1.242
27

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

So you think you can Anne Frank

Hoewel Joden al eeuwen lang vervolgd, uitgemoord, gemarginaliseerd, belachelijk gemaakt en uitgewezen worden, is de essentie van Joodse identiteit niet slachtofferschap

Net als veel andere mensen vond ik het idee om een Holocaustpornografische Anne Frankoptocht te houden in eerste instantie vooral grappig. Ik grapte dan ook mee: de kleding moet geleverd worden, net als toen, door Hugo Boss, en in de optocht moeten typische herkenbare figuren terugkomen, zoals de bankier, de diamantslijper, een violist en – voor de balans – een revolutionair type met een verwilderde baard en een klein brilletje. Verder moet er een “So you think you can Anne Frank” komen met lookalikes. Als hoofdsponsor dacht ik aan Krupp, Zeiss of Volkswagen.

Maar toen ik uitgelachen was om mijn eigen flauwe grappen werd ik, in tegenstelling tot Kustaw Bessems niet misselijk, maar bekroop me een groeiend gevoel van ongenoegen. Niet omdat opvoeding en onderwijs in Nederland gefaald zouden hebben en de vermoorde Joden in Nederland vergeten zouden zijn. Kustaw heeft natuurlijk groot gelijk. Maar vooral om twee andere redenen: de eerste is omdat er weer eens uit spreekt hoe in Nederland hardnekkig gepoogd wordt de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog te herschrijven, en ten tweede hoe dat gebeurt aan de hand van stereotiepen waaruit de problematische omgang met Joden blijkt.

Mythe
De mythe van het Nederlands verzet is hardnekkig, onvolledig en op zijn minst eenzijdig. Zeker: er waren helden die Joodse onderduikers in huis hadden of in het verzet zaten. Maar een groot gedeelte van het verzet werd pas ver na de Tweede Wereldoorlog erkend. Truus Menger kreeg pas in 2014 een verzetsherdenkingskruis en de radio-uitzending waarin op een lacherige manier haar strijd en leed gebagatelliseerd werd, doet me nog ineenkrimpen van plaatsvervangende schaamte. Daarnaast: het aandeel van Nederlandse mannelijke vrijwilligers voor de SS, en vrouwelijke voor de Lebensborn, was enorm. Maar belangrijker: het grootste gedeelte van de Nederlandse bevolking dacht “het zal mijn tijd wel duren”, sloot de gordijnen, trok de schouders op en probeerde vooral uit de wind te blijven. Want wat je niet ziet, en waar je niet over praat, bestaat niet. Dat moet toch bekend in de oren klinken.

Veiligheid
Echt herdenken gaat niet over vroeger, maar over nu. Er is nog steeds nauwelijks Joodse infrastructuur, in steden waar vroeger substantiële Joodse gemeenschappen waren zoals Rotterdam, Groningen en Den Haag zijn geen Joodse winkels, is nauwelijks Joods onderwijs en is het iedere keer maar afwachten of er minjan, het benodigde quorum van tien volwassen Joodse mannen, dat nodig is om een volledige Joodse eredienst te houden, gehaald kan worden. Daarnaast is maar zo’n tien procent van het toch al kleine aantal Nederlandse Joden lid van een Kerkelijke organisatie, en wordt van deze kleine gemeenschap verlangd dat ze grotendeels zelf verantwoordelijk zijn voor iets wat nu juist een overheidstaak is bij uitstek: het organiseren van hun eigen veiligheid. Ondertussen is er meer sympathie voor een boom die in de achtertuin van het achterhuis stond.

Zonnestralen
En de relatie met Nederlandse Joden blijkt voor veel mensen problematisch. Over de religieuze praktijken als besnijdenis en rituele slacht wordt vooral óver Joden (en Islamieten trouwens) gepraat in plaats van met hen; en zelfs organisaties en mensen met “pro-joodse” standpunten wordt vooral in stereotiepen over Joden nagedacht: slachtoffer, Rabbijn of settler. Zelfs direct na de Tweede Wereldoorlog waren er groepen mensen die de Joden waarschuwden: ze moeten zich niet nu een speciale status aanmeten omdat de Duitsers onaardig tegen ze waren. Ze moeten zich wel een beetje netjes gedragen. Klik hier voor een prachtig voorbeeld.

Ongenoegen
Hier komt mijn ongenoegen vandaan: uit het idee van de Evangelische Omroep om leed van Joden te beschrijven en zo, voor de zoveelste keer, maar erger dan ooit, een Joodse identiteit te definiëren, blijkt hoe deze groep mensen vasthoudt aan het gewilde slachtofferschap, en daarmee een stereotiep beeld neerzet dat aan de criteria van “creatieven”, filmmakers en omroepbazen voldoet.

En hoewel Joden al eeuwen lang vervolgd, uitgemoord, gemarginaliseerd, belachelijk gemaakt en uitgewezen worden, is de essentie van Joodse identiteit niet slachtofferschap.

Toen niet.

Nu niet.

Nooit.

Dit stuk is overgenomen van de website van Robbert Baruch

Geef een reactie

Laatste reacties (27)