1.260
22

Ondernemer/ Publicist

Michael Blok is geboren in 1970 in de regio Den Haag. Hij woont sinds 1988 in Amsterdam, met tussenpozen in Londen en Parijs. Hij studeerde economie en bedrijfskunde, en begon zijn carrière als zakenbankier bij Morgan Stanley. Later was hij strategieconsultant bij McKinsey, en in 2004 richtte hij met 3 collega's The Anders & Winst Company op, een adviesbureau op het gebied van duurzaam en strategisch zakendoen. Van 2007 t/m 2010 was hij voorzitter van GroenLinks in Amsterdam-Oost. Sinds begin 2011 is hij actief binnen het Platform Stop Racisme en Uitsluiting en publiceert hij regelmatig over het minderhedenonvriendelijke klimaat in Nederland.

Schreeuwen of samenleven?

Beperkingen van de vrijheid van meningsuiting zijn nodig om de vrijheid van meningsuiting te beschermen

Beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting zijn juist nodig om die vrijheid te beschermen.

Het pleidooi om beperkingen van de vrijheid van meningsuiting te schrappen is een terugkerend refrein in de Nederlandse politiek. Eergisteren pleitte Kustaw Bessems in De Pers nog voor de “vrijheid om weerzin te wekken”. Hij kreeg bijval van een legertje Twitteraars, waaronder de Tweede Kamerleden Boris van der Ham en Tofik Dibi. Maar de heren vergeten dat vrije meningsuiting een middel is, en geen doel op zich. En dat sommige beperkingen van de vrijheid van meningsuiting nu meer dan ooit nodig zijn om diezelfde vrijheid te beschermen.

De vrijheid van meningsuiting is een van de belangrijkste pilaren van een vrije maatschappij. Als iedereen kan zeggen wat hij wil (en er vrije media zijn om het te laten horen) is het heel moeilijk om een dictatuur of onrecht in stand te houden. Daarom is vrije meningsuiting vaak de laatste vrijheid die verworven moet worden in een democratiseringsproces; zie China. Nederland heeft een trotse traditie van vrije meningsuiting en een levendige pers. Dat moeten we koesteren.

Maar de vrijheid van meningsuiting is niet absoluut. Soms botst ze met andere vrijheden. Als je zomaar geheimen mag prijsgeven kan de staatsveiligheid in het geding komen. Als je zomaar je buurman van misdaden mag beschuldigen, valt de maatschappij al gauw uit elkaar. We beschermen in de media kinderen tegen geweld, porno en scheldwoorden. En als je op een tot de nok gevulde Dam zomaar mag schreeuwen kan er paniek uitbreken en zullen er gewonden vallen.

Het vrije woord kan ook worden misbruikt om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Sommige politici en opiniemakers hebben belang bij slechte verhoudingen tussen etnische groepen, maar de maatschappij heeft geen belang bij de rellen en aanslagen die er het gevolg van zijn. Haatzaaien en groepsbelediging is daarom bijna overal verboden. Dat geldt ook voor het ontkennen van de Holocaust, wat in de praktijk alleen gebruikt wordt voor het verwerven van steun voor rechts-extremistische plannen. Discriminatie is ook verboden, omdat we door schade en schande geleerd hebben dat discriminerende voorstellen geen enkele bijdrage leveren aan een productief democratisch debat.

De combinatie van haat, belediging en discriminatie kan in de handen van een charismatische politicus met toegang tot de massamedia ook leiden tot het verval van de democratie. Nederland heeft een populaire antidemocratische politieke beweging die het vrije woord gebruik (misbruikt?) om macht te verwerven. Dankzij die macht neemt de regering discriminerende maatregelen die niets doen om problemen te verhelpen, enorme leed veroorzaken en de democratische kwaliteit van Nederland in de waagschaal leggen. Op termijn kan het vrije woord in theorie zelfs gebruikt worden om de democratie om zeep te helpen. Theorie die al eens praktijk werd.

Maar zelfs in afwezigheid van een nieuwe volksmenner kunnen woorden de vrijheid van meningsuiting beperken. Want je moet niet alleen je mening mogen uiten, je moet het ook durven. De constante stroom grove taal uit de nationalistische hoek (vooral op internetfora) is niet los te zien van een klimaat waarin “linkse” opiniemakers bedreigd worden en bang zijn hun mening vrij te uiten. Diezelfde taal heeft zeker ook bijgedragen aan de aanslagen in Noorwegen op 22 juli, die er bij links de schrik flink hebben ingejaagd. Flauwe onzin en geweld nemen zo de plaats in van legitiem debat over de inrichting van de maatschappij.

Beperkingen van de vrijheid van meningsuiting zijn dus nodig om de vrijheid van meningsuiting te beschermen. En die beperkingen staan een scherp politiek debat niet in de weg. Je kunt gewoon zeggen dat er volgens jou “maar” 6 miljoen Joden en Roma door Hitler zijn vermoord. Zeg vooral dat migranten de overheid netto geld kosten. Dat kapitalisten zwijnen zijn, of boerka’s gevangenissen. Maar tot voor kort was iedereen het over eens dat vrije landen niets hebben aan politici die een etnische groep in beledigende bewoordingen zowel gevaarlijk als inferieur noemen, en die oproepen tot apartheid, etnische zuivering of geweld. Wie in het Nederland van 2011 nog meer ruimte wil maken voor zulke gruwelen, en dan uit naam van de democratie, getuigt niet van liefde voor die democratie. Wel van zelfhaat.

Geef een reactie

Laatste reacties (22)