1.261
29

Journalist

Brenda Stoter is geboren en getogen in Rotterdam. Sinds 2010 is ze als freelancer werkzaam in de journalistiek en schrijft ze voornamelijk voor het AD, stichtingen en bedrijven. Eerder schreef ze artikelen voor de Elsevier, Roest, HP/De Tijd, stichting Music Matters en werkte ze mee aan het Hoofdboek. Ze is gespecialiseerd in de multiculturele samenleving, jongerencultuur, Rotterdam, Egypte en Rwanda.

Schelden op Assad en huilen om verloren ledematen

"Weet je wat het is, Brenda? Het zal niet ophouden. Assad zal door blijven gaan. Syriërs zullen nooit meer hetzelfde zijn. Er is te veel pijn, te veel leed."

AMMAN- In het ziekenhuis hangt een smerige lucht, een mengeling van antibacterieel spul en zweet. Ik kijk naar Ziad en zie dat hij zijn neus dichtknijpt. De vrouwelijke dokter die ons naar één van de ziekenhuiskamers begeleidt, laat de meest gruwelijke foto’s zien: foto’s van Syriërs met afgerukte ledematen, huilende kinderen en moeders met bloed van hun gewonde kinderen op het lichaam.

“Ik moet dit wel laten zien, want anders weten mensen niet hoe verschrikkelijk het is en waarom we het geld zo hard nodig hebben. Raar, maar zo werkt het nou eenmaal”, zegt ze.

Ziad kijkt weg. De 23-jarige Syriër die net als 550.000 anderen naar Jordanië is gevlucht, kan het leed onder zijn volk maar moeilijk aanzien. De afgelopen dagen vergezelde hij me naar dorpen net over de grens, ziekenhuizen voor Syriërs, het vluchtelingenkamp Za’atari en reed hij me door heel Amman. Hij fungeert als mijn vertaler, fixer en chauffeur. In ruil daarvoor betaal ik de dagen die hij vrij heeft moeten nemen uit. Professionele fixers/vertalers in Jordanië zijn voor mij -een freelancer- amper te betalen, dus ik ben blij met zijn gezelschap.

De dokter werkt al maanden dubbele uren in een ziekenhuis waar Syriërs gratis medische zorg krijgen. Om dit project voort te kunnen zetten, lobbyt ze heel wat af. De patiënten raakten gewond in Syrië, waar de medische zorg het door de oorlog af laat weten, en worden daarna in een sneltreinvaart naar Jordanië vervoerd. Soms haalt ze hen zelf op, omdat dit sneller gaat.

 
“Maar alleen de meest gecompliceerde gevallen”, legt ze uit. “Zoals kinderen die een zware operatie nodig hebben of mannen die een infectie in hun been hebben. De geïnfecteerde ledematen worden hier geamputeerd.”

Ze opent de deur van één van de kamers en duwt ons zachtjes naar binnen. Op het bed zit een jong meisje met dik verband op haar rechteroog. Ik vraag aan Ziad wat er is gebeurd. Hij stelt haar wat vragen.

Dikke tranen gemengd met felrood bloed rollen over haar wangen wanneer ze haperend vertelt wat ze zag en hoorde. Fatima (10) is gewond geraakt tijdens een bombardement in Daraa, een provincie in Syrië. Hierbij raakte ze haar rechteroog kwijt.

“Niet huilen, habibti. Je bent zo mooi. En kijk eens naar je nieuwe nagellak. Ben je er blij mee?”

De dokter fluistert troostwoordjes in haar oor. Fatima snikt zachtjes verder. Het geluid gaat door merg en been. Achter mijn ogen voel ik de tranen branden. Ziad trekt wit weg, zie ik. Ik fluister dat hij haar niets meer hoeft te vragen.

