1.441
47

Literatuurwetenschapper, onderzoeker

August Hans den Boef is literatuurwetenschapper en onderzoeker. Hij werkte tot 2011 aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is schrijver van onder andere Nederland seculier!, 'God als hype' en [Haat] als deugd.

Religie staat niet boven de wet, ook niet het bevindelijke christendom van de SGP

Wanneer de SGP vrouwen uitsluit, raakt dat niet alleen vrouwen binnen die organisatie, maar ook daarbuiten 

De SGP kreeg de afgelopen dagen op het internet meer dan 15.000 handtekeningen die de partij steunde in haar standpunt om vrouwen te blijven uitsluiten van de kandidatenlijsten bij verkiezingen. Dat zijn niet alleen bevindelijke gelovigen, zoals ook op deze site bleek uit de reacties op het genuanceerde stukje dat Hanneke Groenteman op 10 april aan de kwestie wijdde. Vooral uit het ‘ietsistische’ kamp onderving de SGP veel steun. Zo viel de filosoof Ger Groot het arrest van de Hoge Raad in buitegewoon harde termen aan in NRC Handelsblad van 17-18 april.

Ik ben in het algemeen niet zo’n voorstander van de substitutieproef. Vaak worden appels demagogisch met peren verwisseld, waarbij het resultaat een grote misstand moet onthullen. Maar voor het betoog van Groot maak ik gaarne een uitzondering.

Volgens Groot tast de Hoge Raad met zijn uitspraak over de SGP de fundamenten van de partlementaire democratie aan. Want ‘een van de visies’ die politieke partijen in Nederland kunnen uitdragen, kan dat ‘niet meer op coherente wijze tot uitdrukking’ komen. Het gaat echter niet zozeer om visies, maar vooral om gedragingen. Gedragingen die tegen Nederlandse wetten ingaan en vooral tegen internationale verdragen die ons land heeft ondertekend. Sommige religieuze organisaties echter, menen dat de vrijheid van godsdienst zoals zij die interpreteren boven wetten en verdragen staan. Hierin, en het is niet de eerste keer, voelen zij zich gesteund door publicisten als Groot. 

Nu de substitutieproef. Vervang vrouwen door zwarten en Joden. Stel dat een politieke partij deze groepen op Bijbelse gronden wil uitsluiten van haar verkiezingslijsten. Want Cham de zwarte moest immers als straf zijn broeders dienen en Joden hebben Onze Lieve Heer gekruisigd. Theoretisch is het mogelijk dat net als vrouwen, ook zwarten en Joden (niet met de kleine letter die de religie aangeeft) belangstelling hebben voor het gedachtegoed van zo’n partij. Er kunnen zelfs gelovige zwarten en bekeerde Joden zijn die het met die Bijbelse interpretatie eens zijn. De substitutieproef is hier derhalve valide.

Daarom is het slechtste argument van Groot wel dat wetten en verdragen omwille van de superieure vrijheid van godsdienst mogen worden overtreden omdat een verbod ‘volstrekt niet de steun van de betrokkenen heeft.’ Hierbij vergelijkt hij het Clara Wichmannfonds dan ook met  een ‘kolonisator die de inlandse bevolking de marsroute naar haar eigen bevrijding inprent’. Nooit echter heeft Groot aan de kaak gesteld dat de historische marsroute steevast naar een opgedrongen christendom voerde via door de kolonisator gesanctioneerde zending en missie.

Maar het discrimineren van vrouwen, zwarten of Joden binnen een organisatie raakt ook de vrouwen, zwarten of Joden daarbuiten. Een organisatie discrimineert namelijk – op niet alleen irrationele, maar ook illegale gronden – vertegenwoordigers van de groep waartoe zij behoren. Ook een Marokkaanse jongeman die nooit een discotheek zal bezoeken, wordt immers geraakt door het feit Marokkaanse leeftijdsgenoten om onjuiste redenen de toegang tot deze gelegenheden wordt geweigerd.
Zoals het in laatste instantie ook alle Nederlanders raakt, wanneer een politieke partij kwaadwillig en tendentieus generaliserend een religieuze bevolkingsgroep buitensluit.
Al is dat ‘another story’.


Laatste publicatie van August Hans den Boef

  • Onbegonnen werk

    De ontvangst van het oeuvre van F. Harmsen van Beek, een casestudy (met Joost Kircz)

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (47)