1.135
4

onpartijdig criticus van het huidige zorgstelsel

Gijs van Loef is een onpartijdig criticus van het huidige zorgstelsel. Hij is woordvoerder van het Platform Betrouwbare Zorgcijfers, was de financieel expert achter het Nationaal Zorgfonds en is een veel gelezen auteur op het zorgplatform skipr.

Hij publiceert sinds 1997 onafhankelijke, kritische beschouwingen over het openbaar bestuur. Boeken: 'De kloof voorbij, een visie op de toekomst van Nederland' (2008) en ‘Kiezen tussen overheid en markt’ (2013). Publicaties staan op zijn website: www.gijsvanloef.nl

Zijn expertise is gestoeld op vijftien jaar werkervaring in het bedrijfsleven (Philips, Deloitte, Capgemini) en twintig jaar werkervaring in de publieke sector als organisatie adviseur, programma-manager, interim-manager en wethouder.

Tien jaar duurde het voor de overheid beter op gaswinning ging toezien

Falend toezicht op markten is een structureel probleem van de Rijksoverheid

Het falen van de oudste toezichthouder van Nederland, Staatstoezicht op de Mijnen, legt de vinger op een structureel probleem: het overheidstoezicht op het naleven van de regels in marktsectoren schiet tekort. We hebben de afgelopen jaren veel voorbeelden van falend overheidstoezicht gezien: in de financiële sectoren, in de woningcorporatiesector, in de sector van het hoger onderwijs, bij de petrochemie (Chemiepack), bij de NZA (interne problemen), in de vleeshandel (paardenvlees, salmonella enz.). Maar het volledig verzaken van de toezichtrol door Staatstoezicht op de Mijnen slaat alles.

Mijnbouwwet
De Mijnwet van 1810 is de oudste Nederlandse wet. Het Staatstoezicht op de Mijnen werd in hetzelfde jaar opgericht. Staatstoezicht op de Mijnen houdt onafhankelijk toezicht op de mijnbouw en het transport van gas, zodanig dat het op een maatschappelijk verantwoorde wijze wordt uitgevoerd.

In 2002 werd de stokoude wetgeving vernieuwd en gebundeld in de nieuwe Mijnbouwwet en het Mijnbouwbesluit met uitvoeringsbepalingen. De nieuwe mijnbouwwet verplicht de concessiehouder een winningsplan op te stellen met een kaart van de te verwachten bodemdaling en deze bodembeweging ook te meten, op een zorgvuldige en betrouwbare wijze en hierover te rapporteren. Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft als toezichthouder de taak ervoor te zorgen dat dit ook gebeurt.

‘Veiligheid op hoog niveau’
Maar het duurt jaren voor ze in actie komen. Zes jaar na het invoeren van de nieuwe wet, in 2008, stelt de Technische commissie bodembeweging (adviesorgaan van de minister van EZ, art. 35 Mijnbouwwet) dat er ‘betere meetnetten voor bodemdaling nodig zijn’.

Het Staatstoezicht op de Mijnen stelt in het Jaarverslag 2009 vast dat:

“de veiligheid van de delfstofwinning in Nederland op een hoog niveau ligt. De hoge veiligheidsstandaard is te danken aan een goede risicobeheersing. De oliemaatschappijen hebben voor al hun activiteiten de risico’s in kaart gebracht en maatregelen genomen om die risico’s in te dammen. Daarbij werken ze volgens het principe van continue verbetering. Voortdurend kijken ze of een bepaald proces nog veiliger kan worden ingericht. Staatstoezicht op de Mijnen inspecteert of de oliemaatschappijen hun zorgsystemen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu goed op orde hebben. Die inspectie vindt zowel op afstand als op locatie plaats.”

In het Jaarverslag 2011 spreekt het Staatstoezicht op de Mijnen van “de hoge veiligheidsstandaard in de delfstoffenindustrie. Er zijn geen dodelijke ongevallen.” De Inspecteur-Generaal der Mijnen zegt daarbij dat hij het als toezichthouder op de gaswinning “de moeite waard vind om de achtergrond van de concentratie van aardbevingen serieus te laten onderzoeken”.

In 2013 stelt de Inspecteur-Generaal naar aanleiding van de zware beving in Huizinge het jaar daarvoor dat het onderzoek naar de toedracht…

…uiteraard in eerste instantie de verantwoordelijkheid van oliemaatschappijen zelf is. Daar hebben wij ook constant bij hen op aangedrongen. Maar toen dat uitbleef hebben wij het zelf opgepakt.

Dus pas tien jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe Mijnbouwwet begon het Staatstoezicht op de Mijnen ten langen leste met de uitvoering van haar primaire taak: toezicht en handhaving van de regels met betrekking tot de gaswinning.

Ander toezicht
Dat het toezicht op de bankensector, de sociale woningbouwsector en het hoger onderwijs gebrekkig functioneerde is genoegzaam bekend. Bij de evaluatie van de ramp in Moerdijk (Chemiepack) constateerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat

Chemie-Pack in strijd met de vergunning handelde en zich niet aan de procedures hield. De overheid stelde zich te traag en te coulant op bij het toezicht en de handhaving.

Het gebrekkig toezicht van de NVWA (incidenten oa bij paardenvlees en salmonella) is vooral te wijten aan gebrek aan capaciteit (mankracht), door jaren van opgelegde bezuinigingen en fusieperikelen. In 2013 constateerde de AR dat de fusie van de Algemene Inspectiedienst (AID), de Plantenziektenkundige Dienst (PD) en de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) mislukt is en dat de geplande bezuinigen niet haalbaar zijn.

Veiligheid en zekerheid vereist bij alle nutsvoorzieningen
Bij de gaswinning in Groningse bodem heeft de rijksoverheid het principe dat bij nutsvoorzieningen zowel de collectieve zekerheid als de collectieve veiligheid gewaarborgd moeten zijn, verloochend: het ging alleen om de zekerheid van de gaswinning, de veiligheid speelde geen enkele rol, met uitzondering van de veiligheid van de mensen die direct bij de uitvoering van de gaswinning zelf betrokken zijn.

 

Gijs van Loef is schrijver van Kiezen tussen Overheid en Markt (2013).
 

 

 

Geef een reactie

Laatste reacties (4)