1.630
92

Filosoof

Mihai Martoiu Ticu is in Utrecht afgestudeerd in de wijsbegeerte en internationaal recht. Hij is op 7 februari 1968 in Roemenië geboren en is sinds 1990 in Nederland.

Theodor Holman de darwinist

Holman gelooft in het recht van de sterkste debater. Wie overtuigt, die wint. Het waarheidsgehalte lijkt van ondergeschikt belang

Waarheidsvinding is het belangrijkste doel van argumentatie, stelt filosoof Mihai Martoiu Ticu. Overtuigen komt op de tweede plaats.

Theodor Holman vertelt in het tweede stuk van zijn omstreden interview: “Ik ben echt een darwinist. Laat de sterkste maar winnen. Wat overtuigt, moet winnen.”

Ook andere mensen beweren dat het in argumentatie gaat om overtuigen. Bijvoorbeeld columnist en conservatieve denker Afshin Ellian:

Overtuigen – Een politieke leider die met zijn opvattingen en kwaliteit een machtscentrum met anderen kan creëren, is in waarheid een grote denker. Want om zo’n machtscentrum in een democratisch systeem te kunnen scheppen, dient men over de kwaliteiten te beschikken om anderen van zijn of haar gedachten te overtuigen.

Onjuist. Ik wil hieronder aantonen dat ‘waarheidsvinding’ het doel is van argumentatie; en ‘overtuigen’ is slechts secundair. Laten we drie gedachte-experimenten nemen, waarin enkel overtuigen belangrijk is. Alle drie slaan de plank mis:

Gedachte-experiment 1
Stel je voor dat je met de Kwade Genius debatteert. Hij overtuigt het publiek dat Iran morgen om zeven uur de atoombom op Nederland gaat gooien. Bovendien overtuigt hij het publiek om nucleaire raketten van een Amerikaanse militaire basis te stelen en deze vanavond al op Iran te gooien. Jij weet echter dat hij liegt, maar je kan het publiek niet overtuigen. Als overtuigen voldoende zou zijn, dan zou het publiek de schouders ophalen als men later de waarheid ontdekt.

Gedachte-experiment 2
Stel dat jij overtuigd bent – door verkeerde informatie, of door een denkfout – dat België morgen om zeven uur een atoombom op Nederland gaat gooien. Je debatteert met iemand die de waarheid kent. Stel dat jij het publiek overtuigt en jullie België vanavond al vernietigen. Zou je een dergelijke denkfout voor je rekening willen nemen en nog steeds beweren dat overtuigen te prefereren is boven de waarheid?

Gedachte-experiment 3
Stel dat iemand – misschien één van jouw vijanden – zijn publiek overtuigt dat jij morgen van plan bent om zeven uur een atoombom op Nederland te gooien. Hij overtuigt zijn publiek om jou vanavond te vermoorden. Is overtuigen dan het enige waar het om gaat?

We zien uit deze gedachte-experimenten dat overtuigen zonder waarheid absoluut fout gaat. Waarom is dat? Argumentatie heeft twee aan elkaar gerelateerde doelen.

Doel 1: Conflicterende belangen oplossen op een manier die het algemeen belang dient.
Argumentatie is slechts een oplossing voor het ‘Prisoner’s dilemma’. Jij en een ander hebben verschillende belangen. Samenwerken brengt jullie beiden een klein stukje vooruit. Vals spelen daarentegen, geeft één van jullie een veel groter voordeel dan samenwerken. Dus samenwerken brengt je minder voordeel dan vals spelen, ten minste op korte termijn. Want als iedereen vals zou spelen, zou je leven slechter zijn dan als iedereen samen zou werken. Zodra je de samenwerking onderschrijft, hebben jullie beiden een gedeeld algemeen belang: vooruit gaan. Het beste voorbeeld van een dergelijke argumentatie zien we in een rechtbank: je wilt niet dat de tegenpartij de rechter overtuigt met een geniaal PowerPointje, of met geld.

Doel 2: Een rationele keuze maken tussen twee alternatieve oplossingen.
Maatschappelijke vooruitgang heeft behoefte aan waarheid. Men heeft een grotere kans om vooruitgang te boeken door ware kennis te hebben, dan te handelen op basis van valse overtuigingen.

Een van mijn discussiepartners zei het volgende: “De argumentatieregels zijn vooral bedoeld om de debattant een methode in handen te geven waarmee, indien goed gebruikt, het publiek makkelijker overtuigd kan worden.” Onjuist. De argumentatieregels zijn slechts bedoeld als meetinstrument: hoe correcter het argument hoe kleiner de afstand tussen ons en de waarheid. Ten minste dat hopen we.

In onze geschiedenis zijn ontelbare voorbeelden van twee soorten argumenten:
Ten eerste, argumenten die oorspronkelijk niet hebben overtuigd, maar later wel. Wetenschappers hebben het argument van Copernicus – dat de Aarde rond de zon draait – oorspronkelijk belachelijk gemaakt. En de Inquisitie vond zijn argument ook niet echt charmant. Als de tegenstanders van Copernicus het debat hadden gewonnen, dan zouden we nu iets belangrijks missen: betrouwbare kennis.
Ten tweede, oorspronkelijk succesvolle argumenten, hebben soms grote schade aangericht. Als het slechts om overtuigen ging, dan zouden we Hitler moeten vereren, want hij wist zijn publiek verdomd goed te overtuigen. 

Dus we zijn er als groep slechts bij gebaat door de juiste argumenten te worden overtuigd – zelfs als dat een oneindige vallen en opstaan is. Want we willen betrouwbare kennis. Want we willen niet dat gladde jongens ons met sofisterijen naar hun hand zetten. En als we een greintje moraal hebben, zijn we ook sterker dan de verleiding om anderen met trucjes te overtuigen – zelfs als dat de moeilijkste opgave is.

Ja, als je de waarheid weet, is het inderdaad belangrijk om te kunnen overtuigen; maar niet met alle middelen. Want we zijn feilbaar, we kunnen ons altijd vergissen. En daarom kunnen we het ons niet permitteren om overtuigen boven de waarheid te stellen. En daarom hebben we argumentatieregels: om de glibberige staart van de waarheid zo stevig mogelijk vast te pakken. Maar dat weten Holman en Ellian diep in hun hart ook wel.

Geef een reactie

Laatste reacties (92)