8.068
63

Mede-oprichter Stichting Made in Prison

Boulidam is mede-oprichter van Stichting Made in Prison waarmee hij jongeren die in detentie hebben gezeten, wil helpen positief terug te keren in de Nederlandse samenleving. Stichting Made in Prison geeft een gelijknamig kwartaalblad uit.

Toen kinderen nog gewoon buiten speelden

Het lijkt alsof de sfeer vroeger in de samenleving en de wijk veel aangenamer en veiliger was

Ik herinner me nog de tijd op de basisschool en hoe blij ik was en serieus de taak op me nam als ik de tv-kar mocht ophalen. Of hoe belangrijk ik me voelde als ik door een klasgenoot, die jarig was, werd uitgekozen en langs alle klassen mocht. En dan de pauzes nog, die waren magisch. De hele pauze knikkeren, we speelden zakdoekje leggen, Annemaria Koekoek, schipper mag ik overvaren of agentje-boefje. De agent moest iemand vangen en meesleuren naar de gevangenis onder het klimrek. We hadden de grootste pret met elkaar, er werd niet gescholden en niemand werd uitgesloten.

Ouders vertrouwden elkaar hun kinderen toe, er was geen angst voor elkaar en klasgenootjes gingen met elkaar mee naar huis om tussen de middag samen te eten en vervolgens weer samen naar school te gaan. Het moment dat de bel ging om naar huis te gaan was wonderbaarlijk! Mieters, wat je allemaal wel niet kon doen met al die vrije tijd.

Dan heb ik het nog niet eens over de vrije woensdagmiddag. Het was rennen naar huis, oude kleren aan en meteen weer naar buiten om al je vrienden en buurtgenootjes op te trommelen. Geen mobiele telefoon of internet, maar gewoon langs alle deuren gaan en als moeder opendeed met puppyoogjes deze vriendelijke woorden uitspreken: “Mag Jantje buitenspelen?”

Iedereen werd opgehaald en er werd ook naar elkaar gevraagd als er iemand ontbrak. Alle vrije tijd werd op straat doorgebracht en wat was er toch veel te beleven. De meisjes gingen hinkelen, elastieken en springtouwen. De jongens voetballen, lummelen en oorlogje met Pvc-buizen en zelfgemaakte pijltjes uit de Wehkamp of uit het dikke speelgoedboek van de Intertoys, maar niet voordat je er maandenlang in hebt lopen bladeren en had aangestreept wat je allemaal wilde hebben.

Soms ging je even naar huis om te eten, en daarna meteen weer naar buiten om weer eindeloos te ravotten met de hele buurt. Niet één straaltje zonlicht werd onbenut gelaten en overal zag je spelende kinderen. Met de hele buurt speelden we dan spoorzoekertje, zevensprong, busjekruit, stoepranden of verstoppertje. Democratisch werd er bepaald wie de zoeker moest zijn door ‘iene miene mutte’, wie als laatste “ik ben ‘m niet” zei of je ging pootje leggen. Iedereen hield zich aan de regels en dan was je ook nog eens de held van de buurt als je als laatst overgeblevene naar de buutplek rende en deze nostalgische woorden uitschreeuwde:

“Buut Vrij voor de hééé-le pot!”

Wat een avonturen beleefden we op straat, wat een onbezorgdheid en wat een tijd. Niemand werd buitengesloten en zelfs de kleintjes mochten meedoen, wel voor spek en bonen. Je speelde de hele dag met elkaar totdat degene met de bal naar binnen werd geroepen, je ruzie kreeg om een spontane zelfverzonnen regel of totdat iemand deze vreselijke woorden uitsprak:

“A-B-C ik kap ermee!”

Stinkend naar gras, buitenlucht en met de schaafwonden op het lichaam dook je onder de douche en ging vredig naar bed. Wat een tijd. De tijd dat je alle kleuren kleding met elkaar kon combineren, de tijd van de SRV-wagen en de tijd dat je een mengsel van water en afwasmiddel in een boterhamzakje deed en het ‘smurfensnot’ noemde. We gebruikten de garages als goal, dit tot ergernis van de buurtbewoners, maar we werden gewoon nog gezien als spelende kinderen en niet als overlastgevende raddraaiers of hangjeugd.

Hoe anders is alles nu? Iedereen ontmoet en spreekt elkaar online en de kinderen uit de buurt zijn niet meer spelend op straat te vinden, of het is een sporadisch verschijnsel aan het worden. Het lijkt ook alsof de sfeer in de samenleving toen veel aangenamer was, veiliger. De wijken waren gezellig, was er meer menselijk contact, er mocht meer, de economie liep goed, men had meer respect voor elkaar, voor andersdenkenden en discriminatie was iets waar je weinig over hoorde. Ik wil niet zeggen dat ‘vroeger’ alles beter was, maar het was toch echt anders dan hoe de samenleving er nu uitziet. Nu is het angstig, zelfzuchtig en mainstream.

Of komt het omdat we toen nog jong waren, geen verantwoordelijkheidsgevoel hadden, het internet nog voor de elite was en onze kijk op de wereld zich beperkte tot de speelpleintjes? Zucht, die goeie ouwe tijd.

Cc-foto: Marchaud Wittouck

Geef een reactie

Laatste reacties (63)