Laatste update 28 juli 2020, 12:40
11.374
109

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Scherpslijpers en nier-proevers maken een technoclub van wereldformaat kapot

Geef ze geen kans want met hun sektarisme zijn ze niet alleen in staat jouw werk kapot te maken maar ook nog Black Lives Matter, de belangrijkste emancipatiebeweging van onze tijd, in een kwaad daglicht te stellen. Leer van het drama rond De School.

Vooropgesteld, ik ben een relict uit de eerste helft van de vorige eeuw. Mijn hele leven lang heb ik grote afstand gehouden tot alle organisaties met een ballotage en elke danstent met een deurbeleid. Ik neem niet het risico beledigd te worden door zelfingenomen nagemaakten die me laten voelen dat ik niet goed genoeg voor ze ben. Iedereen zou dat  moeten doen. Het heeft mij dan ook altijd verbaasd dat jonge mensen bereid zijn lang in de rij te staan om vervolgens door een of andere doorbitch vanwege foute outfit of uitstraling de deur te worden gewezen. Aan de andere kant: ieder zijn meug en zijn eigen opvatting van zelfrespect.

Google Street View

Dit alles maakt mij misschien niet de eerst aangewezene om me druk te maken over De School, een technoclub met café restaurant, galerie en sportschool, die gevestigd is middenin het wederopbouwgedeelte van Amsterdam West. Ik doe het toch omdat ik vrees dat de affaire rond dit gerenommeerde centrum van vermaak geen incident is maar een gevaarlijke trend tot uitdrukking brengt: hoe scherpslijpers en nier-proevers met paranoïde kritiek, vasthoudend zuigen, verdachtmakingen en ideologisch fanatisme mooie initiatieven om zeep helpen, en passant goedwillende ondernemers en bestuurders te gronde richtend. Dat kunnen we juist in deze crisistijd niet gebruiken en daarom verdient dit drama nadere aandacht, ook van een oude lul als ik. Als waarschuwing aan anderen om het zover niet te laten komen. Onze generatie heeft dit soort ellende namelijk al eens eerder meegemaakt.

Wat is er aan de hand? In een paar jaar heeft de enthousiaste leiding De School uitgebouwd tot een van de veertig beste technoclubs ter wereld. Dat kwam enerzijds door de voortreffelijke programmering en anderzijds door de sfeer in het gebouw, een voormalige LTS: iedereen kon zich er vrijelijk te pronk stellen zonder dat dit bij het publiek tot spot of intolerantie leidde. Racistisch uitingen of neerbuigend gedrag tegenover leden van de LBTQ+ gemeenschap werden niet geduld.

De School voert dan ook een strikt toelatingsbeleid, dat erop gericht is personen onder invloed en verkeerd geklede mannen buiten de deur te houden. Een kostuum, een overhemd, slippers en sandalen zijn no-go’s. Voor vrouwen is er geen dresscode. Grote groepen worden niet toegelaten omdat zij een overwegende invloed kunnen uitoefenen op de sfeer. “Een eigenzinnige stijl” strekt echter tot aanbeveling. Aan de deur scheidt een ‘host’ volgens deze criteria de bokken van de schapen. Bewakers dempen tijdig elk verzet. Zij controleren bezoekers bovendien op drugs en camera’s. Telefoons worden met een sticker afgeplakt. What happens in the School, stays in the School.

Tot zover alles goed. Toen kreeg de School een enorme klap: het complex moest gedurende de intelligente lockdown uiteraard op slot wat een enorme financiële tegenvaller betekende. De gemeente Amsterdam droeg haar steentje bij aan de crisis door het categorisch te verdommen iets aan de huur te doen, waarmee – tussen haakjes – het rode college van de hoofdstad een treurig voorbeeld gaf aan vastgoedeigenaren met veel winkels in hun pakket.

Vervolgens kwam iets wat op de genadeslag leek. Ditmaal waren het geen autoriteiten maar mensen die naar boven dreven op de golven van Black Lives Matter.

Op de site van De School viel te lezen dat het café-restaurant op 1 juni weer open ging. En verder niets. Er stond geen solidariteitsverklaring bij met de Black Lives Matter-beweging.  Daar hadden ze op het kantoor niet bij nagedacht.

De straf volgde onmiddellijk. Men ontdekte dat De School een witte organisatie was. De namen van de oprichters/eigenaren luiden Ernst Mertens en Jochem Wertheimer. Nou, dan weet je het wel. Op het kantoor werken uitsluitend blanken. Hoewel Techno uit de Afro-Amerikaanse traditie stamt, werden er toch te weinig DJ’s van kleur uitgenodigd. Om precies te zijn: ze bestreken een derde van de programmering.

