Laatste update 09:54
794
5

Campaigner, WISE, projectleider Carbonkiller

Stop met dralen: voer nu een CO2-heffing in voor de industrie

Het is onrechtvaardig dat de samenleving opdraait voor de kosten

De industrie heeft van de regering de opdracht gekregen om in 2030 hun CO2-uitstoot met bijna twintig megaton te verminderen ten opzicht van 2015. Dat lijkt niet veel omdat de sector de afgelopen dertig jaar al dertig megaton minder is gaan uitstoten, maar schijn bedriegt. De CO2-uitstoot van de meest energie-intensieve sectoren neemt de laatste jaren weer toe. Als de economie blijft groeien, is het te verwachten dat de vervuiling net zo hard zal meegroeien. Het is dus een illusie te denken dat de industrie zonder beleid van bovenaf de klimaatdoelen gaat realiseren.

Serieus
Als dit kabinet haar eigen klimaatdoelen serieus neemt dan zijn er drie smaken om de industrie te bewegen: normeren, subsidiëren en belasten. Juist als de betaalbaarheid van de klimaattransitie een belangrijk argument is, ligt belasten voor de hand. Normeren kent het nadeel dat maatregelen soft zijn of juist draconisch zijn. Bij subsidieregelingen moet de overheid standaard meer betalen dan de kosten van de technische maatregel zelf, terwijl een prijsinstrument de terugverdientijd van investeringen versnelt. Een CO2-heffing wordt daarom door economen gezien als de meest kostenefficiënte maatregel.

De industrie frustreert steevast ambitieus klimaatbeleid door aan de haal te gaan met economische argumenten. Het belasten van CO2 zou ten koste gaan van het level playing field van bedrijven die opereren op internationale markten, met verlies van werkgelegenheid en het verplaatsen van productie tot gevolg. Belangenbehartigers van grote bedrijven maken gretig gebruik van dit angstbeeld. In een interview in NRC zei VNO-NCW topman Cees Oudshoorn in een reactie op het advies van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) om vervuilende productie meer te belasten: “Met een nationale CO2-belasting maak je Nederland armer.”

Nederland ontziet industriële vervuilers
Adviesbureau CE Delft analyseerde in opdracht van milieuorganisatie WISE de effecten van de invoering van een CO2-minimumprijs voor de industrie die deelneemt aan het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Hieruit blijkt dat het onzin is om deze opgave volledig te laten gijzelen door het argument van het level playing field. De schouders van de industrie zijn namelijk sterk genoeg om de kosten een CO2-heffing te dragen.

Dat zit zo: De Nederlandse industrie lijkt minder te betalen voor energie dan de industrie in de ons omringende landen. Buurland Duitsland bijvoorbeeld heeft sinds 2012 de energiebelasting voor de industrie aanhoudend verhoogd. Maar ook in België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk betalen grote vervuilers meer voor gas en elektriciteit dan in Nederland. Omdat de Nederlandse industrie meer dan de helft van haar producten exporteert naar deze landen, kan bij een invoering van een minimum CO2-prijs een deel van die kosten worden doorberekend aan klanten zonder verlies van marktaandeel. Voor handel met niet EU-landen kan er wel een concurrentienadeel ontstaan, maar die extra kosten kunnen omlaag worden gebracht door de opbrengsten van de heffing terug te sluizen in de vorm van subsidie op energiebesparende maatregelen of een innovatiefonds.

Pamperen
Een CO2-heffing op nationaal niveau kan er dus juist voor zorgen dat het speelveld weer wordt rechtgetrokken. Omgekeerd heeft het pamperen van de Nederlandse industrie negatieve effecten, namelijk hogere kosten om tot de gewenst 49 procent reductie in 2030 te komen. Het kost namelijk veel meer om CO2 uit de lucht te halen dan om erin te pompen.

Ondanks de logica die gebiedt dat grootvervuilers betalen voor hun CO2-uistoot, blijft de politiek dralen. Hoewel het kabinet suggereert dat de industrie een ‘fair share’ gaat betalen, wordt de invoering van een CO2-heffing slechts overwogen als stok achter de deur. Het kabinet laat in een reactie op de klimaatplannen weten dat de industrie pas voor z’n vervuiling hoeft te betalen als de komende jaren blijkt dat zij niet genoeg doen om hun broeikasgasuitstoot te verminderen.

Het kabinet moet nu daad bij woord voegen, in plaats van te verdwalen in de mist die lobbyorganisaties van de fossiele industrie verspreiden over koolstoflekkage en waterbedeffecten. Wie pleit voor draagvlak en kostenreductie kan simpelweg niet om een prijsinstrument voor de grootste vervuilers heen. Want enkel dreigen met een CO2-belasting in de verre toekomst is niet voldoende om grootvervuilers nu in beweging te zetten.

Subsidie
Voor de industrie die zonder gêne de hand blijft ophouden voor 1 miljard euro overheidssubsidie is het de hoogste tijd om een serieuze bijdrage te leveren aan de oplossing. Want als er iets is dat burgers onrechtvaardig vinden, dan is het wel de manier waarop enkele grote bedrijven stelselmatig weigeren een bijdrage te leveren aan maatschappelijke opgaven, terwijl de samenleving opdraait voor de kosten.

Cc-foto: Kirsten Sleven

Geef een reactie

Laatste reacties (5)