2.201
11

Advoc. vreemdelingenrecht, mensenrechten

Wil Eikelboom is advocaat vreemdelingenrecht en mensenrechten bij Prakken d'Oliveira.

Strafbaarstelling illegaal verblijf is er allang

Veel uitgeprocedeerde vreemdelingen zijn op dit moment, door in Nederland te verblijven, al strafbaar en er komen er nog dagelijks meer bij voor wie dit geldt

Het enthousiasme over de intrekking van het wetsvoorstel strafbaarstelling illegaal verblijf is terecht. Maar vergeet niet dat die strafbaarstelling voor een deel al bestaat en dagelijks wordt toegepast.

Het was een ‘steen op de maag’ van Diederik Samsom: het wetsvoorstel om illegaal verblijf strafbaar te stellen. Opgenomen in het regeerakkoord in ruil voor het Kinderpardon en door Samsom tot voor kort tegen de klippen op verdedigd in zijn eigen partij. Dat wil zeggen: tot 1 april, toen hij besloot om zich van de steen te ontdoen en de strafbaarstelling weer terug te ruilen tegen een lastenverlichting. Regeren als kwartetten.

De opgeluchte reacties die dit teweegbracht zijn terecht, want het voorstel om louter verblijf zonder papieren in het strafrecht te trekken was een gedrocht. Toch past er een kanttekening. Veel uitgeprocedeerde vreemdelingen zijn op dit moment door in Nederland te verblijven al strafbaar, en er komen er nog dagelijks meer bij voor wie dit geldt. Hoe kan dat?

Iemand die zonder vergunning in Nederland verblijft, dient te vertrekken. Zo niet goedschiks, dan kwaadschiks: middels detentie en gedwongen uitzetting. En als zo iemand niet op tijd weg is, kan hij of zij een zogenaamd ‘inreisverbod’ krijgen.

Het inreisverbod komt voort uit de Europese ‘Terugkeerrichtlijn’. Dat is een richtlijn die de terugkeer van vreemdelingen naar hun eigen land stroomlijnt voor alle EU-landen. Vrijwillige terugkeer verdient daarbij de voorkeur, en detentie dient zo veel mogelijk te worden vermeden, aldus de richtlijn die bol staat van de waarborgen voor uitgeprocedeerde vreemdelingen. Ook geeft de Terugkeerrichtlijn dus de mogelijkheid om aan vreemdelingen die niet (tijdig) vertrekken een inreisverbod op te leggen. Dat betekent zoveel als dat zo iemand na zijn vertrek voor een bepaalde periode in beginsel niet mag terugkomen in Europa.

Zo’n richtlijn moet worden omgezet in nationale regelgeving. Niet de waarborgen voor de vreemdeling, maar het inreisverbod kwam daarbij centraal te staan. Toenmalig minister Leers nam bovendien de gelegenheid te baat om daar ook strafbaarstelling aan te koppelen. Met andere woorden: als je je ondanks een inreisverbod nog in Nederland bevindt, ben je strafbaar en kun je in theorie tot zes maanden achter de tralies verdwijnen. Dat was geen opdracht van Europa, maar een eigen keuze van kabinet Rutte-I. Door het te verpakken in de ‘Wet Implementatie Terugkeerrichtlijn’ kreeg het wellicht iets onontkoombaars – ‘het moet van Brussel’ – en eind 2011 had Leers deze wet door beide Kamers geloodst, zonder steun van de PvdA overigens.

Sindsdien wordt het inreisverbod gretig opgelegd door de IND. Vreemdelingen die niet binnen de gestelde termijn na afwijzing van hun aanvraag (meestal vier weken, vaak ‘nul dagen’) zijn vertrokken krijgen er standaard mee te maken als ze weer in het zicht komen van de overheid. Bij het indienen van een nieuwe aanvraag bijvoorbeeld. Als die wordt afgewezen, wordt meteen vastgesteld dat de persoon in kwestie kennelijk niet het land heeft verlaten. Hup, een inreisverbod van twee jaar – en daarmee dus strafbaarheid zolang de vreemdeling nog in Nederland is.

Zo heeft het Kinderpardon, ironisch genoeg, geleid tot heel wat inreisverboden. Niet voor kinderen zelf, maar voor hun ouders. Aanvragen die om soms onbegrijpelijke redenen zijn afgewezen, leidden zo niet alleen tot grote teleurstelling bij de kinderen, maar ook tot de situatie dat hun ouders voortaan een doorlopend delict plegen. Het Kinderpardon heeft zo in sommige gevallen gewerkt als een soort ‘illegalenfuik’.

Het gretig opleggen van het inreisverbod is met name problematisch waar het gaat om vreemdelingen die Nederland helemaal niet uit kunnen. De IND hanteert daarvoor namelijk een strengere definitie dan reëel is, dus gebeurt het regelmatig dat iemand een inreisverbod opgelegd krijgt, terwijl hij of zij oprecht nergens heen kan.

Hetzelfde geldt voor, bijvoorbeeld, worteling in Nederland, familiebanden of medische omstandigheden. In theorie wordt dat allemaal meegewogen, maar in de praktijk zie je vrijwel nooit dat van zo’n inreisverbod wordt afgezien.

Had Diederik Samsom dan toch gelijk toen hij – nog in volle verdediging ervan – zei dat het  wetsvoorstel van Teeven louter symbolisch was?

Nee, bepaald niet. Nog los van het feit dat symboliek ook van belang is, zou uitvoering van het nu ingetrokken voorstel betekenen dat iedere vreemdeling van wie de aanvraag was afgewezen en die er niet tijdig in was geslaagd om te vertrekken automatisch, en zonder nadere afweging, crimineel zou zijn. Bovendien zou ook iedereen die nooit een vergunning had aangevraagd strafbaar zijn. Dat gaat al met al een flinke stap verder dan de huidige situatie. Nu is er immers wel een toetsingsmoment, waarbij ook de rechter kijkt of het inreisverbod terecht is opgelegd.

We mogen dus oprecht blij zijn dat het wetsvoorstel voor nu van de baan is. Maar voordat de strafbaarstelling van ongedocumenteerde vreemdelingen écht verleden tijd is, is er ook een wetswijziging vereist.

Geef een reactie

Laatste reacties (11)