De directie schrok zich een ongeluk. Ze schreef een soort volksvergadering uit om te luisteren naar de kritiek van de achterban. Mertens ontbrak wegens ziekte. Dornbusch nam namens de directie in zijn eentje de honneurs waar. Een avond lang werd hem de huid vol gescholden door een divers publiek dat in toon en woordkeus voedsel gaf aan alle vooroordelen die in Nederland over wie en wat dan ook bestaan. Nu en dan constateerde de voorzitster dat er weer bezoekers “upset” weg liepen want de voertaal was gebrekkig Engels. De School zette de hele podcast op YouTube zodat iedereen het debat kan volgen.

De arme Dornbusch toonde begrip voor ongeveer elk verwijt dat hem gemaakt werd en zegde toe dat de zaak in behandeling werd genomen. Ook beloofde hij dat er een soort bedrijfskern zou worden gevormd om zo tot democratisering van de besluitvorming te komen. Aan het slot (2.43) kreeg de zieke Mertens nog een sneer mee: het was typisch wit privilege dat hij vanwege zijn burnout weg kon blijven.

Wat had het publiek dan aan te merken? Vanwege de algehele witheid was De School geen veilige ruimte. De leiding beweerde wel daarnaar te streven maar de werkelijkheid was geheel anders. Ook werden mensen om hun huidskleur aan de deur geweigerd. Met de community in het algemeen werd trouwens geen rekening gehouden. Wat onder die community verstaan werd, was onduidelijk. Sommige sprekers bedoelden de achterban van De School, anderen de buurtbewoners: het zo multiculturele Amsterdam West waarvan de kleuren in de danszaal te weinig zichtbaar waren. Aan concrete voorbeelden van racisme ontbrak het. De meeste sprekers kwamen niet verder dan het aanduiden van een vage onvrede, het idee dat veiligheid ver te zoeken was, de gedachte dat er aan de deur werd gediscrimineerd. Goed: een meneer klaagde dat hij met zijn gezelschap was geweigerd toen hij zijn verjaardag kwam vieren maar daar leek het bij te blijven. Pas aan het eind van de bijeenkomst viel een echte, een ernstige beschuldiging: een bewaker zou een geweigerde queer in ruil voor seks toch toegang hebben willen geven. Dat werd later door de bewakingsdienst in alle toonaarden ontkend.

Als gevolg van het debat lijken Dornbusch en Mertens zich geheel uit de leiding terug te trekken zodat er ruimte komt voor inclusie en mensen van kleur. Ze blijven natuurlijk eigenaar. En wel van een kapseizende club met een zwaar aangetaste goodwill. En allemaal omdat iemand vergat tijdig een solidariteitsverklaring op de website te plaatsen.

Ik ken dit. Ik heb het allemaal meegemaakt. Toen ik aan het eind van de jaren zestig aan de Universiteit van Amsterdam ging studeren, werd ik uiteraard lid van de ASVA, de Algemene Studenten Vereniging Amsterdam, want dat deed iedereen. We waren trotse dragers van de lidmaatschapskaart met pasfoto, waarop je in heel veel winkels kleine kortingen kreeg. De ASVA was een grote belangenorganisatie met 17000 leden, die door zijn omvang veel invloed had. Toen viel het bestuur in handen van nier-proevers en scherpslijpers die meedreven op de grote culturele revolutie van de jaren zestig. Het waren doctrinaire marxisten voor wie zuiverheid in de leer meer telde dan belangenbehartiging. Ze konden aan de macht komen omdat ze zitvlees hadden. Ze waren bereid zich een ongeluk te vergaderen. Ze wisten altijd precies waar de schoen wrong. In 1969 werd onder leiding van de ASVA het Maagdenhuis, bestuurscentrum van de universiteit door honderden studenten bezet. Dat leek het begin van een nieuwe mobilisatie maar in het volgende studiejaar besteedden de nieuwe leiders  veel tijd aan de Schmierer-Krahl-discussie, die uit Duitsland was overgewaaid. Waren wij studenten het slaghoedje van de revolutie of moesten wij ons juist gehoorzaam onder de arbeiders scharen en de richtlijnen volgen die de voorhoede van het proletariaat aangaf. Als zoon van een arbeider haalde ik mijn schouders op over zoveel flauwekul maar voor de losgeslagen burgemeesterdochters en dirigentenzoontjes in mijn omgeving was het een serieuze kwestie. Het ASVA-bestuur beëindigde bovendien het collectief abonnement op Propria Cures, het Amsterdams studentenweekblad, dat al sinds 1891 dwars tegen alle heersende trends in ging en korte metten maakte met de pretenties van literaire en andere bobo’s. De redactie had zich namelijk nu en dan een kritische opmerking veroorloofd op de ASVA. Zo verliep de organisatie. Binnen een paar jaar waren er nog geen duizend leden over. De gewone kaarthouders lieten dat gebeuren. Uit lamlendigheid. Omdat ze de energie en de bereidheid misten zich helemaal te pletter te vergaderen.

