2.958
211

Nederlander en Moslim

Nourdeen Wildeman is een Nederlander van christelijke komaf die op 24 jarige leeftijd moslim is geworden. Hierdoor staat hij in het maatschappelijke debat zowel in de schoenen van de autochtone Nederlander als in de schoenen van de praktiserende moslim. Naast het schrijven van columns en artikelen is hij als vrijwilliger betrokken bij de organisatie van diverse islamitische en maatschappelijke evenementen en websites. Hij is ook voorzitter van Stichting as-Salaamah wal'Adaalah welke zich inzet voor de Rohingya-bevolking in/om Myanmar.

Schorsing na respectloze anti-islamtweet niet onjuist

Het is gezond dat er juridische kaders kunnen worden gesteld aan de al dan niet kwetsende of respectloze vorm waarin argumenten worden uitgewisseld


Het College voor de Rechten van de Mens is na onderzoek tot het oordeel gekomen dat ‘docent maatschappijleer’ Anand Soekhoe niet onrechtmatig door zijn voormalige werkgever is geschorst, met het verlies van zijn baan tot gevolg. Afgelopen donderdag werd Soekhoe hierover door het college geïnformeerd, zo blijkt uit stukken die op de site hoeiboei.nl zijn geplaatst. Het is niet zozeer het eindoordeel zelf maar vooral de onderbouwing hiervan die erg interessante aanknopingspunten biedt voor toekomstige soortgelijke (arbeids)conflicten.

Wat ging eraan vooraf?
Het verhaal start op zondag 20 mei 2012, wanneer Soekhoe op Twitter schrijft dat Islam geen geloof is maar, quote: “een barbaarse achterlijkheid”. Op dat moment is hij nog geen jaar in dienst bij het Katholieke Fioretti College, raadslid van Leefbaar Leiden en uitgesproken aanhanger van de PVV. Nadat er een flinke hoeveelheid media-aandacht komt voor de bewuste tweet waarbij regelmatig de naam van de school werd genoemd, besluit de algemeen-directeur om over te gaan tot ‘schorsing met betaling tot expiratie’; Soekhoe hoeft niet meer terug te komen en verliest na het aflopen van zijn contract zijn aanstelling. Na overleg (met onder andere de PVV) besluit Soekhoe de keuze van de school aan te vechten. Er wordt o.a. een onderzoek uitgevoerd door het College voor de Rechten van de Mens, dat nu dus tot een eindoordeel is gekomen.

Wat is het oordeel van het College?

Soekhoe houdt vast aan de duiding dat zijn tweet onderdeel was van zijn werk als politicus, niet als maatschappijleraar. De kern van het onderzoek is dan ook de vraag of de school onderscheid heeft gemaakt op grond van de politieke gezindheid van Soekhoe, wat in principe zou betekenen dat de schorsing onrechtmatig is geweest. Opmerkelijk genoeg komt het college tot het oordeel dat er inderdaad onderscheid is gemaakt op basis van de politieke gezindheid van Anand maar dat dit niet per definitie betekent dat de schorsing foutief was.

De onderbouwing hiervoor is dat organisaties die bijzonder onderwijs aanbieden van de medewerkers mogen eisen dat zij handelen in overeenstemming met de grondslagen van de organisatie. In dit geval zou de werkgever succesvol kunnen onderbouwen dat de wijze van twitteren van Soekhoe niet respectvol was, terwijl respect een belangrijke kernwaarde van de school is. Dat de school zich primair niet op deze kernwaarde beriep is niet relevant. De schorsing wordt door het College voor de Rechten van de Mens niet veroordeeld.

Wat zijn hiervan de gevolgen?
Deze uitspraak – die overigens gezien de status van het College voor de Rechten van de Mens een niet-bindend is maar weldegelijk een richtinggevend karakter heeft – heeft mijns inziens een aantal gevolgen die breder zijn dan dit specifieke geval. Vanuit de Islamitische gemeenschap zouden mensen de uitspraak kunnen zien als een overwinning; vanuit de politiek- rechtse hoek zou kunnen worden gezegd dat de uitspraak een dubbele norm ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting laat zien. Mijns inziens zijn beide uitspraken incorrect en te simplistisch.

