1.085
7

Promovendus/schrijver

Dennis Schep (1985) woont sinds 2007 in Berlijn, waar hij als promovendus onderzoek doet naar autobiografische structuren. In 2005 richtte hij het theaterfestival Morgensterren op, en in 2006 publiceerde hij het literaire tijdschrift Paperwaste. Hij is de auteur van meerdere wetenschappelijke artikelen en het boek "Drugs; Rhetoric of Fantasy, Addiction to Truth." Daarnaast organiseert hij cursussen bij The Public School Berlin.

Schuld en vrijheid

Schuld is geen individueel falen, maar een collectieve conditie – een conditie die een collectief antwoord vereist

Het woord ‘schuld’ heeft in onze taal een dubbele betekenis. Enerzijds is schuld een economische term, die een toekomstige betalingsverplichting aanduidt. Maar daarnaast is het een ethisch en strafrechtelijk begrip dat staat voor een morele tekortkoming – zo is Dostojewski’s roman Misdaad en Straf ook wel eens vertaald als Schuld en Boete.

Deze dubbele betekenis is geen bijzonderheid van het Nederlands; ook in Duitsland staat Schuld zowel voor een negatief saldo als voor een moreel falen. En zoals David Graeber schrijft wordt in het Sanskriet, Hebreeuws en Arameïsch hetzelfde woord gebruikt voor financiële schuld, morele schuld, en zonde.

In de laatste jaren komt vooral de eerste betekenis van schuld aan bod: de staatsschuld vormt een bedreiging voor de groei van de economie, de hypotheekschuld moet omlaag, en de schuld van Zuid-Europa bedreigt de stabiliteit van de eurozone. Het is echter geen toeval dat twee duidelijk verschillende betekenisspectra in dit ene woord samenkomen. De Puriteinen, de eerste grote groep kolonisten in Noord-Amerika, zagen iemands financieel succes als een teken van God dat die persoon uitverkoren was voor de hemel. In Matteüs 19:24 zegt Christus dat het gemakkelijker is voor een kameel door het oog van een naald te kruipen dan voor een rijke om het Koninkrijk Gods binnen te gaan. In een exacte omkering van deze uitspraak geloofden de Puriteinen dat rijkdom een toekomst in het paradijs betekende – en, bij implicatie, dat de armen zouden branden in de hel.

Zoals Max Weber heeft beargumenteerd ligt een vergelijkbaar protestant wereldbeeld, waarin hard werken wordt verheerlijkt en kwistzucht wordt vervloekt, aan de oorsprong van het kapitalisme. Bovendien legt het kapitalisme de verantwoordelijkheid voor financieel wanbeleid altijd bij de schuldenaar, waardoor systemische redenen al snel over het hoofd worden gezien. Griekenland zit in de problemen vanwege luiheid en corruptie, en als ik m’n lening niet kan terugbetalen, heb ik klaarblijkelijk boven m’n stand geleefd. Eigen schuld, dikke bult: ons moreel falen wordt geschreven in rode letters.

De tweeslachtigheid van het begrip schuld verklaart de recente golf aan zelfmoorden in Griekenland. Hoewel er weinig twijfel over bestaat dat de gemiddelde Griek met financiële problemen het slachtoffer is geworden van een corrupt systeem, legt de dominante ideologie de verantwoordelijkheid voor een lege bankrekening bij het individu. En wanneer het individu geen andere uitweg ziet dan de strop, blijft het systeem buiten schot.

Schuld is echter geen individuele toestand, maar een universele conditie – een manier om ieder individu met het economisch systeem te verweven. Bijna iedereen heeft schuld, of het nu gaat om hypotheekschuld, een persoonlijke lening, studieschuld of creditcardschuld. Wanneer we schuld definiëren als een toekomstige betalingsverplichting bestaat ongeveer 98% van al het geld in rijke landen uit schuld: kapitaal waarvan de waarde niet is gebaseerd op iets dat op dit moment bestaat (of het nu gaat om appels, huizen of computerprogramma’s), maar op een belofte voor de toekomst. De exponentiële groei van de financiële sector heeft waarde losgekoppeld van een materiële basis: beurskoersen zijn niet gebaseerd op het huidige bezit van een onderneming, maar op toekomstige verwachtingen.

In deze context raakt geld vervreemd van haar oorspronkelijke betekenis: het is niet langer een betalingsmiddel, maar een middel om de toekomst te beheersen. De toekomst van een bedrijf is in de eerste plaats de toekomst van de aandeelhouders, zoals de toekomst van de schuldenaar in dienst van zijn schuldeisers staat.

Het is een vanzelfsprekendheid dat degene die leent ook moet betalen. Maar dit is niet altijd zo geweest. Er zijn diverse historische perioden waarin grote delen van de bevolking door een systeem van schuld en belasting aan hun heersers overgeleverd waren. Dit had vaak een ontwrichtend effect op de samenleving: schuldeisers legden beslag op huis en haard van hun schuldenaars, die uiteindelijk met de hele familie in de slavernij verdwenen. Om sociale disintegratie te verhinderen ontstonden er instituties om de schuldenaars voor hun schuldeisers te beschermen: zo is er de Joodse Jubilee, een wet die stipuleerde dat elke zeven jaar alle schulden werden kwijtgescholden en iedereen die door schulden in de slavernij was terechtgekomen vrijgelaten werd.

Dit begip had voorlopers in de Babylonische en Soemerische beschavingen. Zo is het eerste woord voor “vrijheid” dat we kennen het Soemerische woord “amargi”. Dit woord betekent letterlijk “terugkeer naar de moeder”, omdat alle schuldslaven terug naar huis konden wanneer hun schulden waren kwijtgescholden. Om sociale onrust te voorkomen werden schuldenaars beschermd voor hun schuldeisers. Tegenwoordig is het precies omgekeerd: de financiële instituties die zich met schuld bezighouden zijn er in de eerste plaats om te verzekeren dat zelfs de armste schuldenaars hun betalingsverplichtingen nakomen, zodat banken voor al te grote kapitaalafschrijvingen worden behoed.

Zolang we de verantwoordelijkheid voor deze moderne vorm van lijfeigenschap bij de schuldenaar blijven leggen zijn we niet in staat de perverse aard van dit soort machtsverhoudingen onder ogen te zien. De grote meerderheid van de bevolking verpacht haar toekomst aan een kleine groep financiële instellingen, en ziet dit niet als een moderne vorm van slavernij, maar bedankt die instellingen voor hun vertrouwen. De ideologie die financiële schuld als een moreel falen bestempelt is een uiterst effectieve manier om dit soort relaties gebaseerd op onderdrukking in schijnbaar onschuldige relaties te veranderen – relaties die hun masker van onschuld slechts verliezen wanneer mensen met betalingsachterstanden uit hun huis worden gezet.

Een bank die geld uitleent krijgt rente als compensatie voor het risico. Als dit risico niet bestond had de bank geen reden om een lening af te wijzen. Het is aan de bank om dit risico correct in te schatten, en het is dan ook absurd dat de overheid banken voor hun inschattingsfouten compenseert. En het is al even absurd dat individuen met financiële problemen zich schuldig voelen over hun gebrek aan inschattingsvermogen. Wanneer we een lening niet terug kunnen betalen was die lening geen zwakheid van ons, maar een slechte investering van de bank. Het is tijd om financiële schuld los te maken van elke morele betekenis, en in te zien dat schuld geen individueel falen is, maar een collectieve conditie – een conditie die een collectief antwoord vereist.

Geef een reactie

Laatste reacties (7)