Ziad is dit werk niet gewend, voor zover je er gewend aan kunt raken. Toen we eerder door Za’atari liepen, mompelde hij dat hij het zo moeilijk vond om naar andermans leed te vragen. Zelf vertelt hij af en toe wat over zijn verleden. Zo weet ik dat hij moest vluchten toen hij gezocht werd door de mukhabarat, de Syrische geheime dienst, en dat hij tegelijkertijd opgeroepen werd voor zijn dienstplicht.

“Ik sterf nog liever dan dat ik mensen moet vermoorden”, vertelde hij.

Hierna schold hij op Assad, zoals alle Syriërs die ik in Jordanië te spreken krijg. Net als Ziad, raakten ze alles kwijt.

Op het bed naast die van Fatima ligt de 4-jarige Amal in de armen van haar huilende moeder. Door haar tranen heen vertelt ze wat er gebeurd is, omdat het moet, volgens haar. De wereld moet weten dat president al-Assad onschuldige kinderen vermoord.

“Ik en mijn dochters liepen op straat toen een militair mijn oudste dochter tijdens het oversteken doelgericht in de rug schoot. Ik tilde haar op, maar ze ademde niet meer”, zegt de moeder geëmotioneerd.

Toen ze hysterisch met haar dochter in de armen wegrende, klonk opnieuw een schot. Haar jongste dochter werd hierbij in het hoofd geraakt.

Tijd om te rouwen om hun overleden dochter en zus hadden ze niet. De ambulance bracht hen direct naar de grens met Jordanië, waar ze door iemand van het ziekenhuis opgepikt werden.

“Wil je een foto maken?” vraagt Ziad opeens. “Ze vinden het goed.”

Ik pak mijn camera en schiet een plaatje van Amal, het 4-jarige meisje dat nu geen zus meer heeft. Ik vraag haar hoe ze aan die mooie bruine ogen komt, maar ze antwoordt niet. Sinds de beschieting heeft ze nog geen woord gesproken. De dokter zegt dat veel Syrische kinderen stoppen met praten als ze getraumatiseerd zijn.

Ziad wijst naar Fatima, die nog steeds aan het huilen is om haar verloren oog, om de pijn die ze heeft en om alles wat ze gezien heeft. Ik wil een foto maken, maar bedenk me en stop mijn camera in mijn tas. Hierna bedank ik iedereen en loop dan de deur uit.

Terug in de auto kijkt Ziad strak voor zich uit. Ergens voel ik me schuldig dat ik hem belast met dingen die hij eigenlijk niet wilt zien, maar die ik hem opdring, omdat ik journalist ben. Een half uur lang rijden we sprakeloos door de straten van Amman, richting het volgende ziekenhuis.

“Moeilijk hè?”, verbreekt hij de stilte.

Ik knik.

“Weet je wat het is, Brenda? Het zal niet ophouden. Assad zal door blijven gaan. Syriërs zullen nooit meer hetzelfde zijn. Er is te veel pijn, te veel leed.”

Samen schelden we op Assad. Het is het enige dat we kunnen doen.

Hij zegt dat zijn moeder mij die avond verwacht. Ze heeft een traditioneel Syrisch gerecht gemaakt, balletjes van noten en vlees in een yoghurtsaus. Normaal maakt ze dit gerecht alleen tijdens de feestdagen, omdat het een tijdrovend klusje is, maar omdat ik hier nu ben, wilde ze iets speciaals maken.

“Ze hoopt je een stukje van Syrië mee te geven. Het Syrië zoals wij het kennen”, besluit hij.

Als we bij de volgende bestemming aankomen, lopen we in een rap tempo naar de poort, omdat het al bijna etenstijd is en we het niet te laat willen maken. Maar net voordat we een voet over de drempel willen zetten, krijg ik het benauwd en vraag ik Ziad om nog even te blijven staan.

En daar, voor het zoveelste troosteloze ziekenhuis waar tientallen gewonde Syrische kinderen liggen, barst ik in tranen uit.

Dit artikel verscheen op het weblog van Brenda Stoter. Volg haar ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (29)