970
10

publicist

Shantie Jagmohansingh (1982) is freelance publicist en schrijft in o.a. Trouw, Volkskrant, Contrast, Wereldjournalisten en OHM Vani. In december 2010 verscheen haar eerste korte verhaal ‘Sneeuw’ in literair tijdschrift Armada. In het dagelijkse leven werkt zij als sociaal wetenschappelijk onderzoeker bij de gemeente Rotterdam en heeft diverse onderzoeksrapporten en artikelen geschreven op het terrein van armoede, bijstandsgerechtigden, arbeidsmarkt en zorg & welzijn. Zij studeerde bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Shantie is Hindoestaans, haar voorouders komen uit India, haar ouders uit Suriname en zelf is zij geboren en getogen in Nederland. Deze migratiegeschiedenis, die zich in ruim een eeuw heeft uitgespreid over drie geheel verschillende werelddelen, vormt een belangrijke inspiratiebron voor haar (toekomstige) schrijfwerk. Andere belangrijke onderwerpen zijn migratie, integratie, identiteitsontwikkeling, (post)koloniale geschiedenis en vrouwenrechten.

Reizen is overgewaardeerd fenomeen

Thuisblijvers geven een stad of bedrijf reliëf. Ze breken vaak meer uit hun eigen wereld dan de doorgewinterde zakenreiziger

Zet een groep mensen bij elkaar en je kunt er gegarandeerd van uitgaan dat de meest vreemde regels ontstaan om hierbinnen weer verschillende groepen te definiëren, ieder met een eigen status en rangorde. De afgelopen jaren is in deze wirwar van sociale ladders echter een criterium ontstaan waar haast iedereen het over eens is, namelijk de overtuiging dat je er pas helemaal bij hoort als je over de nodige buitenlandervaringen beschikt.

Deze internationale sociale rangorde is op een prettige manier toegankelijk: je hoeft niet per sé bemiddeld of hoogopgeleid te zijn om toe te treden. Menig student reist met niet meer dan een volle rugzak en een Spartaanse overlevingswijze naar de meest verre oorden. Reiservaring is tegenwoordig overal een pre: tijdens de studie, bij sollicitaties, in de vriendenkring tijdens borrels en verjaardagen. Men praat over stages overzee, dweept met maandelijkse zakenreizen, en een jaar wonen in het buitenland is met het oog op de ontwikkeling van de kinderen helemaal ‘hot’ op het moment.

Wat het internationale zo aantrekkelijk maakt is de aura van avontuur, openheid, wereldwijsheid en de eigenschap jezelf daadwerkelijk te kunnen verplaatsen in een ander. Het wordt vooral interessant wanneer mensen buiten de gebaande paden treden door niet alleen Europa en de overzeese Westerse landen te bezoeken. Iemand wordt vanzelf fascinerender door te reizen naar continenten als Zuid-Amerika of Azië. Neem bijvoorbeeld India, een land met vrijwel alles wat er in de wereld te vinden is; diepe ellende maar ook spiritueel geluk, meelijwekkende bedelaars, maar ook de mooiste vrouwen die schitteren in de vele films. Een reiservaring naar een dergelijk land vertelt dat iemand avontuurlijk is en niet alleen onbevreesd om een andere wereld binnen te treden, maar ook intelligent genoeg om deze te willen snappen. 

Er bestaat echter een onderscheid tussen echt bereisde mensen, en degenen die vooral dwepen met de reiservaringen om zo hun imago een boost te geven. Mensen die pochen over de wilde taferelen op het Djemaa el Fna plein in Marrakech, terwijl ze eigenlijk niet verder zijn gekomen dan hun resort aan de andere kant van de stad.

Naast de vele voordelen moeten we waakzaam zijn voor de nadelen die kunnen kleven aan een voortdurende ‘internationale ervaring’: er wordt geen binding met een land opgebouwd, opgedane kennis neigt vaak naar oppervlakkigheid en doordat alles zo onbegrensd en open is, kunnen gevoelens van verantwoordelijkheid vervagen, vooral door de roes van het glamourachtige internationale leven waar men zich gemakkelijk in kan verliezen. Denk aan de snelle veertiger die onder een schouderophalend ‘daar ben ik niet aan toegekomen want in het Andes-gebergte waar ik mijn kinderen de waarde van stilte wilde bijbrengen had ik geen bereik’, zijn werk afschuift op een collega.

Het paradoxale is dat de internationale-global-life-experience alleen echt voordelig is, als er genoeg mensen zijn die juist het tegenovergestelde doen. Zoals werknemers die al jaren op dezelfde werkplek in hetzelfde beroep functioneren. Ze worden vaak, en deels ook terecht, uitgemaakt voor vastgeroest fossiel. Maar deze mensen vormen, juist door hun honkvastheid, de harde schijf van de organisatie. Zij zijn dragers van lokale kennis die nergens anders is opgeslagen. Wegvallen van deze werknemers kan gevolgen hebben voor het fundament van een organisatie.

Wanneer je lang op dezelfde plek woont, ben je in staat echt een band met het land en de mensen op te bouwen. Lang genoeg om er een geschiedenis te laten ontstaan, om liefde voor een bepaalde plek te voelen, zodanig dat het onder de huid gaat zitten. Als iedereen constant op pad zou zijn, komen dergelijke duurzame banden minder voor, of zijn ze minder diepgaand.

Juist door de mensen die ergens lang wonen, in veel gevallen de oudere autochtone generatie of eerste generatie migranten, is het voor de reizigers leuk om te reizen. Je hebt immers mensen die niet alleen bij thuiskomst op je wachten, maar met wie je ook je ervaringen en kennis kan delen en in perspectief plaatsen.

We hebben dus zowel bereisde als honkvaste mensen nodig om een stabiele prettige wereld te creëren, dus waarom niet evenveel respect voor beide partijen? Waarom niet de voor- en nadelen van beide partijen benoemen en bewonderen?

Talloze directeuren reizen de wereld over om uitsluitend met andere directeuren te overleggen. Alle kantoren in de verschillende landen zien er praktisch hetzelfde uit, iedereen spreekt dezelfde ‘culturele taal’ en deelt dezelfde mores, waarden en normen. Daarnaast zijn er genoeg mensen, denk aan de dagelijkse praktijk van hulpverleners, journalisten, thuiszorgmedewerkers, onderzoekers etc, die voor hun werk in één land blijven, maar in contact komen met milieus, culturen en werelden compleet anders dan die van henzelf. Wie van deze twee – reiziger en thuisblijver – is dan eigenlijk het meest bereisd?

De belangrijkste meerwaarde van reizen is dat het je in staat stelt op een andere manier naar dingen te kijken. Dat je buiten jezelf kan treden om zo je eigen wereld en referentiekaders te vergroten. Maar in essentie gaat het hierbij niet om het overschrijden van landsgrenzen, maar des te meer het overgaan van de grenzen in je hoofd.

Dit stuk stond eerder in de zaterdagbijlage van Trouw.

Geef een reactie

Laatste reacties (10)