De reden dat het College tot dit oordeel is gekomen is niet omdat kritiek op de islam ansich als respectloos wordt beschouwd, maar omdat de specifieke bewoording niet getuigde van respect. Daarnaast is het voor de strekking van dit oordeel niet relevant over welke religie de uitspraak gedaan is; wanneer een islamitische docent een dergelijke verwerpelijke tweet zou plaatsen over een andere religie zou op basis van dit oordeel eenzelfde schorsing kunnen worden verdedigd. Wat dat betreft is deze uitspraak eerder een overwinning voor respectvol taalgebruik dan voor (leden van) welke specifieke geloofsgemeenschap dan ook.

Mensen die zich solidair hebben verklaard aan Soekhoe hebben in een reactie op de uitspraak zich beklaagd over het feit dat mensen die zich respectloos over de PVV hebben uitgelaten op o.a. Twitter niet door hun werkgever zijn ontslagen. De vergelijking gaat in die zin niet op, omdat het oordeel van het College niet is dat mensen op grond van een respectloze tweet ontslagen zouden moeten worden; het College stelt alleen dat wanneer een werkgever daarvoor kiest in gelijke omstandigheden, dit niet in strijd is met het onderscheid op politieke gezindheid.
Wat wél opmerkelijk is aan dit oordeel is het feit dat ‘respect’ meegewogen kan worden in relatie tot de vrijheid van meningsuiting.

In het vonnis in de rechtszaak tegen Geert Wilders – waarbij de politicus werd vrijgesproken van aanzetten tot haat en discriminatie – verzuimde de rechtbank niet te vermelden dat een deel van zijn uitspraken wel degelijk als “grof en denigrerend” omschreven kunnen worden. Dit had destijds geen gevolgen voor  de strafbaarheid van de uitlatingen door Wilders, maar kan in andersoortige juridische trajecten dus wel degelijk van invloed zijn op een mogelijk vonnis. Hierdoor wordt bevestigd dat in het publieke debat mensen wel degelijk van mening kunnen verschillen en hiervoor argumenten kunnen uitwisselen, maar dat het bezigen van respectloze uitspraken zeker van invloed kan zijn op een juridisch traject dat hierover achteraf gevoerd kan worden.

Mijn conclusie
Persoonlijk ben ik zeer te spreken over het oordeel van het College van de Rechten van de Mens. Ook als moslim – sterker nog: juist als moslim – vind ik dat mensen het recht hebben om hun mening te uitten, ook wanneer dat inhoudelijk indruist tegen mijn religieuze beleving. Tegelijkertijd is het gezond dat er juridische kaders kunnen worden gesteld aan de al dan niet kwetsende of respectloze vorm waarin argumenten worden uitgewisseld. Dit geldt overigens zowel voor uitspraken die niet-moslims doen over islam als over uitspraken die moslims doen over andersgelovigen. In de Koran wordt hierover gezegd: “Roep op tot de weg van jouw Heer met wijsheid en goede aansporing en twist met hen op de beste manier” (16:125).

Het is van belang voor de sociale cohesie binnen onze maatschappij – en dus voor een door ons allen gedeeld belang – dat we met elkaar van meningen en gedachten wisselen op een wijze die goed en respectvol is; iets waarvan je overigens mag verwachten dat een docent maatschappijleer dat begrijpt en uitdraagt, in woord en gedrag. Ik hoop dat dit oordeel van het College van de Rechten van de Mens een aanzet zal zijn voor meer respect in de manier waarop we ons uiten zonder dat het een beperking zal zijn voor openbaar gevoerde dialogen.

Volg Nourdeen Wildeman ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (211)