De podcast van De School leek als twee druppels water op het soort discussies dat een halve eeuw geleden gevoerd werd: eindeloos doorzeiken, consequent de eerlijke bedoelingen van de ander in twijfel trekken, verongelijktheid, alles verkeerd opvatten. Blijven hameren op hetzelfde aambeeld. Tegenstanders een etiket opplakken. “Sociaaldemocraat” was in mijn tijd een heel erg etiket. Net als nu “racist”.

Het vervelende van de hele situatie was dat de leden van de ASVA weliswaar met de voeten stemden maar overgebleven sekteleden zich toch met succes als vertegenwoordigster van alle studenten kon blijven presenteren.

Je ziet dat nu in en rond De School weer gebeuren. De zevenzeikers, de huilstruiken en de jammerhouten van de podcast gelden als representanten en legitieme woordvoerders van de Black Lives Matter beweging. “Waarom denk je dat zoveel mensen geschokt weglopen?” kreeg Dornbusch op de bijeenkomst te horen. Hij toonde zich op zijn beurt geschokt en trok het zich erg aan. Daardoor nam hij de zaal nog meer tegen zich in. Het juiste antwoord had moeten luiden: “Geen idee want ze vertellen ons niet wat ze bezielt.” En voor de rest niks.

Er zijn natuurlijk best een paar dingen te doen om het diverse karakter van deze culturele horecaonderneming (want dat is De School) te versterken. Zoals Dornbusch zelf suggereerde: leg je tentoonstellingsbeleid in handen van wisselende gastcuratoren. Selecteer ze steeds uit een andere etnische groepering maar stel wel kwaliteit en deskundigheid centraal. Doe een tijdje affirmative action bij het personeelsbeleid tot de etnische verhoudingen op de werkvloer die van Nederland weerspiegelen. Vorm een bedrijfskern met als reglement de wet op de ondernemingsraden. Voor een echte ondernemingsraad is De School te klein.

En dan de buurt: er is maar een manier om De School voor de omwonenden te openen. Weiger alleen nog maar bezoekers onder invloed of mensen die wapens dragen. Schaf elke dresscode af. Zolang je dat niet doet, zullen afgewezenen altijd beweren dat het om hun huidskleur was en er een racistisch deurbeleid wordt gevoerd. Daar valt niet aan te ontkomen. Serveer in het restaurant dagschotels van maximaal tien euro.

Anders zal De School een exclusieve club blijven voor een smalle elite van technoliefhebbers en ijdeltuiten die een nacht lang hun excentrieke outfit en/of hun goddelijke lichaam willen tonen. Het zal interessant zijn  te zien wat er gebeurt met het gevoel van veiligheid als ook bezoekers worden toegelaten die daar andere opvattingen over hebben dan de zich zo onburgerlijk achtende techno-elite met haar eigenzinnige stijl.

Om luitenant kolonel Vieira, hoofd nationale veiligheid van Suriname te parafraseren: “Probeer het. Gooi die deuren  open. Dóe het. Ga kijken wat er gebeurt. Ga je het zien.”

Probeer het soort scherpslijpers en nier-proevers dat beweert namens een hele bevolkingsgroep of beweging te spreken nooit te pleasen. Ze zijn niet tevreden te stellen behalve met jouw scalp. Dien ze van repliek. Confronteer ze met feiten. Vraag om bewijzen. Besef daarbij dat ze voor zichzelf spreken en voor niemand anders. Geef ze geen kans want met hun sektarisme zijn ze niet alleen in staat jouw werk kapot te maken  maar ook nog Black Lives Matter, de belangrijkste emancipatiebeweging van onze tijd, in een kwaad daglicht te stellen. Laat een deurbeleid op ze los.  Bescherm je organisatie en je initiatief tegen deze vorm van fundamentalisme. Anders ben je verloren. Leer van wat De School nu overkomt.

Meer over de affaire rond De School hier, en hier.

Naschrift: Op dinsdag 28 juli meldde Het Parool dat de nachtclub van De School voorgoed sluit. Café en restaurant blijven wel open.

 


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (109)