680
50

Tweede Kamerlid SP

Jasper van Dijk (1971) is Tweede Kamerlid voor SP. Hij is politicoloog en was docent en daarna fractiemedewerker in Tweede Kamer en Europees Parlement. In 2006 was hij raadslid in Amsterdam. In de Kamer is hij woordvoerder hoger onderwijs, cultuur, media en defensie.

‘SP kan onderwijsbeleid PvdA stevig hervormen’

Voortzetting van het onderwijsbeleid volgens de opvattingen van de PvdA is onverantwoord

Het onderwijs gaat ons beiden ter harte. Daarom betreuren wij de geringe aandacht voor het onderwijs in het verkiezingsgeweld. De politieke beslissingen over het onderwijsbeleid zijn op termijn van groot gewicht voor toekomstige generaties. Een gewicht dat nu in de schaduw staat van de discussies over zorg, Europa en het begrotingstekort. In deze zin voelen de vele uitvoerenden op de werkvloer van het onderwijs zich door de politici in de steek gelaten. Om maar te zwijgen over de mensen waar het om gaat, van kleuters tot studenten.

Deze vaststelling is schrijnend, omdat wij een periode achter de rug hebben waarin in het onderwijs veel is misgegaan. Met name de schaalvergroting met de eenzijdige nadruk op efficiëntie, de perverse prikkels in de financiering en het negeren van de vakinhoud in de lerarenopleidingen. En bovenal door de overwoekering van het onderwijs op alle niveaus door talloze managers.

Aan de linkerkant van het politieke spectrum bestaat een groot verschil tussen PvdA en SP wat betreft de verantwoordelijkheid voor de ontstane zorgelijke situatie en de uitgangspunten voor het herstellen van de aangerichte schade. In verschillende kabinetten hebben PvdA-bewindslieden een actieve rol gespeeld bij het tot stand brengen van een onderwijsstructuur waarvan de schadelijke gevolgen in brede kringen van de samenleving worden onderkend. De invloed hiervan werkt door op de uitvoering van het beleid in het veld, via managers en raden van toezicht. De SP heeft part noch deel gehad aan deze ongelukkige ontwikkeling, eenvoudig omdat deze partij nog niet heeft geregeerd. Op lokaal niveau zijn gelukkig voorbeelden van een niet-technocratische invulling van onderwijsbeleid, bijvoorbeeld de humane aanpak van Lodewijk Asscher, PvdA-wethouder in Amsterdam, en van SP-wethouder Riet de Wit in Heerlen.

Schaalvergroting
Wanneer het gaat om het corrigeren van de fouten uit het verleden heeft de SP het psychologische voordeel niet gebonden te zijn aan patronen die nu het onderwijsveld beheersen. Onbelemmerd kan worden ingezet op het aanpakken van de bureaucratie, bijvoorbeeld door het afschaffen van de hbo-raad en de mbo-raad, het terugdringen van managementlagen, het dirigeren van geldstromen naar de werkvloer, het zorgdragen voor een vakinhoudelijk hoogwaardige lerarenopleiding en het terugdraaien van schaalvergroting.

De PvdA heeft er moeite mee de noodzaak van deze maatregelen breed uit te meten, niet alleen omdat nog wordt vastgehouden aan verouderde denkbeelden, maar ook omdat veel geestverwanten op basis van de achterhaalde structuren werkzaam zijn. Uit dien hoofde is de SP in een betere uitgangspositie om werk te maken van wat Schumpeter noemde creative destruction, het samengaan van afbraak van het oude en vernieuwing.

Trendbreuk
Uiteindelijk gaat het om meer dan een psychologisch voordeel. Van belang is het verschil in standpunten. De SP wil een trendbreuk forceren door een ander bestuursmodel in te voeren. De overtollige lagen tussen minister en leraar verdwijnen. De huidige lumpsumfinanciering, waarbij scholen één budget krijgen, wordt opgeknipt in een deel voor leraren en een deel voor overige zaken. Daarmee wordt voorkomen dat onderwijsgeld weglekt naar management of dure nieuwbouwprojecten. Grote onderwijsinstellingen worden opgesplitst in overzichtelijke scholen. Managers kunnen niet meer vrijelijk beschikken over miljoenenbudgetten zonder verantwoording af te leggen.

Er komt een eind aan het georganiseerd wantrouwen in de vorm van prestatie-indicatoren waarmee leraren om de oren worden geslagen. Door het CPB zijn de grootscheepse bezuinigingen van de SP op de bureaucratie in het onderwijs ten onrechte geboekt als bezuinigingen op de werkvloer van het onderwijs. Van het vergroten van klassen, zoals het CPB en Ferry Haan (O&D, 7 september) menen, is aldus geen sprake.

Het verkiezingsprogramma van de PvdA rept nauwelijks over deze zaken. De macht van bestuurders blijft onaangetast, de minister blijft op afstand staan. Managers houden de beschikking over één budget. Geld voor leraren kan probleemloos worden gebruikt voor een nieuw bestuursgebouw, zoals we zagen bij Amarantis. Er wordt niets gedaan aan het feit dat een steeds kleiner deel van het onderwijsbudget naar leraren gaat (in het mbo is slechts 55 procent van het personeel docent). Opmerkelijk genoeg pleit de PvdA voor prestatieloon voor leraren, hetgeen leidt tot een bonuscultuur in het onderwijs.

Onze slotsom is dat deze wezenlijke verschillen tussen de PvdA en de SP schuilgaan achter op zich belangrijke debatten over economie en begrotingstekort. Voortzetting van het onderwijsbeleid uit het verleden volgens de opvattingen van de PvdA is wat ons betreft onverantwoord. Het wordt tijd voor een trendbreuk.
Dit artikel is geschreven door Jasper van Dijk en Arnold Heertje, emeritus-hoogleraar economie, en verscheen eerder op de website van de Volkskrant

Geef een reactie

Laatste reacties (50)