Laatste update 11:31
4.573
59

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Ik kan niet meer in Sinterklaas geloven

De afgelopen week ben ik het geloof in het Nederlandse verzoeningsfeest dat eindigt met geschenken en een suikervergiftiging kwijtgeraakt

cc-foto: Michell Zappa

Deze week heb ik geen goed nieuws. Het gaat niet goed met me en dat komt omdat ik niet meer in Sinterklaas kan geloven.

Elk land kent zijn eigen feest om tegen het einde van het jaar de balans op te maken. Hebben we het in het afgelopen jaar goed gedaan of juist slecht? Vieren we het feest van de in een stal geboren baby van migranten die gevlucht zijn naar een vreemd land en hoop brengt? Of verzoenen we ons rond een eettafel waarop een kalkoen staat die we met iedereen willen delen? Of demonstreren we een maand lang hoe we ons gedrag controleren en als we dat aan de gemeenschap getoond hebben ons over te geven aan een groot suikerfeest?

Het sinterklaasfestijn is de meest Nederlandse variant van het jaarlijks de balans opmaken en draait om de vraag of we lief tegen elkaar zijn geweest of juist stout. Een jaar lang heeft de oude goedheiligman ons gedrag als een boekhouder van de menselijke zonden bijgehouden en nu zullen we zien of we voor straf in de zak mee naar Spanje moeten, met de roe krijgen of overladen worden met zoetwaren en een keuze uit de geschenkengids van Bart Smit uit Volendam. Via vrolijke kinderliedjes smeken we drie weken lang of we iets in onze schoen krijgen in ruil voor een winterwortel voor het rijdier van de man met de rode tabberd. Omdat iedereen in de winter wel naar Spanje wil is dat geen echte straf meer en de corrigerende tik is afgeschaft. Wat rest is een gedicht waarin je door de mensen die je het meest nabij zijn bespot of geprezen wordt. Op die manier ontvangen we de kritiek die ons helpt ons gedrag te verbeteren. Alleen mensen die nooit iets fout doen zijn onverbeterlijk en maken altijd de zelfde vergissingen.

Om kinderen te leren hoe we het feest vieren wordt hen van alles wijsgemaakt – zelfs dat de knechten van de Sint via de schoorsteen het huis binnen sluipen om er geschenken te brengen die maar net door de deur passen – en voeren we een nationaal toneelstuk op. Op die manier leren kinderen niet alleen over zak en roe, marsepein en taaitaai, maar ook over het mensbeeld dat bepalend is voor de beoordeling van ons gedrag. Rond hun zevende jaar werpen ze het geloof in de heilige uit Turkije af, maar voegen zich enthousiast bij het geheime genootschap van mensen die willen dat alle kinderen goed zijn voor elkaar. In dat laatste geloof ik dus niet meer zo erg. Sinterklaas redt het niet meer in zijn eentje. Hij heeft veel hulp nodig.

Hoe kun je via de voorstelling die je opvoert als de wijze maar vergeetachtige grijsaard na een jaar afwezigheid weer in Nederland arriveert, je kinderen hardnekkig willen blijven opvoeden met een mensbeeld waarbij de huidskleur een stereotype wordt dat door een groot deel van de Nederlandse bevolking onaangenaam en denigrerend wordt gevonden? Hoe kun je op scholen als Piet er met pepernoten gooit een boodschap willen brengen over verschil tussen mensen, dat in de vorige eeuw nog een gruwelijke werkelijkheid was, maar nu afgewezen wordt? Hoe wil je het wereldwijde besef dat ras niet bestaat en dat verschil in kleur dus geen basis vormt voor het verlenen van verschillende rechten, blind blijven voor de gevolgen van de manier waarop we het kinderfeest vieren? Dat het geen sporen nalaat in de kinderziel? We zingen zelfs “want al ben ik zwart als roet, ‘k meen het toch goed”, iets dat kinderen die niet wit zijn leert dat ze zich voor hun kleur moeten verontschuldigen. Hoe kun je de nationale intocht van de Sint die door de publieke omroep – die van ons allen is – in elke huiskamer wordt gebracht, verwarren met die van Dokkum en na jaren langzame ontwikkeling naar een nieuwe Pietvoorstelling terugvallen op weer zo’n ‘zwart als roet’ versie? Hoe is het mogelijk dat praatprogramma’s die deze heiligmancrisis aan de orde stellen, heimelijk de witte vrouw verheerlijken die pal staat voor het recht het feest te vieren zoals in de jaren vijftig van de vorige eeuw? En hoe kunnen politici zich beperken tot de opmerking ‘doe normaal’ tot mensen die de integratie van mensen van allerlei kleuren in dat kinderfeest willen verstoren?

Ik ben de afgelopen week het geloof in het Nederlandse verzoeningsfeest dat eindigt met geschenken en een suikervergiftiging kwijtgeraakt. Het sluit mensen buiten en dat is precies wat er steeds meer aan onze samenleving mankeert. Ik geloof pas weer in de mogelijkheid dat we zo’n feest samen met iedereen kunnen vieren als we als kinderen een verkleedpartijtje houden en Humberto Tan Sinterklaas mag spelen. Of dat Gerda Havertong met witte baard en mijter in het Sinterklaasjournaal vraagt “Zijn hier nog stoute kinderen?” en we allemaal met de hand op het hart zo hard we kunnen “Neeeee” schreeuwen en Mo roept “Kom nu maar op met die pepernoten.” Daarna gooien we met overgave het snoepgoed naar elkaar, want we zijn stuk voor stuk helpers van de Sint en we willen er allemaal een mooi feest van maken.

Daar wil ik in geloven. Van wat ik nu zie, word ik ziek.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Ivan Wolffers


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (59)