596
11

ex-voorzitter Jonge Democraten

Thomas Bakker (23) was van oktober 2009 tot oktober 2010 voorzitter van de Jonge Democraten (JD), de politieke jongerenorganisatie gelieerd aan D66.Nog altijd zet hij zich binnen en buiten de JD in voor het voorkomen van een kloof tussen jong en oud als gevolg van de vergrijzing. Thomas groeide op in Alkmaar. Hij ronde daar zijn vwo af aan de o.s.g. Willem Blaeu, nadat hij eerst drie jaar op het Murmellius Gymnasium had gezeten. Momenteel woont hij in Utrecht waar hij bestuurs- en organisatiewetenschap studeert aan de Universiteit Utrecht.

Selecteer niet na groep acht

De afgelopen weken ontstond commotie over de barrières waar VMBO leerlingen tegenaan lopen als zij willen doorstromen naar de HAVO.

Het programma De Ombudsman toont aan dat 94 procent van de instellingen voor HAVO-onderwijs aanvullende eisen stelt bovenop een VMBO-T diploma. Terecht zijn de kritieken die stellen dat op deze manier talent niet maximaal benut wordt.

Terugbreng van de ingangseisen is echter onvoldoende om dat te veranderen. Daarvoor is een fundamentele wijziging nodig. Het selectiemoment dat nu in groep 8 plaatsvindt, moet worden uitgesteld.

Het Nederlandse onderwijsstelsel is erop gericht om ieder kind een eerlijke kans te geven om zijn of haar talent maximaal te ontwikkelen. Daarbij mag de sociaaleconomische en sociaal-culturele achtergrond van de individuele scholier geen rol spelen. Formeel krijgt ieder kind ook een gelijke kans. Immers, het onderwijs is voor iedereen toegankelijk en betrekkelijk objectieve criteria zoals de CITO toets zijn bepalend voor je voortgang. Helaas, schijn bedriegt. Iedereen wordt weliswaar bloot gesteld aan dezelfde criteria, maar dat gebeurt te vroeg. Hier worden met name allochtone leerlingen de dupe van.

Doordat sommige kinderen van huis uit minder taalvaardigheid en algemene kennis wordt bijgebracht, hebben zij een taalachterstand opgelopen. Basisscholen krijgen slechts acht jaar de tijd om deze weg te werken. Dat is een onmogelijke opgave. Na groep acht wordt bepaald of een kind naar het VMBO, de HAVO of het VWO gaat. Dat dit selectiemoment onder druk staat, laten de kopklassen zien. Hierin worden talentvolle jongeren met een taalachterstand een jaar langer klaargestoomd voor de middelbare school.

Deze klassen tonen aan dat een twaalfjarige leeftijd voor veel leerlingen te jong is om te besluiten of iemand al dan niet een voortraject gaat bewandelen voor het hoger onderwijs. Als je dan de boot mist, moet je later drie keer zo hard roeien om je oude klasgenoten weer in het vizier te krijgen.

Eenmaal op het VMBO is die achterstand bijna niet meer in te halen. Jongeren die door hun sociaal culturele en sociaaleconomische achtergrond een achterstand hebben opgelopen, kunnen zich dan niet meer optrekken aan klasgenoten die van huis uit iets meer bagage hebben meegekregen. De afstand tussen hen wordt alleen maar groter. Onderzoek toont dan ook aan dat het selectiemoment bepalend is voor de instroom van allochtonen in het hoger onderwijs. Frankrijk scoort relatief goed doordat het kinderen langer bij elkaar in de klas houdt, Duitsland dat op zeer jonge leeftijd selecteert scoort logischerwijs relatief slecht. Een vroeg selectiemoment betekent dus dat bepaalde kinderen allerminst een eerlijke kans krijgen.

Moeten alle kinderen dan een paar jaar langer op de basisschool blijven zitten? Nee. De verkokering in het middelbare onderwijs moet in essentie teruggebracht worden naar twee groepen. Daarbij zou een splitsing gemaakt moeten worden in enerzijds een praktisch en anderzijds een theoretisch traject. Bij bepaalde leerlingen past de nadruk op theoretische verdieping niet. Zij moeten klaargestoomd worden voor beroepen als timmerman en loodgieter. Daar moet dan ook volop ruimte voor zijn. De basisvorming, waarin alle leerlingen bepaalde theoretische kennis moesten opdoen, is niet voor niets mislukt.

Leerlingen die niet in de wieg gelegd zijn voor praktische beroepen, maar zich voornamelijk theoretisch willen doorontwikkelen, zouden een aantal jaar langer bij elkaar in de klas moeten blijven zitten. Kinderen die bijvoorbeeld een taalachterstand nog niet hebben weggewerkt, kunnen zich dan optrekken aan klasgenoten. Zij worden langer in staat gesteld om zich binnen en buiten de klas te begeven in een omgeving die de sociaaleconomische en culturele dominantie van de thuissituatie openbreekt. Als je ook na het twaalfde levensjaar op school contacten hebt en vriendschappen kan aangaan met leeftijdsgenoten voor wie het wel normaal is later naar een universiteit of HBO te gaan, laat het openstaande deuren zien die op het VMBO niet zichtbaar worden.

Veelgehoorde kritiek is dat de goede leerling te leiden krijgt onder de mindere. Dat is onterecht. In andere westerse landen blijkt latere selectie geen rem te zijn op de ontwikkeling van de slimste scholieren. Wel zal het onderwijs zich sterker moeten inzetten op een gedifferentieerde aanpak. Hierbij valt te denken aan de aanpak van Amerikaanse high schools die speciale honours programma’s hebben voor de beste scholieren. Daardoor worden studenten gestimuleerd hun talenten extra te benutten. Ze moeten immers hun best doen om hieraan mee te mogen doen. Nu ontbreekt de prikkel voor studenten om te excelleren. Als je eenmaal op het VWO zit, zijn zessen genoeg om je diploma te halen. Daarmee sleep je automatisch een toegangsbewijs binnen voor het merendeel van de universitaire vervolgopleidingen. Extra je best doen op de middelbare school, loont nu maar zeer beperkt.

“Het onderwijs is moe van stelselwijzigingen”, aldus de commissie Dijsselbloem. Onder dat mom wordt de discussie over het verlaten van het selectiemoment door politici aldoor vermeden. Onder meer de intrede van kopklassen, de Brede School, het vakcollege en Weekendscholen hebben ook de afgelopen jaren bewezen dat er wel degelijk heel veel ruimte is om het Nederlandse onderwijs te verbeteren. De politiek moet deze discussie niet uit de weg gaan. Als dat wel gebeurd, gaat er de komende jaren veel opgroeiend talent verloren.

Geef een reactie

Laatste reacties (11)