823
3

oud-bestuurslid GroenLinks Den Haag

Ik ben op 2 november 1975 geboren in Khartoum (Soedan) en woon sinds 2005 in Den Haag. Ik ben vader van twee kinderen. In mijn dagelijkse leven ben ik financial officer bij een maatschappelijke organisatie (Maatwerk bij terugkeer).
Sinds mijn jonge jaren heeft de politiek mijn aandacht getrokken. Het begon in Soedan waar ik vandaan kom. Destijds was ik actief in de studentenafdeling van de communistische partij op de Ahlia Universiteit. Het was mij duidelijk dat sociale ongelijkheid de maatschappij geen goed doet.
In 2006 heb ik het besluit genomen om mijn politieke activiteiten in Nederland voort te zetten. Het gedachtegoed van GroenLinks sprak mij aan. De visie die GroenLinks voor dit land heeft, kwam overeen met mijn visie. Daarom ben ik sinds september 2012 penningmeester van GroenLinks Den Haag geworden. Ik hou me bezig met het investeren in groene economie, armoedebestrijding, vrouwenemancipatie, tolerantie bevorderen, integratie en acceptatie van minderheden en hoe om te gaan met de verharding die laatste jaren in de maatschappij plaats vond en ten slotte met de politieke ontwikkeling in het Midden Oosten. In 2014 ben ik gestopt als bestuurslid.

Soedanese burgers verdienen steun in strijd tegen staatsgreep

Het leger greep de macht om te voorkomen dat ze vervolgd worden voor hun misdaden

cc-foto: Elmek Nimir brug in Khartoem. Wikimedia.

Wie de ontwikkelingen in Soedan de afgelopen twee jaar gevolgd heeft en hoopte dat de samenwerking tussen het leger en de burgerregering zou gaan werken, kwam maandag van een koude kermis thuis. De coup die deze week gepleegd is, was al lang gepland. De legertop zal nooit meewerken aan een democratische overdracht aan een burgerregering.

Er waren veel signalen. Het eerste signaal was tijdens de onderhandelingen in mei 2019 tussen de politieke leiders en de legertop. Abdel Fattah Al- Burhan, de hoogste generaal van het leger, en Mohamed Hamdan Dagalo, Janjaweed-leider, weigerden om de voormalig president Omar Al-Bashir aan de rechtbank over te dragen voor de misdaden die hij orchestreerde in Darfur. Zij weigerden dit niet alleen omdat zij trouw zijn aan hem, maar ook omdat zij zelf betrokken waren bij deze misdaden. Dat blijkt uit de recente bekentenis van Ali Kushayb bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Het tweede signaal was op 3 juni 2019, toen de legertop bij een legerbasis een bloedbad onder burgers heeft veroorzaakt en de dagen daarna alle communicatie werd geblokkeerd en internet in het hele land werd afgesloten. Door internationale druk moesten zij instemmen om samen te werken met een burgerregering. Zij hoopten hiermee ook dat men hen het bloedbad zou vergeven. Helaas heeft dit bloedbad een diepe wond achtergelaten bij de bevolking van Soedan. Men vertrouwde de legertop en de Janjaweed niet. In de tussentijd heeft de legertop ook geprobeerd om internationaal aan hun imago te werken, door voor de buitenwereld te doen alsof zij een belangrijke rol speelden bij de vredesonderhandelingen met de gewapende milities in Juba.

Het derde signaal was dat zij hun nieuwe politieke partners buiten spel probeerden te zetten door nieuwe leiders naar voren te schuiven. Zo sloten zij een deal met een deel van de gewapende milities die het vredesakkoord van Juba hebben getekend, zoals de Beweging voor Rechtvaardigheid en Gelijkheid onder leiding van Gibril Ibrahim, en de groep van Minni Minnawi. Deze nieuwe leiders zouden dan de civiele tak van de transitie regering moeten vervangen, tegen de wil in van de burgers en de burgerleiders.

Het laatste signaal was van 21 september jl, toen de legertop een zogenaamde poging tot staatsgreep claimde te hebben voorkomen. Diezelfde week heeft Al-Burhan aan Abdallah Hamdok (minister-president van de burgerregering) verzocht om hem en zijn collega’s niet te vervolgen voor oorlogsmisdaden in Darfur en niet verantwoordelijk te houden voor de massamoord bij de legerbasis. Het antwoord van de civiele regering was duidelijk; zij konden dat niet accepteren.
Voor Al-Burhan en de Janjaweed leider was het duidelijk dat er iets moest gebeuren wilden zij niet verantwoordelijk gehouden worden voor hun misdaden. De enige uitweg voor hen was het plegen van een coup, samen met de politieke opportunisten Gibril Ibrahim en Minni Minnawi. Dat gebeurde dus afgelopen maandag.

De cruciale vraag is nu; wat gaat er gebeuren? Zelf denk ik aan twee scenario’s:

Het eerste scenario is dat de coupplegers de macht in handen houden en het volk zich uiteindelijk aan hen zal moeten overgeven. Dan wordt Soedan geleid door huurlingen en milities.

Het tweede scenario is het scenario waar ik in geloof, namelijk dat het Soedanese volk blijft vechten voor hun vrijheid en uiteindelijk zal winnen. Wat de bevolking zou helpen, is meer internationale politieke druk en sancties op het financieel kapitaal van de regering, de gewapende milities en de Janjaweed.

Want welke weg zal Soedan inslaan?

Geef een reactie

Laatste reacties (3)