Laatste update 13:08
2.213
22

Psycholoog, auteur, columnist

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is daar onder meer betrokken bij de master-opleiding Gedragsverandering.

Daarnaast heeft ze jarenlange ervaring als coach en trainer op het gebied van zelfkennis, authenticiteit, en zelfontwikkeling. Ze staat bekend om haar talent om wetenschappelijke inzichten op begrijpelijke en onderhoudende wijze te presenteren aan een breed publiek.

Vonk heeft een column in Psychologie Magazine en schreef eerder de bestsellers Ego’s en andere ongemakken, Menselijke gebreken voor gevorderden en Liefde, lust en ellende.

Regeringspartijen in kinderlijk stadium van morele ontwikkeling

'Wat ik vooral zorgwekkend vind is dat onze bewindslieden kennelijk nog geen eigen moraal hebben, en wie weet ook nooit zullen krijgen'

In een advies aan de regering schreef de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur dat we aanzienlijk minder vlees en zuivel moeten produceren en consumeren om de klimaatdoelstellingen te halen. Al vaker hebben wetenschappers geconstateerd dat de Nederlandse veestapel gehalveerd moet worden om de groeiende problemen (waaronder uitstoot, bodemverzuring, watervervuiling, fijnstof en aantasting van de biodiversiteit) het hoofd te bieden. Het kabinet had ook dit keer maar weinig tijd nodig om het doorwrochte rapport af te serveren. ‘Krimp van de veestapel moet geen doel op zich worden’, zei Landbouwminister Schouten. Misschien had ze in de gauwigheid niet gezien dat de maatregel werd geadviseerd als middel om de Parijs-doelstellingen te halen.

CDA’er Jaco Geurts bracht inhoudelijke argumenten in: “Het staat niet in het regeerakkoord.” En: “Als wij minder vlees produceren, gaan andere landen het overnemen.” Geurts had ook iets gemist in het advies: we moeten niet alleen minder vlees produceren, maar ook minder consumeren. Maar voordat ik dit bedacht, moest ik eerst onwillekeurig terugdenken aan Kohlberg’s theorie over morele ontwikkeling, die ik leerde als eerstejaars psychologiestudent. Volgens Kohlberg ontwikkelt moreel denken zich in zes fases. In elke fase kun je tot verschillende conclusies komen over wat goed en fout is; het gaat om de manier van redeneren.

Cc-foto: Aikawa Ke

Bij kinderen tot een jaar of negen is er nog geen echte moraal (het pre-conventionele niveau). In de eerste fase zijn ze gevoelig voor regels, straf en autoriteit: het moet nu eenmaal zo (of: het staat in het regeerakkoord en daar moet je je aan houden). In de tweede fase gaan kinderen hun eigen individuele belang nastreven en afwegen hoe dat zich verhoudt tot wat anderen doen: wat levert het mij op en is er kans dat een ander me zal dwarsbomen, is de afweging. Ook hier is er nog geen moraal. Ik zie deze fase terug in de opmerking van Geurts: als wij het niet doen, doen andere landen het. Het is als de zelfrechtvaardiging van een drugsdealer bij een school: als ze het niet bij mij kopen, kopen ze het bij een ander.

Zelfs op het niveau van fase 1 en 2 zou je tot wijzere conclusies kunnen komen, wanneer je bedenkt dat ook andere landen de klimaatdoelen van Parijs willen halen. Maar wat ik vooral zorgwekkend vind is dat onze bewindslieden kennelijk nog geen eigen moraal hebben, en wie weet ook nooit zullen krijgen. Kohlberg onderscheidt zes fases, waarvan de laatste twee (post-conventioneel) pas in de volwassenheid worden bereikt. Maar niet door iedereen. Mensen kunnen blijven steken in een bepaalde fase.

Daarom een tip voor de klimaatvriendelijke oppositie: spreek de regeringspartijen aan op hun eigen kinderlijke niveau van morele ontwikkeling: Parijs is een hogere autoriteit dan het regeerakkoord; we moeten ons houden aan de Parijs-afspraken. Anders krijgen we straf.


Laatste publicatie van RoosVonk

  • De eerste indruk

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (22)