725
11

Schrijver

Hassan Bahara (1978) werd geboren in Teroua n'Ait Izou (Marokko). Hij is columnist bij NRC en criticus bij de Groene Amsterdammer en schrijver van de roman Een verhaal uit de stad Damsko.
Bahara publiceerde in de Volkskrant, het NRC Handelsblad, Vrij Nederland en Contrast Magazine.

Schoonmakers

Over gevangen zitten in een baan

In 2005 had ik mijn laatste schoonmaakbaantje. Samen met andere poetsmannen en poetsvrouwen stofzuigde ik de vloeren en boende ik de wc-potten van een advocatenkantoor in de Rembrandttoren.

Het werk stond in geen enkele verhouding tot de salariëring ervan, maar dat was een onrecht dat ik wel kon verdragen omdat ik toen met weinig geld wel toe kon. Ik had kind noch vrouw te onderhouden, woonde spotgoedkoop en zag andere toekomstplannen voor mijzelf in het verschiet liggen dan een leven lang voor een paar euro per uur  aangekoekte remsporen uit wc-potten krabben.

Dat was anders voor mijn collega’s. Nauwelijks opgeleid, vaak de taal niet machtig, te oud om door bijscholing iets anders, iets met meer respectabiliteit dan schoonmaker te worden. De frustratie over de stilstand of achteruitgang in hun carrière was bij hun minstens even groot als bij literaire auteurs van B-garnituur.

Nog eerder, in 1994, had ik een weekendbaantje bij een Amsterdams schoonmaakbedrijf. De eigenaar van dit bedrijfje was twee jaar daarvoor bijna failliet gegaan omdat hij het niet redde in de concurrentieslag met andere schoonmaakbedrijven. Maar toen ontdekte hij de spotgoedkope arbeidskracht van illegale werknemers.

Ik weet niet meer wat voor  fiscale constructie hij precies opzette, maar winstgevend was het wel, zelfs zo winstgevend dat hij binnen twee jaar van een huurhuisje in Amsterdam-Oost naar een riante villa buiten de stad verhuisde. En de roestbak waar hij jaren in reed kon hij eindelijk inruilen voor een poenerige Mercedes. 

De jongens die hij in dienst had profiteerden nauwelijks van de goeie gang zaken die hun baas meemaakte. Zij moesten het stellen met zeven gulden per uur en als ze het waagden om daar over te klagen, dan werden ze direct ingeruild voor een andere rechteloze illegaal. Die waren er in onuitputtelijke aantallen en allemaal werkten ze harder dan soms menselijkerwijs mogelijk leek (14 a 16 uur per dag), in omstandigheden en met schoonmaakmiddelen die altijd wel een fysieke tol eisten. 

Het bedrijf bestaat nog steeds. Ik vermoed dat de baas door strengere regulering weinig of geen gebruik meer kan maken van illegale werkpaarden. Hopelijk heeft hij nu mensen in dienst die hij een fatsoenlijk salaris betaalt en niet dreigt te ontslaan als ze het durven om voor hun rechten op te komen. 

Volg Hassan Bahara op Twitter

Dit artikel verscheen eerder op de website van Hassan Bahara

Geef een reactie

Laatste reacties (11)