Rutte II hadden nog nauwelijks vaste vorm, of de hel brak los. Onder het volk was gemorrel. Maar vooral de media ijverden om de plannen tot de grond af te breken. Met resultaat. Torentjesoverleg. En kabinet Rutte II kwam met aangepaste plannen. Onmogelijk! Toch? In dat regenteske Nederland? Het volk, aangevoerd door de media, roerde zich. De politici luisterden en kwamen accuut met aangepaste plannen. Dat lijkt warempel op heuse volksvertegenwoordiging. Geen ‘regels’ om de regels, omdat het regels zijn, maar inspraak door het volk. Zonder dat daar massaal protest voor nodig was. Je vertrouwen in de politiek zou er bijna van door het dak stijgen. Maar wat gebeurde er? Ironisch genoeg staat Nederland op de achterste benen. “Valste start!” “Te knullig voor woorden.” “Aanfluiting!” “Een ramp in wording.”

En nu hebben we het niet meer over de plannen, maar over de knieval die dit kabinet aan het volk doet. Zoveel flexibiliteit boezemt blijkbaar weinig vertrouwen in. Nee. Dan hebben we toch liever regels waar we niet aan kunnen tornen. Weg met de volksvertegenwoordiging. Lang leve de dictatuur! Als het aan u ligt. Maar als het aan mij ligt, is dit een eerste stap op weg naar een politiek apparaat dat naar het volk durft te luisteren en de ballen heeft de koers te wijzigen als het volk erom vraagt.

Hoewel ik het nog steeds niet eens ben met de programma’s van de regerende partijen, spreek ik mijn waardering uit voor deze aanpak. Meneer Rutte, meneer Samsom: Ook al zal het volk het als risicomanagement beschouwen, daar was moed voor nodig. Neem het hen niet kwalijk. Na zovele jaren van onzichtbare dictatuur is dit gewoon even wennen. Misschien kunt u er iets van een regeltje voor bedenken?

Dit artikel verscheen eerder op de website van Ginny Mooy

Volg Ginny Mooy ook op Twitter
Ginny Mooy schreef het boek: Ana

Geef een reactie

Laatste reacties (160)